Metamorfose van een zwarte Madonna

De Zuid-Afrikaanse kunstenaar Berni Searle maakt video’s over thema’s als etniciteit, klasse en sekse. Met haar eigen lijf in de hoofdrol belichaamt ze de nomade, de migrant of de vluchteling.

Janneke Wesseling

Berni Searle, 'Colour me yellow', 1998

Met regelmatige tussenpozen weerklinkt een bel in de tentoonstelling van Berni Searle (Kaapstad, 1964) in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem (MMKA). De meditatieve klanken passen goed bij de trage, verstilde videowerken van Searle. De muziek blijkt een compositie te zijn van de Zuid-Afrikaanse musicus Neo Muyanga en is geïnspireerd door de adhan, de islamitische oproep tot gebed. De compositie werd voor het eerst uitgevoerd op het carillon van het Belfort in Brugge. De combinatie van Zuid-Afrikaanse muziek en islamitisch gebed, gespeeld op een middeleeuwse toren in het katholieke Brugge, is typerend voor het werk van Searle, dat identiteit als onderwerp heeft.

In het tweedelig videowerk Snow White (2001) zien we Searle naakt in een cirkel van licht op haar knieën op de grond zitten. Ze heeft een formidabel lichaam en ziet eruit als een vruchtbaarheidsgodin of als een Boeddhabeeld. Er wordt meel over haar uitgestort zodat haar donkere huid geleidelijk aan wit wordt, het meel blijft hangen aan wimpers en oogleden. Daarna veegt zij met brede armbewegingen het meel samen op een hoop vóór zich en kneedt het, met behulp van wat water, tot een soepel deeg. Het is een oerbeeld van het werk dat vrouwen over de hele wereld sinds mensenheugenis doen.

Ook in de fotoserie waarmee de tentoonstelling opent, Colour Me (1998), verandert het lichaam van Searle van kleur. Ze is afwisselend bedekt met gemalen nootmuskaat, kaneel, kerrie en erwtenmeel. Alleen de gitzwarte ogen zijn onbedekt gebleven. Colour Me verwijst naar de geschiedenis van de VOC, slavenhandel en rassendiscriminatie. Door haar lichaam op een theatrale manier in te zetten laat Searle zien hoe etniciteit, sociale klasse en sekse met elkaar zijn verweven.

‘Identiteit’ is niet bepaald een origineel onderwerp in de hedendaagse kunst, sinds het ongeveer vijftien jaar geleden door curatoren die overal ter wereld biënnales organiseren prominent op de agenda werd gezet. De kunstwereld is inmiddels behoorlijk biënnalemoe aan het worden en de politiek-correcte retoriek van het feministische thema van identiteit is volstrekt uitgehold. Toch wil dit niet zeggen dat het niet langer relevant is. Integendeel, als we onze politici horen spreken lijkt de kwestie van identiteit relevanter dan ooit.

Searle laat zien hoe belangrijk en urgent dit thema is. De artistieke keuze ervan is, zoals dat vaak gaat, bepaald door haar persoonlijke geschiedenis. Searle is een kind van een zwart-Afrikaanse, islamitische moeder en een blanke vader van Duits/Engelse afkomst. Ze is streng katholiek opgevoed. Toen haar moeder zich met haar huwelijk tot het katholicisme bekeerde, deed haar moslimfamilie haar in de ban.

„Wat mij interesseert zijn begrippen als ambiguïteit en veranderlijkheid in relatie tot het idee van identiteit”, zegt Searle over haar werk. „De verschillende individuele posities die we innemen zijn altijd vloeibaar.” Daarin heeft zij volkomen gelijk. Ook al wordt in het maatschappelijk verkeer van ons gevraagd dat we één identiteit uitdragen, in werkelijkheid kent ons ‘personage’ vele verschillende manifestaties. Op verschillende momenten, in verschillende omgevingen, zijn we andere mensen.

Searle speelt met het gegeven dat zij een ‘kleurling’ is, ze thematiseert de permanente gedaanteverwisseling die haar werkelijke identiteit is. Zij belichaamt de nomade, de vluchteling, de migrant, en al doende toont zij ons een complex en hybride zelfbeeld dat, hoe exotisch of sprookjesachtig het er ook uit mag zien, herkenning oproept.

