'Alsof ik in Europa ben'

Dinsdag is de spoorlijn tussen Johannesburg en Pretoria geopend. Openbaar vervoer is voor veel Zuid-Afrikanen nieuw.

De Gautrain rijdt tussen Johannesburg en Pretoria. Foto AFP School children get on the Gautrain, Africa's first high-speed rail line, on August 2, 2011 in the Sandton suburb of Johannesburg. South Africa's first high-speed train made today its first trip between economic hub Johannesburg and capital city Pretoria. Gautrain's first leg, a link between Johannesburg and OR Tambo International Airport, opened last year on June 8, three days before the city hosted the opening match of the 2010 World Cup. Gautrain can travel at speeds of 160 kilometres (100 miles) an hour, enabling commuters to make the trip from Sandton to Pretoria in 27 minutes.The same trip takes about 45 minutes by car with normal traffic, and can take two hours or more during rush hour. Local officials expect more than 100,000 passengers a day, mainly car commuters wanting to escape the region's notorious traffic. AFP PHOTO / STEPHANE DE SAKUTIN AFP

De passagiers kijken elkaar onwennig aan. Moet je groeten als een wildvreemde tegenover je komt te zitten? Is het gepast om te bellen? En hoe gaan die schuifdeuren eigenlijk open? Openbaar vervoer is voor veel Zuid-Afrikanen nog een nieuw concept.

In 2006 begon de bouw en afgelopen dinsdag werd het belangrijkste deel van een nieuwe spoorlijn tussen zakenstad Johannesburg en de bestuurlijke hoofdstad Pretoria in gebruik genomen. Met 160 kilometer per uur is de ‘Gautrain’ (naar de provincienaam, Gauteng) meteen de snelste trein van het hele Afrikaanse continent.

Als de smetteloze treinstellen op station Rosebank in beweging komen, begint de jongen die naast me zit zenuwachtig te schuiven. Hij wil naar buiten kijken. Daar is niets te zien, want het grootste deel van het traject ligt hier onder de grond. Maakt niet uit, vindt hij. Bij het raampje wil hij de snelheid ervaren.

Aan de andere kant van het gangpad laat een bejaard echtpaar zich door een beveiligingsmedewerker op de foto zetten. „Dat we dit nog mogen meemaken”, zegt de man. „Het is alsof ik weer in Europa ben”, verzucht de vrouw.

Er waren al forensentreintjes in Zuid-Afrika. Maar die zijn traag (want smalspoor), onveilig en zo gebouwd dat tijdens de apartheid werknemers uit de zwarte townships makkelijk naar het witte centrum konden – en bovenal ’s avonds weer terug. Wie geld had, nam de auto.

Maar de snelweg tussen Pretoria en Johannesburg staat al jaren muurvast. In 2000, nog voor Zuid-Afrika het wereldkampioenschap voetbal kreeg toegewezen, besloot het land daarom te investeren in beter openbaar vervoer. Ondertussen, vertelde een ambtenaar me eens, was het de hoop dat witte en zwarte mensen elkaar zo wat vaker zouden tegenkomen.

Net voor het WK werd de verbinding tussen het vliegveld en de chique hotelwijk Sandton in gebruik genomen. Op een klein stukje na, is nu het hele traject van tachtig kilometer klaar. Op tijd, maar naar goed gebruik bij grote infrastructurele projecten wel met een zware kostenoverschrijding. De trein kostte niet de aanvankelijk begrote 400 miljoen euro, maar 3 miljard.

Volgens de vakbonden is dat verkeerd besteed geld. Het is een „trein voor de rijken”, zeggen zij. Maar, zegt mijn zichtbaar niet onbemiddelde buurman als we na een half uur Pretoria binnenrijden: „De vakbond wil toch dat we allemaal rijk worden? Deze trein is voor iedereen.”

    • Peter Vermaas