'We moeten het eten brengen'

Of Afrikanen zichzelf niet moeten redden, bespreken we later wel, zegt Peter Bakker, nu voedselambassadeur van de VN. Nu dreigen miljoenen te sterven. „Ik wil dat niet op mijn geweten hebben.”

Vluchteling toont rantsoenkaart in een kamp in Dabaab. Foto Reuters A newly arrived refugee displays his food ration card as he queues for relief at a the World Food Programme distribution centre at the Ifo refugee camp in Dadaab, near the Kenya-Somalia border, August 1, 2011. The whole of drought- and conflict-wracked southern Somalia is heading into famine as the Horn of Africa food crisis deepens, the United Nations said. In a report for countries sending aid, the U.N.'s umbrella humanitarian agency OCHA said the "crisis in southern Somalia is expected to continue to worsen through 2011, with all areas of the south slipping into famine". REUTERS/Thomas Mukoya (KENYA - Tags: SOCIETY CIVIL UNREST DISASTER ENVIRONMENT) REUTERS

„Je zou eigenlijk de weg moeten fotograferen waar al die dode kindjes liggen. Die het ziekenhuis in het vluchtelingenkamp in Kenia niet gehaald hebben. Ik heb heel veel vrouwen gezien die onderweg vanuit Somalië één of meer kinderen hebben moeten achterlaten om te sterven.”

Peter Bakker, oud-topman van postbedrijf TNT, is sinds 1 juni ‘ambassadeur tegen de honger’ voor het wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties. Toen hij de positie accepteerde wist hij nog niet dat hij volop bezig zou zijn met aandacht vragen voor de hongersnood die nu 12 miljoen mensen in de Hoorn van Afrika bedreigt. De Amerikaanse ontwikkelingsdienst USAID schat in dat deze maand in het zuiden van Somalië 2.500 mensen per dag zullen sterven.

Bakker wil niet klagen over de hoeveelheid media-aandacht voor de ramp, maar mist in de berichtgeving nog wel „de enorme urgentie”, zegt hij in een telefonisch interview. „Als de hulp niet op gang komt, kunnen er de komende weken miljoenen mensen doodgaan. Bij rampen als de aardbeving in Haïti of de tsunami in Azië ziet iedereen de acute nood, maar de gevolgen van deze, meer sluipende, ramp zijn even heftig.”

Hij bezocht onder andere het vluchtelingenkamp Dadaab in Kenia, waar nu bijna een half miljoen mensen zitten. Van de 1.500 kinderen die er tijdens zijn bezoek in het ziekenhuis lagen zou 40 procent overleven, vertelden de artsen hem. „Als de enkels opzwellen is er nog ongeveer 5 procent kans dat ze het halen. Ik heb daar heel wat kinderen met gezwollen enkels gezien.”

Vanaf de Somalische grens is het nog tachtig kilometer lopen naar Dadaab. „Het is krankzinnig dat we die mensen vier tot zes weken op blote voeten, met hun gezin op hun nek laten lopen op zoek naar eten. Die beproeving moeten we ze niet laten ondergaan. We moeten het eten naar ze toe brengen!”

Het ambassadeurschap houdt meer in dan een erepositie voor een afzwaaiend CEO die zijn hart wil laten spreken. De afgelopen tien dagen heeft Bakker besteed aan het bellen met grote bedrijven om hun hulp te vragen, en hij gaat daar voorlopig mee door. „En ik word geraadpleegd voor logistieke problemen.”

Reageren die bedrijven positief?

„Veel bedrijven beginnen fondsenwervingen. Logistieke bedrijven die hebben samengewerkt om vluchten uit te voeren na de aardbeving in Haïti en bij de overstromingen in Pakistan doen dat nu weer. DSM heeft een extra partij fortified food [speciaal voedsel met extra hoge voedingswaarde, red.] geproduceerd. Daar is nu een groot tekort aan. Bij de meeste rampen wordt graan uitgedeeld, maar nu zijn vooral kinderen jonger dan vijf jaar getroffen. Zij zijn zwaar ondervoed, en als dat een paar weken aanhoudt lopen zij blijvende hersenbeschadigingen op. Ik weet niet exact hoeveel de bedrijven uiteindelijk geven, want ik stook alleen het vuurtje op, maar ik zie goede dingen.”

Hoe overtuigt u donoren ervan dat er ook de komende maanden hulp nodig zal blijven?

„Het WFP alleen al heeft tot de volgende oogst in januari 600 miljoen dollar nodig. Tot nu toe is er iets meer dan 250 miljoen toegezegd. We moeten goed gaan nadenken over hoe we de aandacht vasthouden, maar daar wil ik me nu nog niet mee bezighouden. We moeten eerst zorgen dat de zaken op gang komen. Iedereen wijst op donormoeheid. De mensen zijn cynisch en vragen zich af of de Afrikanen niet eens zichzelf kunnen gaan redden. Laten we dat over een paar weken maar bespreken. Vandaag is er een ramp die miljoenen levens gaat kosten. Ik wil dat niet op mijn geweten hebben.”

De moslimextremisten van Al-Shabaab houden in Zuid-Somalië ruim twee miljoen mensen vast. Moet het WFP niet toch met ze samenwerken en dan maar accepteren dat een deel van de hulp naar Al-Shabaab gaat?

„Al-Shabaab heeft het WFP en andere organisaties al een tijd geleden de toegang tot de regio ontzegd. Het gebied is heel gevaarlijk, het WFP heeft daar in 2008 en 2009 veertien mensen verloren. Het onderzoekt nu alle mogelijke kanalen om hulp naar binnen te krijgen. Bijvoorbeeld via andere hulporganisaties, of met airdrops. Elk diplomatiek kanaal moet worden gebruikt.

Aan voedseldroppings zitten veel nadelen.

„Het is inefficiënt en de kans bestaat dat een deel van het voedsel in de verkeerde handen terechtkomt. Maar het WFP onderzoekt nu hoe het toch zou kunnen. Overigens wil ik ervoor waken dat mensen denken dat Al-Shabaab het hele probleem is. De mensen die vastzitten in het zuiden zijn het slechtst bereikbaar van alle slachtoffers, maar er zijn nog tien miljoen anderen in Somalië, Kenia en Ethiopië waar we wel naartoe kunnen en zij hebben ook nog niet allemaal hulp. Die pijplijn moet nu gewoon op gang komen.”

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Ben Knapen heeft vijftien miljoen euro toegezegd. Had u meer van Nederland verwacht?

„Ja. De totale VN-organisatie, dus inclusief andere grote verbruikers als vluchtelingenorganisatie UNHCR en het kinderfonds Unicef, heeft één tot anderhalf miljard dollar nodig voor deze ramp. Ik vind dat Nederland naar rato zou moeten meedoen. We hebben een traditie om voorop te lopen, in deze ramp moeten we dat ook doen.”

    • Hanneke Chin-A-Fo