Medische wetenschap is geen exacte wetenschap

Een onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van Zorgverzekeraars Nederland heeft opmerkelijke verschillen tussen de ziekenhuizen aan het licht gebracht. Bij dezelfde kwaal wordt er in het ene ziekenhuis veel vaker naar het chirurgische mes gegrepen dan in het andere.

In Steenwijk en omgeving worden 85 op de 100.000 inwoners aan een hernia geopereerd; in Utrecht minder dan 46 op de 100.000. In Oost- Groningen en Oost-Drenthe worden aanzienlijk meer patiënten via een operatieve ingreep van hun spataderen afgeholpen dan in Overijssel. Dit zijn maar enkele voorbeelden uit een veel grotere reeks. Sommige operaties komen in de ene regio 2 tot 5,5 maal vaker voor dan in de andere regio, concludeert Zorgverzekeraars Nederland. Behalve bij rughernia en spataderen zijn de verschillen het grootst bij vaatvernauwing in de benen, beknelde polszenuw en goedaardige prostaatvergroting.

Het is niet erg waarschijnlijk dat Utrechters veel minder aanleg hebben om een hernia op te lopen dan Steenwijkers. Er moeten dus andere oorzaken in het spel zijn ter verklaring van de grote verschillen in de aantallen operaties.

Zo’n verklaring kan wellicht zijn dat het ene ziekenhuis bij ontwikkelingen in de medische wetenschap meer vooroploopt dan het andere. Dat zou het geval kunnen zijn bij liesbreuken waarvoor kijkoperaties tegenwoordig vaak afdoende blijken en het mes dus op zak kan blijven. Maar het valt ook niet uit te sluiten dat verkeerde prikkels specialisten tot onnodige ingrepen verleiden. Zolang zij meer verdienen naarmate ze meer verrichtingen uitvoeren, is dat risico aanwezig.

Het is goed dat Zorgverzekeraars Nederland dit onderzoek, aan de hand van declaraties van de specialisten, heeft laten uitvoeren. De brancheorganisatie heeft vanzelfsprekend belang bij kostenbeheersing in de zorg. Het tegengaan van mogelijk overbodige operaties kan daaraan bijdragen. Kostenbeheersing is trouwens een algemeen belang: van de overheid en van alle burgers die ziektekostenpremies betalen. Daarom is nader onderzoek nodig. De verschillen in aantallen operatieve ingrepen zijn nu aangetoond, maar nog niet verklaard.

Eén conclusie spreekt alvast voor zich: medische wetenschap is geen exacte wetenschap. Het diagnostisch oog doet ertoe; dat de ene arts anders oordeelt over de noodzaak van een ingreep dan de andere hoort bij het mensenwerk. Protocollen kunnen niet het individuele oordeel van een medisch specialist verdringen.

Maar ziekenhuizen en medisch specialisten kunnen het nu gepresenteerde onderzoek niet naast zich neerleggen. Al was het maar uit vakmatige interesse waarom hun collega’s in een andere regio wel een operatie verrichten die zij zelf overbodig achten. En omdat kostenbeheersing uiteindelijk ook hun belang is.