Al-Shabaab eist te veel premie op hulp

De grootste slachtoffers van de honger wonen in Midden- en Zuid-Somalië, dat deels onder controle staat van Al-Shabaab. Deze terreurorganisatie floreert bij chaos en laat hulp nauwelijks toe.

De meeste slachtoffers komen uit gebied rond Mogadishu. Foto AFP Displaced Somali families receive food-aid July 25, 2011 at an Internally Displaced Person (IDP) camp in Mogadishu. The United Nations on Monday urged "massive" action to save millions of people in the drought-stricken Horn of Africa region, as France announced donor countries would meet in Nairobi this week. "The catastrophic situation demands massive and urgent international aid," said Jacques Diouf, head of the UN Food and Agriculture Organisation (FAO), which hosted Monday's emergency meeting of UN aid agencies and charities in Rome. "It is imperative to stop the famine," said Diouf, after the United Nations this month declared a famine in two insurgent-held areas of southern Somalia. from humanitaria#. AFP PHOTO/Abdurashid ABDULLE AFP

Honger is business en de terreurorganisatie Al-Shabaab mag niet te veel verdienen aan de hulpoperatie. De laatste twee jaar zetten de meeste hulporganisaties voedselleveranties stop aan gebieden onder controle van Al-Shabaab. De terreurorganisatie ontkent de hongercrisis en probeert hongerigen van vluchten te weerhouden. Ze weigert hulp omdat de lokale voedselproductie dient te worden gestimuleerd.

In werkelijkheid eist de organisatie een te hoge belasting op de voedselhulp. Uit verscheidene geheime onderzoeken naar operaties van hulp- en ontwikkelingsorganisaties werkzaam in Somalië blijkt dat grote sommen geld aan de strijkstok van Al-Shabaab blijven hangen. „Het afromen van vijf procent is doorgaans geaccepteerd bij hulpoperaties, maar Al-Shabaab vraagt veel meer”, zegt een Keniaanse hulpverlener betrokken bij de noodoperatie in Somalië.

Een intern onderzoek van een westerse hulpgroep, werkzaam in de regio Hiiraan, toont dat de hulpverleners wel twintig procent van de waarde van het voedselproject aan Al-Shabaab moesten afstaan.

Bovendien liet ze medewerkers van het Wereldvoedselprogramma (WFP) ontvoeren of vermoorden. Ze ziet de buitenlandse hulpverleners als spionnen. „Ze vertellen ons dat we een mantelorganisatie zijn voor christelijke missionarissen”, aldus de Keniaanse hulpverlener, die niet bij naam genoemd wil worden.

Hoofddoel van Al-Shabaab is het voeren van een heilige islamitische oorlog en daarom heeft de groep minder tijd voor bestuur. Dat wordt deels overgelaten aan clan- en militieleiders, die meer zijn begaan met eigen belang dan met ideologische doelen. Al-Shabaab bestaat uit enkele duizenden strijders, van wie velen onder dwang zijn gerekruteerd.

Islamitisch fundamentalistische bewegingen ontstonden begin jaren negentig en wonnen invloed naarmate de chaos groeide en de roep om effectief gezag toenam. Tegen de terreur van krijgsheren na 1991 besloten geestelijken en zakenlui in 2000 islamitische buurtrechtbanken te vormen voor berechting van criminelen. Fanatieke jonge moslims oefenden grote invloed uit op deze rechtbanken en uit hun midden ontstond Al-Shabaab. De invasie eind 2006 van het Ethiopische leger was koren om hun molen. Al-Shabaab voerde de strijd tegen de in Somalië gehate Ethiopiërs aan en kreeg daarmee krediet bij de bevolking. Na het vertrek van de Ethiopiërs in 2009 richtte de organisatie haar pijlen op de uit 8.000 man bestaande vredesmacht van de Afrikaanse Unie.

Al-Shabaab-strijders legden een grauwe sluier van rigide islam over Somalië, waar traditioneel een gematigde soefivorm van de islam werd beleden. Volgens de door hen aangehangen wahabitische richting mogen radiostations geen muziek uitzenden, is dansen verboden en moeten mannen baarden dragen.

Op tv naar het wereldkampioenschap voetballen kijken was vorig jaar uit den boze. „Kijken naar dwaze mannen”, noemden de fundamentalisten het. En de alom geliefde softdrug khat nuttigen mag tot ergernis van de Somalische mannen ook al niet meer. Volgens de meeste waarnemers behoudt Al-Shabaab controle over zijn gebieden niet omdat de organisatie populair is maar door haar terreur en afpersing.

Wanneer lokale Shabaab- of clanleiders goede relaties onderhouden met een buitenlandse organisatie, laten die soms voedseltransporten toe. „Dat toont dat bevelen van de Al-Shabaab-leiding niet altijd worden opgevolgd en de organisatie geen stevige controle over haar grondgebied uitoefent”, zegt een Somalische hulpverlener in Nairobi. Kenia en Ethiopië creëerden aan beide zijden van hun grenzen met Somalië bufferzones om Al-Shabaab op afstand te houden. In deze gebieden kunnen hulpverleners wel voedsel afleveren.

Somaliërs zijn uiterst nationalistisch en dat kan Al-Shabaab opbreken. De organisatie is zelf ook afhankelijk geraakt van buitenlanders. Ze onderhoudt relaties met Al-Qaeda. En enkele honderden militanten uit Pakistan, Oost-Afrika, Jemen en Afghanistan trainen Somalische krijgers. Zij proberen Al-Shabaab meer ideologische inhoud te geven en leiden Somaliërs op in terroristische activiteiten, zoals zelfmoordaanslagen. Tientallen jongeren uit de twee miljoen Somaliërs in de diaspora in Amerika, Europa en Australië vechten nu bij Al-Shabaab. De internationalisering leidde tot verdeeldheid in de top van de organisatie en tot wrevel bij de bevolking.

Na twintig jaar burgeroorlog en verscheidene hongerrampen lijkt de cirkel weer rond. Onder applaus van buitenlandse hulporganisaties intervenieerden in 1993 de Amerikanen militair omdat Somalische krijgsheren voedselhulp voor tienduizenden hongerlijders onmogelijk maakten. Hulpverleners moesten toen vaak meer dan tien procent van hun budget uitgeven voor bescherming door gewapende Somaliërs.

Onder hulpverleners klinkt de roep om een militaire interventie opnieuw, hoewel onduidelijk is welke buitenlandse strijdmacht zich nog wil mengen in het drijfzand van Somalië. Twintig jaar geleden opereerden er alleen nog maar militieleiders en krijgsheren. Door de onbeteugelde burgeroorlog maken terroristen, piraten en smokkelaars het strijdtoneel nu nog veel gevaarlijker.

    • Koert Lindijer