Vol gas over de grens van Denemarken

Denemarken maakte vorige maand bekend weer aan de grens te willen controleren.

Vooralsnog blijkt dat holle retoriek. „Ziet u hier douane? Nou dan.”

In het niemandsland tussen Duitsland en Denemarken, zo ongeveer waar het Duitse Flensburg in het Deense Kruså overgaat, is een blauw bord neergezet dat een ‘Schengengrens’ tussen twee staten van de Europese Unie markeert. Danmark staat erop, omcirkeld door gele sterren. Denemarken ingebed in Europa. Auto’s suizen voorbij. „Ik ben hier al ruim drie jaar niet meer gecontroleerd, ook de afgelopen dagen niet”, zegt de Flensburgse transport- en taxiondernemer Heiko Lange. Hij wuift naar een Deense kennis als hij vanuit zijn geboortestad Flensburg het Deense Kruså binnenrijdt. „Bij die kraam kun je uitstekende hotdogs eten.”

Denemarken zou een vesting zijn, met grenscontroles die door de rechts-populistische Dansk Folkeparti van Pia Kjærsgaard zijn afgedwongen. De aangevoerde reden is het tegengaan van grensoverschrijdende criminaliteit en het weren van Noord-Afrikaanse vluchtelingen. Maar bij de Duits-Deense grens is niets van grenscontroles te merken. Iedere automobilist, voetganger of fietser kan er ongehinderd door. Hetzelfde geldt voor de trein tussen Duitsland en Denemarken: geen douanebeambte te zien. Denemarken ligt open voor welke bezoeker dan ook. Voor de zekerheid belt transportondernemer Lange met een paar medewerkers. Of zij gecontroleerd zijn. Een collega meldt dat hij net zonder probleem langs de grenspost bij Ellund is gereden. Hier passeert het meeste verkeer van Duitsland naar Jutland in Denemarken.

Bij de hotdogkraam in Kruså staat Erik Henningsen een broodje te eten. Hij is zojuist in Flensburg boodschappen gaan doen en heeft bier en schnapps gekocht. „Drank is in Duitsland veel goedkoper dan bij ons”, zegt hij. Hij komt uit de grensstreek en heeft een Duitse grootvader. Veel Denen uit Zuid-Jutland en Duitsers uit Noord-Sleeswijk zijn verwant met elkaar. Met zijn boodschappen uit Duitsland moet Henningsen voorzichtig zijn. „Er zijn dan wel geen grensposten meer, maar je kunt wel door grenspatrouilles worden aangehouden. Als bij zo’n steekproef blijkt dat je je auto met drank hebt volgeladen, heb je een probleem”, zegt hij grijnzend. Henningsen is niet onder de indruk van de aangekondigde controles. „Kijk om je heen. Is hier douane? Nou dan.”

De Deense krant Jyllands-Posten in Aarhus schreef onlangs dat de grenscontroles van de Deense regering en de Dansk Folkeparti „de politieke grap” van het jaar dreigen te worden. „Het wordt steeds duidelijker dat voor de regeringspartijen de naleving van het Schengenakkoord belangrijker is dan het opgelegd-publieke aanprijzen van grenscontroles door de populisten.”

Denemarken werd een paar weken terug bestraffend door Brussel toegesproken. Eurocommissaris Cecilia Malmström, een Zweedse, dreigde de Deense regering met juridische stappen, zoals klagen bij het Europees Gerechtshof wegens de schending van Europese verdragen. „De Commissie zal niet aarzelen om alle middelen die haar ter beschikking staan, in te zetten teneinde een vrij verkeer van personen, goederen en diensten in de Unie te garanderen.”

De Europese Commissie stuurde medewerkers naar de Duits-Deense grens. De rapporteurs kwamen kennelijk tot de conclusie dat de controles, als die al plaatsvinden, niet erg systematisch worden toegepast. De Deense douaniers zouden geen heldere aanwijzingen van hogerhand hebben ontvangen en ook konden de EU-experts geen inzicht krijgen in het aantal controles en het resultaat ervan. Kortom, vaagheid is troef.

In de Duitse grensstad Flensburg wordt schouderophalend gereageerd op de controles. De eigenaresse van een café dat op het terrein van een museumwerf is gevestigd, zegt: „De Denen komen hier net zo makkelijk als altijd.” Ook lokale politici reageren gelaten. De burgemeester van Flensburg, Simon Faber, probeert naar eigen zeggen de zaak niet groter te maken „dan hij in werkelijkheid is”. De Denen, aldus Faber, „gaan pragmatisch met de controles om”.

De protesten tegen de grenscontroles komen vooralsnog uit Duitsland, waar ministers waarschuwen voor de terugkeer van nationalistische sentimenten in Europa en verkeersopstoppingen in de vakantieperiode. Transportondernemer Lange moet daar om lachen. Hij geeft gas als hij van Kruså richting Flensburg rijdt. Hij toetert en zwaait vrolijk naar een auto met een caravan erachter. De combinatie heeft een Duits nummerbord. Als hij ter hoogte van het grenswater is, de Flensburger Förde, zegt hij: „Kijk, rechts ligt Duitsland. Links is Denemarken. Zelfs op het water kun je hier betrekkelijk ongestoord je gang gaan.”

    • Joost van der Vaart