Hiroshima's Ground Zero op foto's en verstript

Van de atoomaanval op Hiroshima, zaterdag 66 jaar geleden, werden nauwelijks foto’s in omloop gebracht. Toch zijn ze er wel, zo blijkt op een expositie in New York.

Verwrongen stalen constructie van de Odamasa-winkel in Hiroshima, 20 november 1945. Foto US Strategic Bombing Survey / ICP

Tussen de ruïnes is geen mens te zien – maar wel hun sporen. Op een trap ligt het vage silhouet van een man die daar stond toen de atoombom ontplofte, op 6 augustus 1945. De felle lichtflits verbrandde het steen om hem heen, de vuurbal van de explosie deed de man zelf verdampen. Op een brug tekenen twee benen zich af tegen het verschroeide asfalt; iemand heeft de omtrek van de voeten in krijt op het wegdek getekend, met een pijl erbij: ‘Direction of blast’.

Aan de hand van dergelijke flash marks konden de leden van de US Strategic Bombing Survey naderhand precies bepalen waar de bom was ontploft: de eerste Ground Zero. Er was trouwens ook een Air Zero, op zo’n tweeduizend voet hoogte. Volgende maand herdenkt New York een recente Ground Zero. Maar anders dan tien jaar geleden bij 9/11, waarvan de beelden ons in het geheugen gegrift staan, zijn er van de atoomaanval op Hiroshima en Nagasaki en de periode daarna, nauwelijks foto’s in omloop gekomen. Zo weinig, dat de schrijfster Mary McCarthy het in 1946 heeft over deze wereldschokkende gebeurtenis als „een gat in de geschiedenis”.

De Amerikanen weten welbewust te verhinderen dat beelden het grote publiek bereiken. President Truman stuurt aan de hoofdredacties van kranten en omroepen een vertrouwelijke verzoek om niets over de bom te publiceren, vooral niet het „operationele gebruik” ervan. De officiële reden: Er zal niets gedrukt worden dat de openbare rust kan verstoren.

Er zijn wél foto’s. In de periode na Little Boy en Fat Man, zoals de atoombommen liefkozend door Amerikanen worden genoemd, wemelt het in Hiroshima van de onderzoekers uit diverse landen en, in de beperkte mate, ook pers. Amerika zelf stuurt duizend man, burgers en militairen, die voor de nieuwe US Strategic Bombing Survey de gevolgen van de bom moeten bestuderen. Zeven van hen zijn fotografen, van de Physical Damage Division van de Bombing Survey. Tussen 14 oktober en 26 november 1945 maken zij ruim honderd foto’s. Die worden jarenlang als staatsgeheim aangemerkt, net als het rapport dat in 1947 verschijnt.

Van die foto’s is nu een selectie te zien in het International Center of Photography in New York. Het zijn emotieloze, nauwgezette foto’s die systematisch de schade inventariseren in de Japanse havenstad die, in de woorden van de later beroemde econoom John Kenneth Galbraith, was veranderd in „een stad van as en schoorstenen”. Het leed is impliciet, onzichtbaar achter de gescheurde wanden, het verwrongen staal, de leeggeblazen vlaktes.

Achteraf blijkt dat Hiroshima de ideale proeftuin was. Het is er vlak, dichtbevolkt en er staan veel verschillende soorten gebouwen, variërend van stevig baksteen en beton tot golfplaat en het traditionele hout. De opdracht van de fotografen van de Strategic Bombing Survey was het registreren en analyseren van de effecten van de bom op gebouwen, bruggen en wegen. Die kennis was van meer dan wetenschappelijke betekenis: daarmee kon Amerika zich voorbereiden op een eventuele atoomaanval op eigen bodem. De Tweede Wereldoorlog was amper voorbij of de Koude Oorlog diende zich al aan.

Het verhaal achter de vondst van de foto’s is een wonderlijke aaneenschakeling van toevalligheden. In de catalogus beschrijft BBC-documentairemaker Adam Harrison Levy die bizarre reeks toevalligheden die tot deze tentoonstelling heeft geleid (zie kader). Levy volgt al sinds 2003 het spoor van de foto’s, die een luitenant Robert Corsbie uit Japan mee naar huis nam na zijn werk bij de Physical Damage Division.

Hiroshima zette Amerika aan het denken over de vraag wat een atoombom in eigen land zou aanrichten. Luitenant Corsbie wijdde de rest van zijn carrière als hoofdarchitect bij de Atomic Energy Commission aan burgerbescherming. Amerika moest bombestendig worden, vond hij. Corsbie concludeerde dat er steviger gebouwd moest worden, en dat de fabrieken en krachtcentrales dichter tussen andere bebouwing moesten staan.

Het onderwerp sprak destijds tot de verbeelding van een angstig maar ook verlekkerd publiek. De gebeurtenissen zijn echt en bewijzen de superioriteit van de Verenigde Staten, maar de gevolgen – de ontploffing zelf, de radioactieve fall-out en stralingsziekte later – zijn abstract, ver weg. In 1952 wijdt het tijdschrift Architectural Record een serieus artikel aan de vraag: ‘Bombestendige gebouwen: hoe praktisch zijn ze?’ Er doen ook steeds wildere aanvalsscenario’s de ronde. In 1949 drukt het weekblad Time een plattegrond van Washington af, inclusief het Witte Huis, het Pentagon en de National Gallery, met daaroverheen overlappende cirkels van nucleaire vernietiging. Het blad Collier’s laat in het artikel Hiroshima U.S.A. zijn verbeelding de vrije loop in een tekening in woeste kleuren van de Brooklyn Bridge die na een atoomaanval dramatisch instort.

Een nationaal programma ‘bombestendig bouwen’ is nooit echt op gang gekomen, wel kwam er aandacht voor schuilkelders die een atoomaanval zouden kunnen weerstaan. Luitenant Corsbie bleef er nuchter onder, blijkt uit een citaat van hem in de catalogus: „We moeten bereid zijn de concurrentie aan te gaan met al die anderen in onze samenleving die nieuwe scholen verkopen, nieuwe auto’s, tandpasta, vakanties, sigaretten.”

Op de foto’s uit Hiroshima is het ijzingwekkend stil. Ze lijken neutraal, maar dat zijn ze geenszins. Ze zijn de uitdrukking van Amerika’s politieke en nationale agenda. In feite hebben ze niets met Hiroshima te maken, de stad is hooguit het toneel waarop het experiment zich heeft afgespeeld. Ze zijn gemaakt om Amerika te helpen een nog krachtiger bom te ontwikkelen en om de eigen steden en bevolking beter te beschermen. De overwinningsroes en de angst komen erin samen: op het moment dat Amerika de totale overwinning boekt, wordt het zich pijnlijk bewust van de eigen kwetsbaarheid.

Hiroshima: Ground Zero 1945, t/m 28/8 in International Center of Photography, New York, www.icp.org, Catalogus $ 68. Korte film op vimeo.com/icpnyc.