Een toefje bos op loopafstand van natuur

Een op de drie Nederlanders woont op het platteland. Daarom deze zomer: de wereld van het dorp Opende. Vandaag: de campinghouder. „Zeven maanden werk je honderd uur per week.”

Campinghouder André Ruijtenberg en zijn vrouw zoeken "rust- en natuurzoekers. Goed opgeleide tweeverdieners." Foto Sake Elzinga Nederland - Opende - ( Groningen ) - 04-07-2011 Camping de Watermolen. Campinghouder Andre Ruijtenberg en zijn vrouw. Foto: Sake Elzinga

Hij woont met zijn rug naar het dorp. André Ruijtenberg, eigenaar van camping De Watermolen in Opende, 35 jaar.

Hij is opgegroeid op de camping van zijn ouders in het Zeeuwse Renesse. Hij kent niet anders dan het campingleven. Zijn broer heeft een „camping met strandbeleving” in Renesse. Dat André ooit zijn eigen camping zou hebben, stond van jongsaf aan vast.

Eerst leerde hij van de grote jongens. Hij werkte bij Roompot Parken. Als interim-manager bij Centerparcs in Zandvoort leidde hij een team van honderd mensen. In 2005 sloeg hij toe.

Hij zocht al langer een camping die te koop stond. De ene keer beviel hem de plaats niet. „Het moet wel passen. Het bedrijf is je leven. Zeven maanden van het jaar werk je honderd uur per week.” Meestal was de prijs te hoog.

De Watermolen was „niet veel meer dan een minicamping”. „Zonder bestrating. Het granieten terras leek wel een kerkhof. Bomen waren in vijftien jaar niet gesnoeid.” Het beheerdersechtpaar was maanden geleden met de noorderzon vertrokken. „Tot nader order gesloten”, stond er op de website.

André zag de mogelijkheden van het 12,5 hectare grote terrein. Met vismeer, zwemmeer en een toefje bos. Op loopafstand van natuurgebieden Jiltdijksheide en Douzumermieden. Een half uur rijden van Groningen. In een streek die toeristisch net tot ontwikkeling kwam.

Het eerste seizoen trok hij geen enkele gast. Buurtbewoners, met name nieuwkomers uit het westen, ageerden tegen uitbouw van de camping tot ‘een soort Centerparcs’. Intussen zijn ze wel gerustgesteld.

Hij heeft vergunning voor 105 chalets en 120 kampeerplaatsen op zijn terrein. Hij houdt het bij 50 chalets en 75 kampeerplaatsen. Zestig tot zeventig procent van het terrein blijft water en natuur.

Dat past bij het type vakantiegangers dat hij wil trekken. „Rust- en natuurzoekers. Goed opgeleide tweeverdieners. Met of zonder jonge kinderen. Mensen die houden van luxe. Goeie koffie. Vers broodje. Krant bij het ontbijt. We hebben geen bingo. Geen karaoke. Mensen die afscheidingen bouwen van lege bierkratjes voelen zich hier niet thuis.”

Van zijn collega’s in het dorp kent hij alleen de man van de grotere camping ’t Strandheem „die op gezinnen met tieners mikt”. Bij boerencamping Jiltdijksheide en minicampings De Kastanjeboom en Wijemaheerd is hij nooit geweest.

Met het dorp heeft hij niks te maken. Niemand met wie hij koffie of een biertje drinkt. „Geen behoefte aan.”

Hij heeft zijn handen vol aan zijn eigen dorp.

Dick Wittenberg

    • Dick Wittenberg