Betaalt er straks nog iemand voor mijn nieuwe boek?

Het e-book is het probleem niet voor schrijvers. De digitale revolutie ook niet.

Het probleem is een generatie die principieel niet wil betalen voor content.

Gabri is een sympathieke jongen. Een werkstudent van een jaar of twintig. Af en toe bedient hij als ober op het terras van mijn stamcafé op Piazza delle Erbe in Genua. Op een dag droeg hij een T-shirt met de tekst ‘fuck copyright’. Ik sprak hem erop aan. Of hij wist dat ik van copyright moet leven. Voor hem was het gewoon een T-shirt. Hij had er nooit eerder bij stilgestaan wat erop stond. Hij spreekt niet eens Engels. Maar dat ‘fuck’ vond hij wel cool.

Tijdens het schrijven van de serie over het literaire bedrijf voor deze krant bekruipt mij soms het onbehaaglijke gevoel dat ik tegen wil en dank een historisch document aan het schrijven ben. Waar het de bedrijfsmatige kant van de literatuur betreft, beschrijf ik naar eer en geweten zo goed mogelijk de huidige status quo, terwijl ik dondersgoed weet dat alle tekenen erop wijzen dat deze binnen afzienbare tijd drastisch zal veranderen. Of misschien ook niet. Ik weet het niet. Niemand weet het. Daarom is iedereen in het boekenvak zo zenuwachtig.

De digitale revolutie heeft tot nu toe eigenlijk verrassend weinig invloed gehad op het literaire bedrijf, zeker als je het vergelijkt met andere kanalen van informatievoorziening, zoals wetenschappelijke literatuur of de krantenwereld, of met andere bedrijfstakken die amusement verkopen, zoals de muziekindustrie. Tot nu toe heeft internet de traditionele papieren literatuur eigenlijk vooral geholpen. Het heeft het makkelijker gemaakt om zeldzame of speciale boeken te vinden en te bestellen en het heeft het makkelijker gemaakt voor hartstochtelijke lezers om hun passies te delen met gelijkgestemden. Gespecialiseerde weblogs zoals de poëziesite De Contrabas voorzien liefhebbers van informatie die in alle opzichten — kwantitatief, kwalitatief en wat betreft actualiteit — superieur is aan wat traditionele papieren media ooit hebben kunnen bieden.

De eerste serieuze bedreiging voor het papieren boek is de opkomst van het e-book. Maar dat valt als bedreiging nauwelijks serieus te nemen. Als nieuw medium verontrust het mij niet, omdat het geen nieuw medium is. Het is een elektrisch apparaat dat zo goed mogelijk een boek probeert na te doen. Zwarte letters op een witte achtergrond. Kun je lekker lezen. Alleen vanwege de geheugencapaciteit is het een revolutie en dat is een revolutie die ik met open armen verwelkom. Ik kan niet wachten om al die tientallen meters en honderden kilo’s boeken die ik bezit op te slaan op een handzaam apparaatje dat in mijn binnenzak past.

Na de uitvinding van het schrift, de uitvinding van de codex en de uitvinding van de boekdrukkunst is de digitale revolutie die we nu beleven de vierde grote omwenteling in de geschiedenis van de informatievoorziening. En net als de vorige drie zal zij ons leven en denken onomkeerbaar veranderen. Het gebeurt al waar we bijstaan. En evenals de vorige drie zal zij de literatuur blijvend veranderen. En dan heb ik het niet over een slim apparaatje dat een boek probeert te zijn.

Er zullen nieuwe genres ontstaan. Interactieve romans, bewegende gedichten, integratie van tekst, beeld en geluid, literatuur als de virtuele werelden van World of Warcraft of Second Life waarin je actief kunt deelnemen als personage in plaats van een van tevoren bedacht verhaal passief tot je te nemen. Ik doe maar een gooi. Je hoeft geen genie te zijn om de mogelijkheden in te zien. En die vormen een ongekende uitdaging voor de komende generaties. En in vergelijking met deze toekomstige ontwikkelingen is het e-book een elektrisch kleitablet. Misschien commercieel interessant, voor zolang het duurt, maar artistiek volslagen irrelevant.

Wat mij meer zorgen baart, is dat T-shirt van mijn ober Gabri. Voor hem en zijn leeftijdsgenoten is het volkomen vanzelfsprekend om muziek of films zonder betaling uit te wisselen via peer-to-peer-networks of gratis down te loaden van piratensites. De gedachte dat dit diefstal is, en daarmee een strafbaar feit, komt niet eens in hen op. De piratensites hebben zelfs het gore lef om in hoger beroep te gaan en de helden uit te hangen van vrije informatievoorziening. Fuck copyright. De muziekindustrie is eraan kapotgegaan en de filmindustrie volgt.

Precies daar voorzie ik het grootste gevaar voor de gevestigde literatuur in de komende jaren. Een e-book is tot daaraan toe. Maar niemand betaalt 20 euro voor een download. En wanneer een download van mijn volgende roman net zoveel gaat kosten als de download van een nummer via iTunes, waar ga ik dan van leven? Ik ben niet bang voor nieuwe techniek of nieuwe mogelijkheden, maar ik ben wel bang voor een generatie die principieel niet meer bereid is te betalen voor content.

De vraag voor de komende jaren is niet of het papieren boek verdwijnt. Ten eerste zal dat niet zo zijn en ten tweede is het niet erg als dat wel zo is. De vraag is of het voor al die professionals die er vandaag hun geld mee verdienen, schrijvers, dichters, uitgevers en redacteuren, morgen nog de moeite loont.

Ilja Leonard Pfeijffer is schrijver en columnist van nrc.next.