Eén hongereuro per kroket

Een restaurant in Vlissingen voert actie voor hulp aan Afrika. Klanten reageren verdeeld. „Ik hoef me niet te verantwoorden.”

De meeste gasten in restaurant Waterfront valt het blaadje voor Afrika op hun tafel niet eens op. Foto Rien Zilvold vlissingen eten voor africa bij restaurant waterfront foto nrc rien zilvold

Natuurlijk, zegt Adrienne Haeck tegen de serveerster. Samen met man Koos zit ze op het terras van restaurant Waterfront aan de boulevard in Vlissingen. Meeuwen krijsen. Zeeschepen schuiven voorbij. Natuurlijk geeft ze een euro voor Afrika. Maar is dat wel zo vanzelfsprekend? Nee dus, als ze er nog eens goed over nadenkt. Ze is steeds terughoudender geworden met geld overmaken naar goede doelen. Ze heeft „bedenkingen tegen een hoop hulporganisaties”.Komt het geld goed terecht? Helpt hulp echt?

„Je moet soms risico nemen”, rechtvaardigt ze alsnog haar gift. „Wat is nou een euro?” Ze rekent af: 6,75 euro, in plaats van 5,75 euro voor een cappuccino en een koffie.

Lunchtijd bij Waterfront. Zeventig tafels, 25 man personeel. De warme chocolademelk met slagroom is niet aan te slepen. Vakantiegangers bestellen frites met kroketten en mayonaise, een uitsmijter, een salade. Verse Zeeuwse mosselen is met 21,50 euro het duurste gerecht op de kaart.

De meeste gasten valt het geplastificeerde blaadje op hun tafel niet eens op. Een foto van een uitgemergelde peuter die met zijn vingers pap eet uit een kalebas. Daarboven: ‘Afrika sterft van de HONGER! Waterfront helpt! Helpt u ons?’ Daaronder: ‘1 EURO Actie! Bij ieder bezoek wordt er 1 euro onder ‘gift’ op uw rekening geboekt. Wilt u dit niet dan moet u dit kenbaar maken bij het afrekenen. Wij storten de giften op noodfonds Giro 555.’ Gisteren was de opbrengst 107 euro bij 230 betalingen. Weinig bezoekers maken bezwaar tegen de extra euro. Maar ze geven zonder enthousiasme. Zonder veel illusies. Ze plaatsen allemaal kanttekeningen, ventileren hun reserves. „Het is altijd wat in Afrika.”

Een familie uit Woudrichem op vakantie in Westkapelle. Opa en oma, vader en moeder, twee meisjes. Moeder heeft haar handen vol aan de jongste. „Nee, je kan die paraplu hier niet uitklappen. Je slaat iedereen raak. Zie je nou wel. Vanmiddag als het regent, mag je hem dragen. Moet ik je in de buggy zetten?”

Oma Van der Nat rekent af. „Doet u mee aan onze actie: een euro voor Afrika?”, vraagt de serveerster. Oma kijkt naar opa. „Willen wij dat?” „Doe maar wel”, beslist opa.

Maar eigenlijk, eigenlijk vindt opa Jan hulp aan de Hoorn van Afrika „dweilen met de kraan open”. Breek hem de bek niet open. Hij houdt niet meer op. Die honger is een politieke kwestie. Laat ze eerst de leiders van de betrokken landen aanpakken. Het landbouwbeleid in Ethiopië deugt niet. Dat heeft hij gelezen in Elsevier.

„En de islam is de grote boosdoener”, weet opa Jan. „Of je het nou eens bent met Geert Wilders of niet: hij slaat wel de spijker op de kop.”

Esther van der Horst uit Oudenbosch doet met dochter en ouders een dagje Vlissingen. Een euro kan ze als hardwerkende alleenstaande moeder nog wel missen. „Het is tenslotte eenmalig. Als die kinderen in Afrika er maar mee geholpen zijn. Dat is het belangrijkste.”

Pedro en Arlette Ventevogel, eigenaars van het restaurant, aarzelden geen moment toen de Samenwerkende Hulporganisaties hun actie voor Afrika aankondigden. Ze zien zichzelf als maatschappelijk betrokken ondernemers. Hun klanten hebben rijkelijk te eten en te drinken. „Dat maakt het contrast met de honger in Afrika wel erg groot”, zegt Pedro. „Onze actie doet klanten beseffen hoe goed ze het hebben.”

Gasten reageren wisselend. Duitse en Franse toeristen snappen niks van de actie. Klanten die alleen koffie of cola bestellen, vinden een euro extra wel veel geld. Sommigen worden hels, vertelt Ventevogel. Al is de bijdrage vrijwillig. Ook op Twitter krijgt het restaurant negatieve reacties. „Het moet niet gekker worden: een euro voor Afrika op de rekening.” Het personeel is geïnstrueerd niet in discussie te gaan. Klanten die niet meedoen, reageren terughoudend als hun om toelichting wordt gevraagd. „Waarom wel?” „Ik hoef me niet te verantwoorden.” Zij vormen de zwijgende meerderheid.