Kamperen aan de grens met koffie en geweren

Na tien dagen is het einde van het handelsconflict tussen Servië en Kosovo niet in zicht.

De sfeer aan de grens is kalm, maar ook wat grimmig.

Amerikaanse NAVO-militairen voeren controles uit bij de grenspost van Jarinje. "De situatie is explosief." Foto Reuters U.S. NATO soldiers control the road near the Serbia-Kosovo border crossing in Jarinje July 28, 2011. A deadly flare-up of violence in Kosovo's Serbian-populated north has sent tensions with Belgrade soaring and prompted a stern intervention from the European Union. On Wednesday, armed Serbs attacked and burned down the Jarinje border post and fired at members of NATO's KFOR peacekeeping force. REUTERS/Stringer (KOSOVO - Tags: CIVIL UNREST MILITARY POLITICS) SERBIA OUT. NO COMMERCIAL OR EDITORIAL SALES IN SERBIA REUTERS

De locatie van de blokkade is goed gekozen. Pal naast een handel in bouwmaterialen. Met metalen balken, cement en een heftruck bezetten Serviërs in het noorden van Kosovo de weg vlakbij de grensovergang Jarinje.

Het conflict over de grens, waarbij vorige week zelfs bloed vloeide, gaat vandaag de tiende dag in, maar een oplossing is niet in zicht.

Lokale Serviërs erkennen de grens niet, wat hen betreft is Kosovo gewoon nog een provincie van Servië. En dat de Kosovaarse regering in Pristina daar heel anders over denkt, kan ze niets schelen.

Om de tien meter staat een obstakel: een flinke berg grind, een machine voor wegenbouw, een stapel banden, brandhout en een truck met op de zij-flap vier posters van de Russische premier Vladimir Poetin. Want ook Moskou erkent Kosovo niet als onafhankelijke staat en steunt het verzet tegen de afscheiding van de vroegere Servische provincie.

’s Avonds om half tien wordt de heftruck gebruikt om een overdag in elkaar gelast groot ijzeren kruis rechtop te zetten in een gat in de weg. Een orthodoxe priester komt er voor de symboliek bij helpen. Er volgt een slap applausje van de tientallen omstanders. De makers van het kruis zijn leden van Servische extreem nationalistische organisaties, die de afgelopen dagen vanuit Servië naar Kosovo zijn gereisd, om het protest te ondersteunen. Maar lang niet alle burgers die meedoen aan de blokkade zijn blij met hun aanwezigheid.

„Weekendstrijders” noemt de Servische onderhandelaar Borislav Stefanovic ze denigrerend. Het is een term uit de jaren negentig, die staat voor fanatiekelingen die in het weekend afreizen naar conflictgebieden en daar vaak weinig goeds doen. Stefanovic en ook de Servische minister voor Kosovo riepen burgers de afgelopen dagen op te volharden in hun vreedzame protest, maar verre te blijven van extremisten.

Burgers uit de omgeving draaien diensten bij de wegversperringen, waar tenten en parasols staan tegen de zon. Een groep vrouwen zit verveeld bij elkaar, ieder op een grote rode baksteen. Ze hebben een campinggasje voor koffie. „We zitten gewoon op ons land”, zegt Jelena. Van politiek heeft ze nooit iets moeten hebben, zegt ze desgevraagd, maar de dag dat Kosovo-Albanese politici en politie in haar deel van Kosovo de dienst uitmaken wil ze niet meemaken.

Onderhandelingen met de NAVO-geleide Kosovo Force (KFOR) en via EU-bemiddelaar Robert Cooper zijn tot nu toe op niets uitgelopen. Cooper sprak maandag met Servische vertegenwoordigers en dinsdag in de Kosovaarse hoofdstad Pristina met onder meer de Kosovaarse premier Hashim Thaci. Hij keerde later die dag onverrichter zake terug naar Brussel.

Serviërs dringen aan op terugkeer naar de situatie van vóór vorige week maandag, toen Servische leden van de Kosovaarse politie onder begeleiding van EU-politie de twee grensovergangen controleerden. Pristina wilde daaraan een einde maken, omdat deze grenswachters een door de Kosovaarse autoriteiten afgekondigd importverbod op Servische goederen niet handhaafden. Het leidde vorige week tot kleine veldslagen aan de grens, waarbij een Kosovaarse politieman werd gedood.

Thaci houdt voet bij stuk. Hij wil dat de soevereiniteit en territoriale integriteit van Kosovo wordt gerespecteerd. Alleen dan kan er wat hem betreft worden onderhandeld. Hij is ook boos dat Servische onderhandelaars het noorden van Kosovo zijn binnengegaan zonder toestemming van Pristina. Ze zijn volgens Thaci daarom illegaal in het land en zouden gearresteerd moeten worden.

Het gonst van de geruchten over dreigend geweld. Thaci vergaderde met al zijn veiligheidsmensen, waaronder de hoofden van de Kosovo Security Force, een licht bewapende macht die wordt gezien als het toekomstige leger. En in die delen van Kosovo met veel Serviërs dragen naar verluidt meer mensen wapens bij zich, of in de auto. Gisteren werden NAVO-soldaten in Jarinje beschoten door gewapende Serviërs. „De situatie is explosief”, zegt Momcilo Arlov, die voor een maatschappelijke organisatie in het Servische deel van de stad werkt. Bij de blokkades zijn vandaag geen wapens te zien. Iedereen benadrukt de vreedzame sfeer.

De NAVO besloot eerder deze week niettemin om zes- à zevenhonderd man extra naar Kosovo te sturen. Nu is de internationale troepenmacht KFOR al bijna zesduizend man sterk. Volgens een woordvoerder is de versterking nodig om intensiever aan de grens te kunnen controleren. Onbemande blokkades zijn door de NAVO met bulldozers aan de kant geschoven, maar de plekken waar burgers zitten zijn tot nu toe met rust gelaten. De Serviërs onder de parasols bij de barricaden maken voorlopig geen aanstalten te vertrekken.