Schone Tour? Deel 2

Vorige keer ging het over de vraag of we naar een schone Tour hebben gekeken. Insiders beweren dat het de goede kant op gaat. Cadel Evans wordt in bepaalde kringen voor een „schoon” winnaar gehouden. Sterker nog, hij wordt als maat van het menselijke gezien.

Wat zegt mijn timmermansoog? Cadel lijkt me veilig, in elk geval voor post-Tour opstootjes. Ik zag een wielerpsychopaat in een wonderbaarlijk evenwicht. Eén met zijn lichaam was hij, en dat lichaam was misschien het meest taaie, maar niet het meest getalenteerde in de koers. Cadel was eindelijk zijn beste zelf.

Heeft Cadel baat gehad bij het biologisch paspoortprogramma? Met andere woorden, is de concurrentie fysiek minder geworden? Deze gevaarlijke vraag weigerde hij zelf te beantwoorden. Cadel zou immers moeten bekennen dat hij een decennium lang als een dropje tegen de bierkaai heeft gevochten.

Ross Tucker and Jonathan Dugas zijn twee gepromoveerde inspanningsfysiologen. Op hun website wordt fel gediscussieerd over de betekenis van het biologisch paspoort. Ross en Jonathan, beiden met een voorkeur voor een dopingvrije sport, zien lichtpunten in het agressieve antidopingbeleid. Zij nemen gedragsveranderingen waar.

In een fraai blokdiagram, voorstellende het percentage „verdachte” bloedmonsters van 2001 tot 2010, wordt inzichtelijk gemaakt dat wielrenners en hun medische entourage regelrechte pragmatici zijn.

Vanaf 2002 kon epo worden opgespoord. De bloedparameters in het grafiekje tonen aan dat meteen hierna werd overgegaan op klassieke bloedtransfusies. In 2007 werd het biologisch paspoort geïntroduceerd. Als door de bliksem getroffen zakt het percentage verdachte bloedmonsters dramatisch.

In een andere, op Vincent van Goghs De Sterrennacht gelijkende grafiek, wordt zowel het gemiddelde als het maximaal geleverde vermogen tijdens beklimmingen per kilogram lichaamsgewicht op een tijdschaal neergezet. En ook hier is waarneembaar dat geleverde wattages sterk afhangen van praktische maatregelen in dopingbestrijding.

Het is echt interessant, de wedstrijd in de wedstrijd. Zo kijk ik er ook naar. Om het dan weer te vergelijken met wat mijn timmermansoog ziet. Het komt aardig overeen.

Ross en Jonathan blijven zichzelf vragen stellen bij de interpretatie van de grafieken. Als het over doping gaat is een aantal data onbekend. Zien ze ook de laatste gedragsverandering?

Op grond van de data waarover ze wel beschikken komen ze tot de conclusie dat 6,2 watt per kilogram lichaamsgewicht op lange beklimmingen zo ongeveer de bovengrens is van het menselijk wielervermogen. In hun grafieken neigen bijvoorbeeld de prestaties van Lance Armstrong naar sciencefiction.

Het moet niet moeilijk zijn een app te ontwikkelen waarmee de geïnteresseerde liefhebber voor zijn tv grofweg kan inschatten of een inspanning bovenaards is, of niet.

    • Peter Winnen