Die heksenjacht van links is erg hypocriet

Van links klinken steeds bezwaren over de harde toon van rechtse politici. Met die verdachtmakingen verpesten zij het debat net zo goed, vindt Patrick van Schie.

Kort na de aanslagen in Noorwegen gaf premier Stoltenberg van Noorwegen het gepaste antwoord op deze terreurdaden – meer democratie en een opener samenleving. Afgelopen maandag voegde hij daaraan toe dat vrijheid van meningsuiting „ons wapen” is. Hij waarschuwde voor een heksenjacht „op dingen die niet gezegd hadden moeten worden”.

Dit zijn wijze woorden. In Nederland worden ze blijkbaar niet begrepen. Linkse columnisten, onder aanvoering van NRC-journalisten Bas Heijne en Elsbeth Etty, en linkse politici, van Tofik Dibi (GroenLinks) tot Alexander Pechtold (D66), proberen elkaar te overtreffen in hun pogingen om een verband te leggen tussen de terreurdaden in Noorwegen en Geert Wilders (PVV). Een enkel – gelukkig schaars – rechts dwaallicht doet hieraan mee. Waarom?

De PVV-leider heeft na de aanslagen in Noorwegen alle geweld – nogmaals – ondubbelzinnig afgewezen. Hem wordt voorgehouden dat dit niet genoeg is. Hij zou moeten beseffen dat zijn woorden kunnen worden opgepikt door de verkeerde mensen. Zijn „oorlogsretoriek” zou een verkeerd klimaat scheppen. Ja, zijn uitlatingen zijn een „gif”. Dat verziekt de samenleving, aldus Pechtold.

Het is opmerkelijk dat ter linkerzijde ineens zo veel bezwaren klinken tegen een door Wilders gebruikt woord als „strijd”. Klassenstrijd tegen de klassenvijand – de sociaal-democratie is in dat bed geboren en heeft zich gelaafd aan die retoriek. Juist het socialisme heeft oorlogstaal geïntroduceerd in de politiek, maar welke linkse columnist of politicus zal Agnes Jongerius vragen om verantwoording af te leggen als dadelijk een of andere vakbondsleider in zijn ‘strijd’ tegen de kabinetsplannen de rechtse coalitie de ‘oorlog’ verklaart?

Vinden deze columnisten en politici ook dat links zich automatisch verantwoordelijk diende te voelen voor de aanslagen in de jaren zeventig van de Rote Armee Fraktion en de Rode Brigades op industriëlen en ‘kapitalisties’ gezinde politici, omdat de strijd van linkse partijen tegen het kapitalisme het klimaat rijp had gemaakt? Dit is oude koek, misschien, maar waarom vraagt dan niemand aan Gretta Duisenberg en Dries van Agt om zich te verantwoorden voor de aanslagen op Joodse burgers in Israël? Zou daartoe niet veel meer aanleiding bestaan? Anders dan Wilders na Breiviks daden deed, wijzen Duisenberg en Van Agt de Palestijnse terreur niet af. Ze tonen hiervoor – alle – begrip.

Indien onverhoopt een linkse extremist uit de beweringen dat de PVV een extreem-rechts gevaar vormt dat onze samenleving ‘vergiftigt’ de conclusie trekt dat Wilders of een andere PVV’er maar beter uit de weg kan worden geruimd, komen Heijne en Pechtold zich dan verantwoorden voor hun woorden – het door hen geschapen klimaat? Of zeggen zij dan dat Wilders c.s. dit over zichzelf heeft afgeroepen?

Zoals enkele jaren geleden werd gesteld door de inmiddels overleden socioloog J.A.A. van Doorn – wie een moslim ‘beledigt’ door de islam te bekritiseren, moest niet raar opkijken als hij klappen kreeg.

Van welke kant een terreurdaad ook komt, het wordt Wilders aangerekend. Hij schijnt verantwoordelijk te zijn voor elke denkbare maatschappelijke kwaal. Waar doet dit aanwijzen van een zondebok toch aan denken?

Niet alleen van Wilders wordt verantwoording geëist. Pechtold en andere linkse politici vinden dat premier Rutte zich zou moeten uitspreken over Wilders’ „geweldsretoriek”. Zijn kabinet ontvangt immers gedoogsteun van de PVV.

Het is triest om te zien waartoe de staatsrechtelijke vernieuwing van D66 is gekomen. Pechtold verklaart de ministeriële verantwoordelijkheid doodleuk van toepassing op uitlatingen van een volksvertegenwoordiger. Misschien is het een idee als de D66-leider zijn kennis van het staatsrecht eens opfrist?

De open samenleving en de democratie zijn niet gediend met het uitwaaieren van verdachtmakingen en het uiten van valse beschuldigingen. Een open samenleving, gebaseerd op vrijheid van meningsuiting, moet bovendien niet alleen openstaan voor geluiden die zijn te vernemen in de grachtengordel. We moeten ook openstaan voor wat men daar liever niet wil horen. Het diskwalificeren van opvattingen van buiten de grachtengordel als volkse praat van „bange, boze , blanke burgers” heeft bijvoorbeeld niets te maken met democratie en openstaan voor het vreemde. Dat Wilders’ woorden niet altijd even kies zijn, kan geen excuus vormen voor het overnemen van dergelijk taalgebruik. In elk geval is het wel zo verstandig om, als men van iemand vraagt om zijn toon te matigen, dat niet te doen met overslaande stem.

Columnisten en politici kunnen hun spuiten vol vuil beter wegwerpen en overgaan tot het voeren van serieuze, zaak-inhoudelijke debatten. Pas dan bewijzen zij de democratie en de open samenleving een dienst. Een samenleving die het democratische debat juist óók met volledig andersdenkenden verkiest – dat is het gepaste antwoord op de terreur van Anders Breivik.

Dr. P.G.C. van Schie is directeur van de Prof.mr. B.M. Teldersstichting, het onafhankelijk wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme gelieerd aan de VVD.

    • Patrick van Schie