Zonder werk en zonder angst

Het spontane straatprotest in Spanje is veranderd in een goed geoliede volksbeweging.

In peilingen zegt driekwart van de Spanjaarden de beweging ‘15-M’ te steunen.

Jarenlang had Josefina Gil amper tijd om na te denken over de toestand van haar land. De Spaanse zat vast in de sleur van werk en huishouden. „Pas toen ik werkloos raakte, had ik ineens tijd om stil te zitten en na te denken. Niet de crisis is het probleem, maar ons hele systeem.”

Toen half mei tienduizenden vooral jonge Spanjaarden de straat opgingen, werd ook de 53-jarige Gil meteen actief in de protestbeweging. „Er moet iets gebeuren. Nu is het moment”, vertelt ze na afloop van een vergadering op een pleintje in haar Madrileense wijk Retiro. Elke week komt ze hier naar de ‘Werkgroep Economie’ van de Beweging 15 Mei (kortweg: 15-M) om na te denken over alternatieven voor „de dictatuur van de markt”.

Sinds haar snelle opkomst deze lente heeft 15-M de dynamiek uit de eerste dagen weten vast te houden. De onvrede van de indignados (verontwaardigden) richtte zich op het hopeloos gepolariseerde tweepartijenstelsel, corrupte politici en de uitzichtloze economische crisis in het land. Hun slogans luidden ‘echte democratie, nu!’ en ‘zonder werk, zonder woning, zonder pensioen, zonder angst’. De laatste weken braken de betogers hun kampementen af. Meestal vrijwillig, soms onder dwang van de politie. Maar hun bijeenkomsten gaan onverminderd door. Dagelijks zijn er vergaderingen in een wijk of stadsdeel. Om zichtbaar te blijven, blijft de beweging geregeld protestmarsen houden. Op 20 juli protesteerden 15.000 mensen in Barcelona tegen de bezuinigingen van de regioregering. Een paar dagen later werd in Madrid het zomerreces ingeluid met een betoging waaraan circa 30.000 mensen deelnamen.

Het maakt dat 15-M een factor van belang kan worden in de opmaat naar landelijke verkiezingen. Vrijdag kondigde de wankelende premier Zapatero aan deze met vier maanden te vervroegen, naar 20 november. In opinieonderzoeken zegt driekwart van de Spanjaarden 15-M te steunen. Maar als het gaat om deelname aan vergaderingen of marsen, is de beweging nog steeds een links feestje. „Van de mensen die er actief in zijn, stemt 99 procent linkser dan de PSOE [de regerende socialisten, red.]”, beweert Luis Nombella, een ander lid van de economiewerkgroep.

De meeste sympathie wint de beweging met haar verzet tegen gedwongen huisuitzettingen. Alleen al in het eerste kwartaal van dit jaar verloren elke dag circa 200 mensen hun woning, omdat ze al te lang geen hypotheek of huur betaald hadden. 15-M vestigt de aandacht op de meest schrijnende gevallen door hun huisuitzetting fysiek te verhinderen. Vorige maand hielpen activisten op deze wijze de 74-jarige, deels arbeidsongeschikte Luis Domínguez. Uren voor de geplande uitzetting verzamelden circa tachtig indignados zich op zijn stoep in Parla, een zuidelijk voorstadje van Madrid. Toen de gerechtelijk secretaris en een medewerker van de spaarbank Caja in Madrid arriveerden, was er geen doorkomen aan. Domínguez won zeker drie maanden respijt. Na afloop legde hij uit dat hij veel in het buitenland heeft gewerkt, daar amper pensioen opbouwde, en nu financieel aan de grond zit. „Het spijt me zeer”, vertelde hij de pers vanuit zijn deuropening.

Acties zoals in Parla vinden nu bijna dagelijks plaats. Ze voeden de volkswoede over de macht van de financiële sector. In de internationale media werden de Spaanse protesten vaak vergeleken met de Arabische opstanden, maar veel indignados maken liever een vergelijking met IJsland. Ook dat land stak zich onder druk van bankiers veel te diep in de schulden, waarvoor burgers nu de prijs betalen.

Na het ontstaan van een grote vastgoedzeepbel rond de eeuwwisseling hebben miljoenen huishoudens nu grote moeite hun hypotheeklasten te voldoen. De hoge schuldenlast van burgers, bedrijven en banken leidt sinds vorig jaar tot paniek over Spanje op de financiële markten. Volgens 15-M is de „roekeloze” bankensector de grote schuldige. „Natuurlijk, mensen hebben zelf die hypotheken afgesloten. Maar in een land met amper huurwoningen of sociale woningbouw zijn mensen gedwongen te kopen”, zegt Eloy Morte van het ‘Platform voor Hypotheekslachtoffers’, dat de blokkadeacties organiseert. „En banken gaven in de laatste jaren van de ‘boom’, toen er al een groot huizenoverschot was, hypotheken aan mensen van wie ze wisten dat ze niet kredietwaardig waren.”

15-M bepleit onder meer dat banken die nu met overheidsleningen gestut worden, geen huiseigenaren meer mogen uitzetten. Een radicaler voorstel is het nationaliseren van alle banken. De honderdduizenden huizen in hun boekhouding worden dan sociale huurwoningen.

Hoewel de meeste economen grote vraagtekens plaatsen bij dit soort plannen van 15-M, zien Spaanse politici zich gedwongen er serieus op in te gaan. Zo nam het parlement een wet aan die bepaalt dat banken een minder groot beslag mogen leggen op het inkomen van burgers die na hun huisuitzetting nog een restschuld moeten voldoen. Een duidelijke geste aan 15-M.

Het toont hoe Spaanse politici door de financiële crisis klem zitten tussen de markt en hun kiezers. Het centrum-linkse dagblad El País zette premier vertrekkend Zapatero onder druk om vervroegde verkiezingen uit te schrijven – mede onder verwijzing naar de populariteit van 15-M. De nieuwe lijsttrekker van de socialisten, Alfredo Pérez Rubalcaba, probeert bij de beweging in de smaak te vallen met een linksere toon. Hij steunt de eis van 15-M om de kieswet te hervormen. Maar of Rubalcaba zo het vertrouwen van de sceptische betogers wint, is de vraag. „Alle politici zijn opportunisten”, zegt indignado Nombella. ,,Misschien moeten we onze eigen partij oprichten.”