De tentoonstelling is genoemd naar Searles meest recente werk, het videodrieluik Interlaced, met een film van ruim acht minuten. De compositie van Muyanga is een onderdeel van het werk. De beelden, die met verschillende camera’s zijn opgenomen en gelijktijdig worden vertoond, zijn betoverend. We zien een gotische zaal met houten gewelven, verlicht door kroonluchters en rijk gedecoreerd met schilderingen in vergulde omlijstingen, sculpturen en kleurige wapenschilden. In deze zaal staat, tussen lange rijen met lege stoelen, een roerloze figuur die volledig bedekt is door een ruime gouden mantel. De plooien van de blinkende pij liggen op de vloer gedrapeerd, zoals de plooien van een mantel in een vijftiende-eeuws schilderij. Dan glijdt de mantel als glinsterend water van het lichaam af en komt een in zwart geklede vrouw tevoorschijn. Het is een metamorfose van een ‘pleurant’, een gebeeldhouwde treurende grafsculptuur, in een zwarte Madonna.

Searle draagt een gewaad van doorzichtig zwart kant. Met twee handen, die goud zijn geverfd, trekt zij het kant als een sluier over het hoofd, een gebaar van rouw en inkeer. Vervolgens trekt zij de sluier verder over haar hoofd, naar beneden, totdat ze daar staat met een vrijwel naakt bovenlichaam. De bewegingen zijn langzaam, als van een plechtig ritueel. De verlichting, de kanten stof waar doorheen de huid is te zien, het zwart en goud, de trage handeling, het is alles van een grote sensualiteit. Welk ritueel hier wordt uitgevoerd is niet duidelijk, maar de associaties zijn talrijk. De donkere vrouw verschijnt in een semipublieke ruimte voor een congregatie van mensen die afwezig zijn, het is een soort openbare boetedoening. Maar het kan ook een klaagzang zijn, of een aanklacht, of een terechtstelling. In feite betekent het kunstwerk dit alles tegelijk.

Toen Searle door het Cultuurcentrum Brugge en het Arnhemse museum werd uitgenodigd om in Brugge een nieuw werk te maken, koos zij als locatie de Gotische Zaal op de tweede verdieping van het stadhuis. Strikt genomen is dit geen gotische, maar een neogotische zaal. De tweede koning van België, Leopold II, wijdde in 1905 de gerenoveerde zaal ter gelegenheid van de viering van de 75-jarige onafhankelijkheid van zijn land. Onder zijn bewind is de Belgische kolonie, nu de Democratische Republiek Congo geheten, geplunderd en zijn de inwoners mishandeld en te werk gesteld in rubberplantages. ‘Congo-vrijstaat’ heette het land toen, omdat Leopold II het immers, met behulp van de missie, bevrijd had van ‘Arabische’ slavenhandelaren. De laatnegentiende-eeuwse wandschilderingen en het beeldhouwwerk van de vergaderzaal verbeelden, naast taferelen uit het Nieuwe Testament en patroonheiligen en feodale bestuurders van Brugge, de roemrijke geschiedenis van de stad, een geschiedenis van kooplieden, middeleeuwse gilden en kunstenaars. De deuren worden geflankeerd door Vlaamse leeuwen.

Zo blijkt Interlaced vooral een stille aanklacht te zijn tegen historische en hedendaagse gebeurtenissen. In een van de catalogusteksten wordt de feministische schrijfster en filosofe Julia Kristeva (1942) geciteerd: „Het vreemde is in mij en dus zijn wij allen vreemden. Als ik vreemdeling ben, bestaan er geen vreemdelingen.” Een mooie uitspraak, die feitelijk ook een bijbelse uitspraak is. Volgens het christelijke principe zijn wij allen vreemdelingen op aarde. Deze wijsheid lijkt vergeten te zijn, maar Searle brengt ons die met grote overtuigingskracht opnieuw in herinnering.

Berni Searle: Interlaced. T/m 16/10 in Museum voor Moderne Kunst, Utrechtseweg 87, Arnhem. Inl: mmkarnhem.nl.

    • Janneke Wesseling