Ze geeft moslims gratis les. Met de Bijbel erbij

Een stad functioneert dankzij haar anonieme dienaren. Zoals evangeliste Camille Samuel, die immigranten wegwijs maakt in New York – en over de Bijbel vertelt. Hoe ziet de dag van zo’n dienaar eruit? „Als je de kans krijgt om over de Heer te spreken: doe het.”

Camille Samuel (26) rijdt elke dag anderhalf uur van New Jersey naar de wijk Jackson Heights in Queens om immigranten, vooral moslims, bij te staan. Foto's Chantal Heijnen Camille Samuel in the classroom of Urban Impact in Queens NY; Artikel Mars van Grunsven; Foto Chantal Heijnen op 28-07-2011

6.30 uur De 26-jarige Camille Samuel wordt wakker van haar radiowekker. Na in de Bijbel te hebben gelezen, Korinthiërs, gaat ze in gebed. Ze bidt voor een spoedig verloop van de dag en voor de week die komen gaat. In de zomer arriveert elke maandag een nieuwe groep vrijwilligers op de zendingspost, „en je moet altijd maar afwachten hoe dat gaat: voelen ze zich prettig in New York, lukt het ze contact te maken met de lokale bevolking? Vaak zijn het tieners uit de Bible Belt, de religieuze staten in het zuiden en midden van het land, die nog nooit in New York zijn geweest.”

Camille werkt sinds een jaar als zendeling voor Urban Impact, een organisatie die ‘onbereikte bevolkingsgroepen de hand reikt’: moslimimmigranten uit West-Afrika, Zuid-Azië en het Midden-Oosten. Haar post ligt in Jackson Heights, een door Zuid-Aziaten en latino’s gedomineerde wijk in stadsdeel Queens. Ze verleent ‘sociale diensten’: Engelse les voor volwassenen en kinderen, maar ook het helpen bij de aanvraag van een fiscaal nummer, of de aankoop van een eerste winterjas. „Het wordt hier in de winter wat kouder dan in Bangladesh.”

7.30 In spijkerbroek, teenslippers en donkerroze T-shirt wandelt Camille de deur uit van haar appartement in Hackensack, New Jersey. Camille woont buiten New York, omdat woonruimte daar minder duur is. Als zendeling verdient Camille „zeer weinig” en ook haar man heeft met een baan bij een uitgever van christelijke boeken niet voor het grote geld gekozen.

Een beetje nerveus stapt ze in haar auto. „Ze rijden nogal onbesuisd in Queens.” Normaal rijdt haar man, die haar bij haar kantoortje afzet, voor hij naar zijn eigen werk gaat. Deze week is hij echter in New Hampshire vanwege een reeks christelijke concerten die daar worden gegeven.

Net als haar „mensen” of haar „studenten”, zoals ze de immigranten waarmee ze werkt noemt, is ook Camille van origine geen New Yorker. Ze groeide op in een kleine boerengemeenschap in de staat Illinois. Van de christenen om haar heen had ze geen hoge pet op. „Die zeiden het ene, maar deden het andere.” Dat beeld veranderde onder invloed van haar beste vriendin uit die tijd. „Zij was een echte christen, die zich in haar keuzes liet leiden door haar liefde voor Jezus. Dankzij haar wist ik dat ik twee opties had: wel of niet kiezen voor de Heer.” Camille was toen zestien. „Vergeleken met de meesten van onze vrijwilligers was ik er laat bij.”

Nog voor de ochtendspits neemt Camille de George Washington-brug, over de Hudson-rivier. Om kwart over acht is ze in Jackson Heights. Ruim een half uur later heeft ze een parkeerplaats gevonden. „Misschien neem ik morgen maar de bus.”

9.00 Camille opent haar achenebbisj ogend kantoortje boven een Tibetaans restaurant op Roosevelt Avenue, de hoofdstraat van Jackson Heights. Een gangetje met magnetron en ijskast en twee lokaaltjes, waar mannen en vrouwen afzonderlijk van elkaar les kunnen krijgen. Een derde, iets ruimere kamer wordt gebruikt voor spelletjes met de kinderen of groepslessen. Aan een wand hangt de Amerikaanse vlag.

In de laatste ruimte zet Camille twintig stoelen klaar voor de weldra arriverende vrijwilligers. Ze kopieert instructiestencils, pamfletten die de groep die dag in de buurt zal uitdelen en prayer guides. „Daarin staat wat de problemen zijn van de mensen die we helpen. Het is de bedoeling dat de vrijwilligers die onderwerp maken van hun gebeden.”

9.30 En ware invasie vindt plaats: de twintig vrijwilligers stormen binnen en vullen de kleine ruimtes. Zoals Camille al voorspelde bestaat de groep voornamelijk uit tieners in hun zomervakantie. De trip is georganiseerd door hun kerk in het plaatsje Gainesville, Virginia. De sfeer is uitgelaten. Gangmakers zijn Christian en zijn vriendin Jessie – met haar brilletje, lange haar en atletische figuur een jonge versie van Sarah Palin. „New Yorkers zijn veel aardiger dan ze altijd zeggen”, zegt ze tegen Camille. „Toen we in de bus hierheen Jezus-liederen zongen, begon er zelfs een mee te zingen.” Michael, lachend: „Een dikke Griek!” Ze beginnen opnieuw te zingen: „He’s got the whole world in his hand.”

