Demoniseer hulp niet

Natuurlijk is noodhulp geen kuur voor alle kwalen, vindt Ben Knapen. Maar mensen die vandaag honger lijden, kunnen niet wachten tot morgen.

De ellende in de Hoorn van Afrika laat Nederland niet onberoerd. Overal wordt geld ingezameld. Bart van Stigt (10) uit Alphen bakt en verkoopt cake voor het goede doel. De Eindhovense makelaar Wouter de Vree doneert de opbrengst van taxaties. Jacco Waker uit Enkhuizen fietst met zijn vrienden twee keer Alpe d’Huez op, in ruil voor sponsorgeld. Zes kinderen uit Hoorn verzamelen statiegeldflessen en storten de opbrengst op giro 555. Zo heeft Nederland al ruim 17 miljoen euro bijeengebracht.

Dat is pure winst, zeker nu het cynisme hoogtij viert in het debat over noodhulp. ‘Door te reageren op honger en crises als ze al een feit zijn, zullen we ze nooit beëindigen’, schrijft Linda Polman in deze krant (Opinie, 22 juli). Ontwikkeling is volgens de journaliste de enige oplossing. Polman trapt met wild geraas een open deur in. Natuurlijk is humanitaire hulp geen kuur voor alle kwalen en zijn structurele oplossingen nodig. Niemand die daaraan twijfelt. Sterker nog, het is afschuwelijk te moeten vaststellen dat vluchtelingen via de levenslijn van permanente noodhulp jarenlang uitzichtloos in opvangkampen zitten.

Mensen die vandaag honger lijden, kunnen niet wachten tot morgen. Het kabinet vindt het zijn dure plicht noodhulp te geven. Begin dit jaar gaven wij al 40 miljoen euro aan het VN-noodhulpfonds (CERF), 40 miljoen aan het VN-voedselprogramma (WFP), 35 miljoen aan het VN-kinderfonds (UNICEF) en 42 miljoen aan de VN-vluchtelingenorganisatie (UNHCR). Dit geld kunnen deze organisaties nu besteden in de Hoorn van Afrika. Wij leveren onze bijdrage aan noodhulp – bijna 158 miljoen euro – die door de Europese Commissie is toegezegd. We geven dit jaar nog eens ruim 15 miljoen extra noodhulp aan de regio. En we blijven afwegen of meer noodhulp nodig is. Dat ook de Nederlandse burger zijn hart laat spreken, juicht het kabinet van harte toe.

Sommigen zien in de honger het bewijs dat er sinds de jaren 80, de jaren van Band Aid en Live Aid, ondanks westerse hulp geen vooruitgang is geboekt in de Hoorn van Afrika. Niets is minder waar. Ondanks enorme bevolkingsgroei en groeiende droogte, brak in deze regio al lange tijd geen hongersnood meer uit. Dat het nu misloopt, komt door een fatale samenloop van omstandigheden. Effecten van hoge voedselprijzen, onrust in de regio en uitzonderlijke droogte, worden versterkt door structurele problemen als bodemerosie en overbevolking. Domme pech en falende staten: daarop hebben wij, helaas, maar weinig invloed.

In het Keniaanse vluchtelingenkamp Dadaab heb ik gezien hoe ernstig de situatie is. Ik sprak met uitgeputte en ondervoede Somaliërs die vaak dagenlang hadden gelopen. Vooral kinderen waren er slecht aan toe. Tienduizenden Somaliërs ontvluchten de chaos in hun land, waar al jarenlang een strijd woedt tussen verschillende partijen. Het is dan ook geen verrassing dat in Somalië de problemen het grootst zijn.

Het zuiden, gedomineerd door het radicaal-islamitische Al Shabaab, is voor hulporganisaties nauwelijks toegankelijk. Nederland geeft daarom extra steun aan het Internationale Comité van het Rode Kruis, een van de weinige die wel toegang heeft. Maar ook elders in Somalië is het niet gemakkelijk hulp te bieden. Bijzonder hoogleraar Thea Hilhorst betoogde dan ook terecht dat in Somalië weinig meer mogelijk is dan noodhulp (Opinie, 25 juli). Ondanks strenge controles, is het onvermijdelijk dat een klein deel van deze hulp weglekt naar milities en illegale handel. Maar het alternatief – hongerende mensen aan hun lot overlaten – is nog veel minder aanvaardbaar.

Wat kunnen we nog meer doen? Na de hongersnood in Ethiopië van 1985 zijn er in de Hoorn van Afrika systemen opgezet die moeten waarschuwen voor dreigende hongersnood. VN, donorlanden, hulporganisaties en lokale regeringen moeten in de toekomst beter gebruikmaken van deze famine early warning systems.

In Ethiopië kunnen we ook werken aan structurele oplossingen. Tussen 2007 en 2010 heeft Nederland al 14 miljoen euro geïnvesteerd in landbouwprojecten. De komende jaren willen we op het gebied van voedselzekerheid (een van de vier prioriteiten van ontwikkelingssamenwerking) nog meer doen. In de afgelopen jaren hebben we bovendien 43,6 miljoen euro bijgedragen aan het Productive Safety Net Programme, een groot programma van de Ethiopische overheid om te voorkomen dat kleine boeren steeds in problemen komen. Ethiopië gaat vooruit, maar het land is nog niet in staat de gevolgen van droogte en andere natuurrampen zelf op te vangen. De Ethiopische regering onderkent dit probleem nog onvoldoende.

Ook in Kenia investeren Nederland en andere donoren in structurele oplossingen, bijvoorbeeld door de watervoorziening te verbeteren. Dat is in grote delen van Kenia een succes. In het noordoosten, het hardst getroffen door de droogte, heeft de Keniaanse overheid te weinig gedaan om de problemen op te lossen. Ook haar reactie op de crisis is niet adequaat. De Keniaanse opvang van vluchtelingen wordt zeer gewaardeerd, maar het land moet ook in staat zijn om de eigen bevolking in het noordoosten te helpen. Kenia rekent op internationale noodhulp.

Hoe het beter kan, schrijft Linda Polman, is allang bedacht. „Alle rapporten en analyses, van batterijen eminente (VN-)deskundigen staan op internet.” Maar de werkelijkheid is weerbarstiger. Factoren die noodhulp in deze regio moeilijk maken, bemoeilijken ook structurele oplossingen. Buitenlandse Zaken probeert samen met anderen de kloof tussen rapport en werkelijkheid te dichten, met structurele oplossingen waar het kan en noodhulp waar het moet. En in de Hoorn van Afrika moet het, of we dat nou leuk vinden of niet.

Ben Knapen is staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en verantwoordelijk voor ontwikkelingssamenwerking.

    • Ben Knapen