Viersen speelt elegant in volkse Dvorák

Robeco Zomerconcerten. Quirine Viersen (cello), Silke Avenhaus (piano) en David Grimal (viool). 3/8 Kleine Zaal Concertgebouw A’dam. Meer Viersen: 25/8. ****

Celliste Quirine Viersen is een coryfee van de Robeco Zomerconcerten in het Concertgebouw. Vorige maand speelde ze het Celloconcert van Walton. Gisteravond speelde ze kamermuziek met pianiste Silke Avenhaus, haar vaste duopartner, en de befaamde Franse violist David Grimal.

Dvorák is dit jaar de themacomponist van de zomerconcerten en ook gisteravond was hij vertegenwoordigd met het Pianotrio in f op. 65. Het grote, vierdelige stuk uit 1883 doet soms aan als een symfonie in kleine bezetting, met her en der Slavische volksmuziek. Tegen het slot klinkt een vooruitblik op de Negende symfonie (‘Uit de Nieuwe Wereld’), die tien jaar later ontstond. Het krachtig gespeelde trio kreeg ook een uitvoering die fors aan de maat was.

Volksmuziek klonk door in het hele programma, dat veel geanimeerd en effectvol spel opleverde. Want ook in de contrastrijke Phantasiestücke van Schumann is de sfeer van het zigeunerorkestje nooit ver weg.

David Grimal markeerde zijn aandeel met stevige hoge noten, Quirine Viersen speelde elegant en zangerig, Silke Avenhaus nam vaak met veel flair de leiding.

Verrassend was het Trio sur des mélodies populaires irlandaises (1925) van de Zwitsers-Nederlandse Frank Martin. Razend lastige en soms swingende muziek met veel bravoure en virtuositeit uit de ‘Roaring twenties’, in jazzstijl eindigend met een enerverende ‘battle’.

    • Kasper Jansen