Ergste hongersnood in twintig jaar

In een gebied van Djibouti tot Kenia dreigt ondervoeding voor 12,4 miljoen mensen. 2,8 miljoen verkeren in acute nood, vele kinderen zijn niet meer te redden. Maar een verrassing is de ramp niet: het scenario lag al klaar.

De Verenigde Naties verwachten dat de honger in de Hoorn van Afrika zich snel verder zal verspreiden. Eerder al werd officieel een hongersnood uitgeroepen in twee Somalische regio’s, gisteren kwamen er drie bij. De wereld moet onmiddellijk ingrijpen, vindt Valerie Amos, ondersecretaris-generaal van de VN voor humanitaire hulp, anders volgen zeker nog meer regio’s.

Om van een hongersnood te spreken moet ten minste een vijfde van de bevolking in een gebied minder dan 2.100 kcal aan voedingswaarde (de dagelijkse behoefte van een volwassene) per dag binnen krijgen en 30 procent van de kinderen moet acuut ondervoed zijn.

Daarnaast moeten twee van de 10.000 mensen of vier van de 10.000 kinderen die dagelijks sterven, omkomen door voedselgebrek.

„Op basis van de laatste gegevens van onze partners die bij de voedselvoorziening betrokken zijn, is de verwachting dat in de komende maanden de situatie verslechtert”, zei woordvoeder Fatoumata Lejeune-Kaba van de vluchtelingenorganisatie UNHCR begin deze week. „We krijgen de cijfers van de Food Security and Nutrition Analysis Unit, die ze baseert op het huidige niveau van ondervoeding, het dodental, en de combinatie van hogere voedselprijzen en uitzonderlijke droogte.”

Zo buitelen de feiten over elkaar heen. In een gebied dat zich uitstrekt van Djibouti tot Kenia dreigt ondervoeding voor 12,4 miljoen mensen. Zo’n 2,8 miljoen mensen verkeren in acute nood. De helft van alle kinderen in Somalië is ernstig ondervoed, duizenden jonge kinderen zijn al gestorven of niet meer te redden.

Het gebied wordt geteisterd door de ergste droogte sinds zestig jaar. Deze hongersnood is erger dan die in 1992.

Maar kloppen die feiten ook? Uit een evaluatie door de Refugee Policy Group van de hongersnood in 1991-1992 in hetzelfde gebied blijkt hoe moeilijk het is om precieze cijfers over zo’n ramp te krijgen.

In hun rapport Lives Lost, Lives Saved (1994) laten de onderzoekers zien dat zelfs schattingen van het inwonertal van Somalië ver uiteenlopen. „De onzekerheid over het aantal Somaliërs dat is gestorven, wordt versterkt door een fundamentelere onzekerheid over het aantal Somaliërs dat leefde voor de hongersnood”, schrijven de onderzoekers.

Het sterftecijfer onder normale omstandigheden is al niet meer dan een ruwe schatting, laat staan het cijfer onder zulke extreme omstandigheden.

Los daarvan zijn cijfers over slachtoffers van hongersnood in ontwikkelingslanden altijd nogal onbetrouwbaar. De onderzoekers wijzen bijvoorbeeld op de grote marge die wordt aangehouden in de statistieken van het dodental door de hongersnood in de Sahel-landen begin jaren zeventig van de vorige eeuw: 50.000 tot 150.000.

De Refugee Policy Group becijferde uiteindelijk dat er in 1992 ongeveer 5,1 miljoen mensen in Somalië leefden, van wie 4 miljoen in het getroffen gebied. Ongeveer 330.000 mensen dreigden te sterven door de honger. De voedselhulp die destijds op gang kwam redde zo’n 100.000 levens. Het dodental door de honger bedroeg dus ongeveer 230.000 mensen.

Het zijn abstracte getallen – net als die over de huidige crisis – en op zichzelf zijn ze misschien niet eens zo belangrijk, ware het niet dat het rapport leest als een kroniek van wat zich nu in Somalië afspeelt. De omstandigheden die destijds tot een ramp leidden, zijn bijna identiek aan die van nu. Ook toen werd Somalië geteisterd door een burgeroorlog. In grote delen van het land stortte de gezondheidszorg, die toch al niet veel voorstelde, volledig in. Kinderen werden niet langer ingeënt en zieken kregen geen hulp.

Water was steeds moeilijker beschikbaar, putten droogden op, irrigatiesystemen voor de landbouw werden vernietigd, hele oogsten gingen verloren, gereedschap dat nodig was om het land te bewerken werd gestolen door strijdende milities, in de steden raakten mensen werkloos en werd voedsel onbetaalbaar. Het schaarse eten dat er was, werd door de milities gestolen. En het laatste duwtje werd gegeven door een aanhoudende droogte.

Honderdduizenden Somaliërs sloegen op de vlucht. De plattelandsbevolking zocht haar toevlucht in de steden – vooral in de hoofdstad Mogadishu – op zoek naar eten en werk. De druk op de steden groeide en vooral de middenklasse, die nog een beetje geld had, vluchtte de grens over naar Kenia en Ethiopië.

Ook veel artsen ontvluchtten het land, waardoor het laatste restje gezondheidszorg verdween.

Chaos en ontwrichting van de samenleving was het gevolg. Cynisch gezegd, stierven veel Somaliërs aan ziektes als mazelen, diarree, cholera, tuberculose, hepatitis E en malaria, nog voordat ze de tijd kregen om te verhongeren.

Aan deze opeenvolging van gebeurtenissen voegen de onderzoekers nog één belangrijk cijfer toe: als de hulpverlening eerder op gang was gekomen, omvangrijker was geweest en deels anders van aard – bijvoorbeeld niet alleen gefocust op voedselhulp, maar ook op inentingsprogramma’s en andere medische hulp, en op tijdige inrichting van goed geoutilleerde opvangkampen – had 70 procent van de slachtoffers gered kunnen worden. Maar, erkennen de onderzoekers, „deze vragen raken eerder aan de politiek dan aan medische wetenschap”.

Ook deze keer was de wereld gewaarschuwd. Op de nieuwswebsite van het wetenschappelijk tijdschrift Nature schreef Chris Funk, onderzoeker van de Famine Early Warning Systems Network (FEWS NET) van het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingshulp, gisteren in een column dat ze de hongersnood in de Hoorn van Afrika al vorige zomer zagen aankomen.

Er was een La Niña op komst, een weersfenomeen dat in Oost-Afrika leidt tot droogte in de doorgaans natte periode van oktober tot december. En de opwarming van de Indische Oceaan zorgt in het gebied toch al voor minder regen tussen maart en juni. De voedselprijzen, nog zo’n signaal, waren exorbitant aan het stijgen. In delen van Kenia was zowel maïs als gierst in een jaar tijd 2,5 keer zo duur geworden. In Somalië was de waarde van een geit, meestal gebruikt om te ruilen tegen graan, in diezelfde periode gehalveerd.

FEWS NET heeft sindsdien herhaaldelijk gewaarschuwd. Recent nog op 7 juni: „Dit is de ernstigste voedselcrisis in de wereld, en de huidige humanitaire reactie is onvoldoende.” Diezelfde conclusie werd zeventien jaar geleden getrokken in Lives Lost, Lives Saved: „In feite ontbraken hulpmiddelen, de politieke wil en de vereiste inspanning toen die het meest nodig waren.”