Waarom toch immigratie?

Zorgen over de bevolkingsgroei waren er al in 1952, toen Nederland nog 10 miljoen inwoners telde. Rond die tijd werd in verschillende troonredes de vrees voor afname van de werkgelegenheid genoemd. Wie emigreerde kreeg de kosten voor de oversteek naar Australië vergoed. Ook het binnenhalen van gastarbeiders werd tot ver in de jaren ’70 onwenselijk geacht: de baten waren gering.

Totdat ook sociologen en antropologen zich eind jaren ’70 met het immigratievraagstuk gingen bezighouden. Zij identificeerden zich, anders dan de econoom met zijn ‘dorre schriftje’, met het onderzoeksobject. Wijzen op de nadelen van immigratie werd not done, dat was inhumaan. Tegengeluiden, blijkt uit historisch onderzoek, durfden economen niet meer te geven.

En zo werd het idee dat gastarbeiders economisch voordeel moesten opleveren losgelaten. In plaats daarvan kwam het accent te liggen op welzijn voor de gastarbeider. „Heel nobel”, zegt Hartog, „maar niet het oorspronkelijke idee”.