'De hele dag non-stop gegil'

Tussen kinderdagverblijf Anne Dak en het huis van Dirk Oosthoek in de binnenstand van Den Haag zit alleen een houten schuttinkje. Oosthoek, die vanuit huis websites bouwt, hoort op zonnige dagen tussen half 9 ‘s ochtends en half 7 ‘s avonds „non stop gegil, geschreeuw en gekrijs”.

Praten met het kinderdagverblijf helpt niet, vertelt Oosthoek. En Anne Dak staat in haar recht: stemgeluid van kinderen valt volgens de wet niet onder de normen voor geluidshinder. Oosthoek zamelt nu handtekeningen in om de wet aan te laten passen. Score tot nu toe: tachtig stuks.

Op verzoek stuurt Oosthoek een opname, die hij heeft gemaakt van de kindergeluiden naast zijn huis. En inderdaad, non-stop gegil.

Wat een herrie.

„En dit gaat dus continu zo. Dit is toch belachelijk? Elk bedrijf moet zich aan deze regels houden en een kinderdagverblijf krijgt een carte blanche voor lawaai.”

Is er iets aan te doen?

„Ik probeer de geluidsoverlast zoveel mogelijk tegen te gaan. Mijn werkkamer heb ik naar de voorkant van het huis verplaatst. Met alle ramen en deuren dicht is het vol te houden.”

Waarom gaat u niet verhuizen?

„Verhuizen? Dat zij maar verhuizen. Ik woonde al hier voordat dat hele kinderdagverblijf bestond.”

Wat ergert u het meest?

„De begeleidsters, die schreeuwen nog meer dan de kinderen zelf. Ze doen niks om de kinderen rustig te houden. Ze jutten ze helemaal op met al dat klappen en zingen.”

Daar zijn het toch kinderen voor?

„En dan een kind maar gewoon alles laten doen? Poepen, plassen, schreeuwen zonder opvoeding? Kinderen worden zo onhandelbaar. Ouders moeten hun ogen eens openen: je kinderen ergens dumpen heeft ook gevolgen.

„Ik vind kinderen geweldig, ook al heb ik ze zelf niet. Met de kinderen van mijn buren, die prima zijn opgevoed, kan ik het goed vinden. Ik erger me aan de volwassenen, die kinderen geen strobreed in de weg leggen.”