Opsporing Verzocht 2.0

Burgers mogen geen beelden van criminelen meer online plaatsen. Dit is onzin, vinden Laurens Mommers en Gerrit-Jan Zwenne. Moeten ze dan lijdzaam toezien?

De Wet bescherming persoonsgegevens beschermt de privacy van de burger, door eisen te stellen aan het gebruik van gegevens van die burger. Uw telefoonnummer, burgerservicenummer, geboortedatum, naam en adres zijn persoonsgegevens. Dat geldt ook voor uw pasfoto of een filmpje dat van u is gemaakt. Dit mag niet op internet worden gezet zonder uw toestemming.

Deze bescherming geldt ook als u een filmpje maakt van een belager, een winkeldief of een automobilist die zijn benzine niet betaalt. Met de wet en met nieuwe, zwaardere sancties in de hand wil het College Bescherming Persoonsgegevens voorkomen dat deze beelden op internet worden gezet.

De bescherming van de privacy is evenwel altijd onderdeel van een afweging van diverse belangen. De overheid schendt soms het belang van privacybescherming voor een hoger doel. Daarom bewaart ze bijvoorbeeld de gegevens over al onze telefoongesprekken en internetsessies gedurende een half jaar en gebruikt ze deze als ze dat nodig acht.

Als de overheid een belangenafweging mag maken, geldt dit ook voor de burger. Deze burger, die door de overheid op allerlei vlakken wordt aangezet tot eigen initiatief, zou na een misdrijf met de armen over elkaar moeten gaan zitten en afwachten tot – en vooral: of – politie en justitie iets ondernemen? Dit is onzin. De burger mag niet voor eigen rechter optreden, maar hij mag wel zijn mogelijkheden benutten om de opsporing van zijn belagers te vereenvoudigen – zeker als politie en justitie het laten afweten, vanwege een beperkte capaciteit en afwijkende prioriteiten. Op geweld heeft de overheid een monopolie, niet op het verdedigen van het eigen belang.

Bij sommige filmpjes en foto’s bestaat geen enkele twijfel over het delict en over de dader. De inbreker loopt door de huiskamer met de televisie in zijn armen, of de overvaller staat met een mes bij een juwelier. In die gevallen zien wij niet waarom de burger lijdzaam moet afwachten en niet actief zou mogen meewerken aan de opsporing van de dader.

Zo’n burger kan niet zomaar worden bestraft. Zelfgemaakte foto’s en filmpjes van delicten kunnen wezenlijk bijdragen aan de opsporing. Publicatie hiervan op internet per definitie afdoen als ‘aan de digitale schandpaal nagelen’, doet hieraan geen recht. Waarom zou de burger niet zijn eigen versie mogen maken van Opsporing Verzocht?

Burgerinitiatieven om de overheid met opsporing te helpen, zijn niet zonder meer slecht. Het is beter om dit soort initiatieven in goede banen te leiden dan om ze af te doen als eigenrichting en te dreigen met hoge boetes. Het College Bescherming Persoonsgegevens zou kunnen meedenken over hoe ‘Opsporing Verzocht 2.0’ eruit moet zien – met burgers die de opsporing ondersteunen, op verantwoorde wijze.

Laurens Mommers is consultant bij Legal Intelligence. Gerrit-Jan Zwenne is advocaat bij Bird&Bird en hoofddocent bij eLaw@Leiden.