'In dit klimaat kan ik niet denken'

Acteur Pierre Bokma heeft zijn werkterrein verplaatst naar Duitsland. Hij maakt er deel uit van de Münchner Kammerspiele en speelt een rol in de film Schlafkrankheit.

Pierre Bokma: "Duitse acteurs zijn goed [...] Bij ons is het vaak minder." Foto Roger Cremers Nederland, Rotterdam, 02-08-2011 Pierre Bokma, acteur PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS

Het is zomer in de straten van de Beierse hoofdstad München. Aan het terras van Das blaue Haus – een café aan de achterkant van de Münchner Kammerspiele – trekken opmerkelijk veel luxe cabrio’s en stadsjeeps voorbij. Middelbare mannen op luidruchtige motorfietsen maken de blits. „Ik denk dat heel wat van die mannen hun bestaan in München best zouden willen verruilen voor een lekker leven in Thailand”, zegt Pierre Bokma (55), als acteur sinds vorig jaar verbonden aan de Kammerspiele, het belangrijkste dramatheater van de stad.

München oogt welvarend. „Dit is een brandpunt van welverzorgde, weldoordachte, redelijk bescheiden grootindustriëlen en rijke families”, weet Bokma. „Ze hebben de crisis glansrijk overleefd, omdat hun familiebedrijven geen schuld bij de bank hebben en ze hun zaak niet hebben uitverkocht aan hedgefondsen. Ze zijn rijk en laten dat zien.”

Nederlands meest prominente toneelacteur heeft zich nog niet metterwoon in München gevestigd, al heeft hij bij de Münchner Kammerspiele voor het eerst sinds hij in 2004 bij Toneelgroep Amsterdam vertrok weer onderdak bij een ensemble gevonden. Dat heeft hij gemist toen hij de afgelopen jaren in Nederland van gezelschap naar gezelschap dwaalde, vertelt hij. „Eén hersencel is niets, veel cellen vormen samen een brein. Het kost ook zoveel tijd om je bij elk gelegenheidsgezelschap iedere keer weer te moeten afvragen wie welke noten op zijn zang heeft.”

Bij de Münchner Kammerspiele heeft hij een contract voor twee jaar, met een optie om in het derde ‘vast’ te worden. Die ‘open’ formule zint hem wel, want hij zou nu nog niet bereid zijn definitief Nederland voor Duitsland te verruilen. Hij wil ook in Nederland blijven werken. „Ik wil hier niet wonen, omdat ik in de buurt van mijn drie kinderen wil zijn, die in Amsterdam en Rotterdam wonen”, zegt Bokma. Een flat in München heeft hij dus nog niet, en hij behelpt zich met een gastenverblijf van het theater.

Een van zijn kinderen, Toto, voegt zich tijdens het gesprek bij ons, gevolgd door zijn moeder – beiden zijn op vakantie en doen München aan. Toto wil later ook toneelspeler worden, kondigt hij aan. Zijn vader maakt een opmerking over het grote belang van leraren die je talenten ontdekken en stuurt Toto met zijn bankkaart op pad om geld uit de automaat te halen. In München spuwen geldautomaten wél biljetten van honderd.

Aanleiding tot de ontmoeting is het uitkomen in de Nederlandse bioscoop van de Duitse film Schlafkrankheit. Die film is goed ontvangen, maar hoofdrolspeler Bokma stoort zich aan het einde. „Bij de opnamen is er een monoloog opgenomen, die duidelijk maakt waarom de hoofdpersoon zijn vrouw en kind in de steek laat en in Afrika blijft hangen als zijn gezin naar Europa terugkeert.” Dat stuk zit niet in de gemonteerde film, zodat de teloorgang van de door Bokma gespeelde arts een beetje in de lucht blijft hangen.

Evengoed geeft de film wel lijf en leden aan het thema van de blanke man in de tropen. „Je hebt hetzelfde in Indonesië, heb ik gemerkt toen we daar in de jaren negentig opnamen maakten voor de tv-serie Gordel van Smaragd: mannen die nooit meer wegkomen, de met de temperaturen samenhangende armoede, de wetteloosheid – als je maar geld hebt kun je alles maken – en de voorraad jonge vrouwen is eindeloos. Daar gaat het om. Overal vind je dat.”

Bokma kan zich wel vinden in het zeer kritische beeld van ontwikkelingshulp in de film – als zijnde weggegooid geld dat in verkeerde zakken verdwijnt en lui maakt. „Apathie en lethargie allerwegen. De ene dictator wisselt de andere af. De opnamen waren in Kameroen, en daar heb ik lokale politieke activisten ontmoet die zeiden: hou in Godsnaam op met dat geld geven.”

VVD-veteraan Frits Bolkestein heeft onlangs voorgesteld om de Nederlandse bezuinigingen op kunst ongedaan te maken en het geld daarvoor weg te halen bij Ontwikkelingssamenwerking. Ziet Bokma daar iets in? „Kletskoek. Het is daar in Afrika toch een puinhoop, dus laten we het maar aan die sufferds in Nederland geven? Dat is een drogreden, dat is moreel niet in orde.”