Als iedereen een stoel heeft gevonden, heet Camille de groep welkom en introduceert haar collega Christy, met wie ze vandaag de vrijwilligers zal instrueren. Ze vertelt waar de immigranten in deze buurt vandaan komen: „India, Bangladesh, Pakistan, Thailand, Tibet. Er wonen in de buurt ook veel latino’s, maar daar richten we ons niet op. In alle eerlijkheid: de moslims komen hier voor de Engelse les en de sociale dienstverlening, niet voor ons geloof. Maar zodra je de kans krijgt om met ze over de Heer te spreken: doe het, en vergeet de Engelse les.”

10.00 Camille neemt de vrijwilligers de buurt in voor een prayer walk. Daar loopt de club door de straten van Jackson Heights: twintig blanken, zwetend in hun jeans, korte broeken en jurkjes, langs de overvolle vuilnisbakken, in de vochtige zomerhitte van New York.

Bij restaurant Dera houdt Camille halt. „Om een of andere reden heeft God ons verbonden met dit etablissement, want hier werken veel van onze immigranten”, zegt ze. Het blijkt overdag gesloten. „Dat is vanwege ramadan. Weten jullie wat dat is?” Ze legt het voor de zekerheid uit.

Volgende haltes zijn onder meer een groentewinkel („moslims eten graag dadels en vijgen”), een eetkar („als er halal op staat is het voor moslims, dat betekent net zoiets als kosjer voor joden”) en een moskee. Camille wijst op het bidschema op de deur. „Daar kunnen wij nog wat van leren: ze bidden zeker twintig keer per dag. Zo onderhoud je nauw contact met je geloof.”

11.00 Camille deelt folders uit die de vrijwilligers in de buurt gaan uitdelen, ter promotie van het gratis kinderprogramma van Urban Impact. „Geef ze aan vrouwen die er als moslims uitzien en van wie je denkt dat ze kinderen hebben.”

Op de openbare speelplaats bij Broadway zijn de folders zo weg. De ontvangers lijken oprecht geïnteresseerd. „Het helpt als je free in hoofdletters afdrukt”, zegt Camille.

11.40 Camille heeft op straat een toevallige ontmoeting met haar vriendin Harbhajan. De twee vallen elkaar in de armen en voeren een korte conversatie in Hindi. Harbahjan is een sikh uit India, die Camille kent van de Engelse les. Haar Engels is niet geweldig, wat ook geldt voor het Hindi van Camille. „Onze gesprekken gaan niet erg diep”, zegt Camille. „Maar we zijn vriendinnen. Ik ben bij haar thuis geweest, waar ik spontaan Indiase kookles kreeg.” Camille begeleidde Harbahjan vanaf haar aankomst in New York. „Ze wist niets van dit land en haar man was altijd aan het werk. Ze wist niet eens hoe de verwarming werkte.” En, niet onbelangrijk: „Harbahjan staat open voor de Bijbel”, zegt Camille. „Ze kan hele Bijbelverhalen navertellen. Dat zegt wel wat.”

12.00 De Engelse les is inmiddels voorbij. „Er waren vandaag acht studenten”, rapporteert Christy tevreden. In het leslokaal zitten nu de vrijwilligers, die er hun voorgesmeerde boterhammen eten. Er is tijd voor ontspanning, er wordt gekletst.

Camille vertelt waarom ze zich juist tot het werken met moslims in New York voelde aangetrokken. „Door 9/11 was ik als zoveel Amerikanen bang voor moslims. Na mijn studie fotografie werkte ik tweeënhalf jaar als evangeliste in een islamitisch deel van India. Daar heb ik goed Urdu en een beetje Hindi leren spreken. Ik leerde ook dat er geen reden is om bang te zijn voor moslims.” Bij terugkeer in de VS hoorde ze over Urban Impact in New York en realiseerde zich: „Na 9/11 had deze stad meer behoefte aan liefde. Vooral de moslims.”

14.00 Moslimouders brengen hun kinderen langs voor het gratis middagprogramma. Onder leiding van Christy en Camille worden er spelletjes gespeeld en gezongen – This is the day that the Lord has made is het eerste lied. De kinderen zingen vrolijk mee. Dan wordt er uit Genesis gelezen. Het enthousiasme groeit pas weer als er muziek mag worden gemaakt. Shakir, een dik jongetje uit Pakistan, blijkt aardig gitaar te kunnen spelen.

16.30 Als de laatste kinderen zijn opgehaald, beginnen Camille en Christy op te ruimen. De kinderen hebben de gratis snacks met geen vinger aangeraakt: ramadan.

17.00 Camille rijdt naar huis in wat voelt als één langgerekte file. Om half zeven ploft ze in Hackensack op de bank.