Het Wimbledon van Friese kaatssport

De PC in het Friese Franeker is elk jaar het hoogtepunt van het kaatsseizoen. De oudste Nederlandse sportklassieker is nog steeds een bolwerk van tradities. „In de steden heeft de sport het moeilijk.”

De dei is begûn! Uit de tribunes rond Sjukelân, het beroemde kaatsveld van Franeker, stijgt een uitbundig gejuich op. De plaatselijke harmonie zet prompt het Friese volkslied in. Het publiek staat aarzelend op en valt gaandeweg in. De PC- kaatswedstrijd in Franeker, de oudste jaarlijkse sportklassieker van Nederland, is op dezelfde manier begonnen als alle voorgaande edities.

Met tienduizend toeschouwers is de wedstrijddag in Frjentsjer veruit de populairste kaatswedstrijd van het seizoen. Hier strijden elk jaar op de vijfde woensdag na 30 juni de zestien beste ploegen om de titel. Een kaatsploeg of partuur bestaat uit drie spelers. Op het einde van de dag wordt de beste speler van de winnende ploeg onderscheiden. Hij wordt de PC-koning, en mag een jaar een zilveren bal als trofee in bezit houden.

„De PC is het Wimbledon van het kaatsen”, stelt Johannes Westra, voorzitter van de organiserende Permanente Commissie. „Het is de wedstrijd met de meeste toeschouwers en de langste traditie. Iedere grote kaatser moet de PC eens gewonnen hebben. Kaatsers die hier mogen deelnemen zijn ‘Bekende Friezen’. Kaatsers die hier winnen, zijn voor de rest van hun leven volkshelden”.

Kaatsen is een sport met een roemrucht verleden. In 1900 was kaatsen een olympische discipline. Tijdens de Spelen van Barcelona 1992 was pelota, de Baskische variant van het Friese kaatsen, een demonstratiesport. „Maar ik zie kaatsen niet direct weer een olympische sport worden,” zegt NOC*NSF-voorzitter André Bolhuis. „Er zijn te veel verschillende spelvarianten. De sport is ook niet mondiaal genoeg. Je moet van kaatsen ook niet uit alle macht een olympische sport willen maken. Het is toch prachtig zoals het nu is?”

Ook al is het geen mondiale sport, toch gaat het goed met het kaatsen in Friesland. „Kaatsen is populair in de streken waar aardappelen verbouwd worden en koeien gehouden”, zegt Westra. „In de dorpen is het nog steeds populair bij de jeugd. In de steden heeft de sport het moeilijk. Ik denk dat het ermee te maken heeft dat in dorpen meer samenhorigheid bestaat. Er zijn dorpen waar iedereen kaatst. Stedelingen zijn doorgaans individualistischer”.

Ook het Wimbledon van het kaatsen staat bol van de tradities. Het gras in Franeker is heilig. Naast en rond het veld mogen mensen op elk moment gaan en staan waar ze willen. Maar het gras mag tijdens de wedstrijden onder geen beding worden betreden. Ook de veelal experimentele hoeden van enkele echtgenotes van de commissieleden doen aan het chique Londense tennistoernooi denken.

Maar de sfeer in Franeker is veel gemoedelijker dan op Wimbledon. Het lokale Stedelijke Muziekcorps speelt aan een stuk door. Op de tribunes klinkt permanent geroezemoes. Ook heeft de PC een broertje dood aan commercialisering. Op de borden rond het kaatsveld zijn geen reclameborden te bespeuren. Alleen de shirts dragen subtiel het embleem van de hoofdsponsor.

Waar kaatsen op het eerste zicht een vredevol tijdverdrijf lijkt, gaat het er op het speelveld bikkelhard aan toe. De bewegingen van de spelers zijn vinnig, de slagen krachtig. Kaatsers keilen de harde leren balletjes vaak meters hoog over de tribunes. De spelers jennen hun tegenstanders onophoudelijk. Na een misser klinkt luid gevloek. Twijfelachtige arbitrale beslissingen zorgen voor eindeloos gekissebis tussen spelers en scheidsrechters. Het publiek wordt voortdurend opgejut, en geniet met volle teugen.

Wanneer de partuur van Gert-Anne van der Bos, de winnaar van vorig jaar, het gras betreedt, verstomt het gemompel. Het gaat Van der Bos en de zijnen niet voor de wind in de eerste twee wedstrijden. Vooral in de kwartfinale komen de topfavorieten zwaar in de problemen. Even lijkt de winnende ploeg van vorig jaar te bezwijken onder de druk, maar met enkele atletische terugslagen van Taeke Triemstra haalt het trio toch de volgende ronde. In de twee laatste wedstrijden hervindt het drietal zijn vorm van weleer, en walst het over de vermoeide tegenstand heen.

De benoeming van de nieuwe koning is een dubbeltje op zijn kant. Van der Bos en Triemstra zijn aan elkaar gewaagd geweest. Triemstra redde zijn ploeg in de eerste twee wedstrijden, Van der Bos was in de finale onstuitbaar. Uiteindelijk gaat de zilveren bal naar de 31-jarige Daniël Iseger, het oudste teamlid. Hij won het kleinood al in 2004.

Waarom juist hij de komende twaalf maanden de koningstitel zal voeren, zullen we nooit weten. De identiteit van de stemmende commissieleden wordt angstvallig geheimgehouden. Was de stemming in ex aequo geëindigd en leek Iseger het meest aanvaardbare compromis? Werd Iseger beloond voor zijn speldoorzicht? Is de 22-jarige Van der Bos te jong om de koningstitel drie keer op rij te winnen, iets waarin nog nooit iemand is geslaagd?

We zullen het dus nooit weten. De Friezen trekken het zich niet aan dat de minste van de drie tot koning werd uitgeroepen. Zulke discutabele beslissingen zijn voer voor discussies en verhalen achteraf. Voor de komende jaren, op de vijfde woensdag na 30 juni.

    • Jeroen Zuallaert