De stemming in Nederland maakt heftige gevoelens in hem los. „De crisis van nu is precies waar het theater zo vaak voor gewaarschuwd heeft: geld is niet alles. Dat wij nu de rekening krijgen gepresenteerd, vind ik van een extreme domheid. Het is angst – alleen mensen die rechts zijn, zijn extreem angstig. Je afzonderen, isoleren, afstoten – allemaal het domste wat je kunt doen. Ach, soms laat de Heer zijn gesel neerdalen – domheid is een gesel Gods – dus we zullen het wel verdiend hebben. Misschien hebben we het te gemakkelijk gehad.”

Hij zou er nooit aan begonnen zijn, in München, wanneer de Nederlandse regisseur Johan Simons, met ingang van het afgelopen seizoen intendant van de Münchner Kammerspiele, hem niet gevraagd had. „Johan heeft geheime, moeilijk te omschrijven ideeën over theater – heel basic en tegelijkertijd extreem, lichamelijk en met vileine poëzie, verweven met politieke statements. Alleen binnen dat spanningsveld kun je werken.” Tot nu toe stond Bokma in Hotel Savoy, Simons openingsvoorstelling als intendant in München. De repetities voor E la nave va, naar de film van Fellini, waarmee Simons in september zijn tweede seizoen begint, zijn gaande.

Naar de Kammerspiele kijkt Bokma met een bewonderende, antropologische blik. „Het is in Duitsland zo: je hebt de intendant, de vice-intendant, de regisseur en die zeggen wat de acteurs moeten doen. Het is voor de Duitse acteurs ongekend dat Johan Simons verwacht dat ze meedenken.” Duitse acteurs zijn erg goed, valt hem op: „In Nederland heb je vaak zes bovenaan in het gezelschap, en dan is de rest minder. Daar is hier geen sprake van. Net als vroeger bij ons, vallen er veel meer studenten af op toneelopleidingen.”

Duits publiek komt, vaker dan in Nederland, voor een bepaalde acteur naar het theater. Zo’n sterstatus, zou dat Bokma iets lijken? „Ik hoop niet dat dat gebeurt. Ik hoop ook zo’n status in Nederland niet te hebben. Ik houd er niet van, ik vind die druk vervelend.”

Het afgelopen seizoen heeft hij in Nederland ook op de planken gestaan, in Alex van Warmerdams Bij het kanaal naar links bijvoorbeeld. „Van Warmerdam is net zo’n fantastische regisseur als Simons.” Bij het kanaal naar links is naar de mening van Bokma, die in het stuk een corrupte wethouder speelt, een onderschatte voorstelling. „Voor het eerst heeft Van Warmerdam zich niet beperkt tot de absurdistische schildering van de dingen, maar een politieke statement gemaakt.”

Ook was hij op de televisie in het derde seizoen van de remake van de tv-serie Schaep met de vijf poten, maar hij vraagt zich af of hij zin heeft in een vierde seizoen dat nu gepland wordt. „We hadden een geweldige cast, maar ik twijfel over de komende verhalen.” Is een komische serie als Het Schaep niet een wat bescheiden opdracht voor een acteur die bijvoorbeeld in stukken van Shakespeare schittert als geen ander? Bokma kijkt na deze vraag onbegrijpend: „Ik moet ergens in geloven, en dan ga ik ervoor.”

Bokma is nu – naar veler mening – de grootste levende Nederlandse acteur. Bedrukt het hem niet dat theater vergankelijk is? Over vijftig jaar weet niemand meer hoe dat was, Bokma op het toneel.

„Theater is de meest toegankelijke van alle kunstvormen”, meent hij. „Als je een film voor de tweede keer gaat bekijken, is hij nog net zo. Maar toneel is elke keer anders, en ook veel directer. Je kunt als toeschouwer het idee hebben dat je zo zou kunnen ingrijpen, bij wijze van spreken. Die directheid brengt, als het goed gaat, bij de toeschouwer een nano-verschuiving in het denken teweeg – als dat lukt is de voorstelling geslaagd. Geen enkele andere kunstvorm kan dat zo. Maar de prijs voor die directheid is de vergankelijkheid. Als het voorbij is, is het voorbij.”

In Nederland worden toneelproducties vaak na de première een aantal weken of maanden gespeeld, en verdwijnen dan van het repertoire. Dat is in Duitsland anders: de Kammerspiele houden een stuk soms zes, zeven jaar op het repertoire, misschien één, twee keer per maand. Naarmate hij in München in meer producties staat, zal hem dat meer agendaproblemen opleveren, wil hij ook in Nederland op de planken blijven staan, vermoedt Bokma.

En dan die sfeer in Nederland: „Ik kan in zo’n rechts klimaat niet meedenken, ik heb geen verweer tegen stompzinnigheid.” Maar het theater in Nederland zal overleven, daar is hij van overtuigd, ook zonder geld. „Kunst overleeft altijd, begint steeds opnieuw. Desnoods gaan we weer terug naar de trappen van de kerk, waar het allemaal ooit is begonnen.”

‘Schlafkrankheit’ draait sinds deze week in de Nederlandse bioscopen. ‘E la nave va’ van Johan Simons gaat 29 sept in première bij de Münchner Kammerspiele.

    • Raymond van den Boogaard