• Ik

Staren

We nemen plaats in een Amsterdamse brasserie. Slechts één andere tafel is bezet, twee jonge heren in pak. Als zij hun borden met pasta krijgen voorgeschoteld, kunnen ze hun blik er niet vanaf houden. Ze blijven naar het bord staren zonder een hap te nemen. Wij vragen ons hardop af of er misschien iets mis

We nemen plaats in een Amsterdamse brasserie. Slechts één andere tafel is bezet, twee jonge heren in pak. Als zij hun borden met pasta krijgen voorgeschoteld, kunnen ze hun blik er niet vanaf houden. Ze blijven naar het bord staren zonder een hap te nemen.

Wij vragen ons hardop af of er misschien iets mis is met de pasta. Na een minuut krijgen we een antwoord dat bij ons, bemoeials die we zijn, het schaamrood op de kaken brengt:

„Wij bidden voor het eten.”

Floor van Praag

    • Ik