Raúl Castro: vrijer reizen voor Cubanen naar VS

Cuba zal de strenge regels voor buitenlandse reizen van zijn eigen burgers en de toelating van ballingen versoepelen.

Dit heeft de Cubaanse president Raúl Castro maandag gezegd bij een zitting van het parlement, die overigens niet voor buitenlandse journalisten toegankelijk was.

Nog niet duidelijk is of dit een einde betekent aan de door veel Cubanen gehate ‘witte kaart’, die de autoriteiten moeten verstrekken alvorens iemand het land mag verlaten. Ook burgerrechtenorganisaties hebben hierop dikwijls kritiek geuit.

Jarenlang duidde de Cubaanse regering mensen die het land hadden verlaten steevast aan als „contrarevolutionairen” en „wormen”. Ook mensen die bij voorbeeld het land ontvluchtten op een vlot en later terugwilden naar Cuba werden niet meer toegelaten.

Speciale reisbeperkingen zijn ook van kracht op ‘het menselijk kapitaal van de revolutie’, zoals artsen. Dit uit vrees dat ze de benen nemen naar landen waar ze meer kunnen verdienen. Met name de VS zijn in trek.

Raúl Castro verklaarde dat de reisbeperkingen, ingesteld door zijn broer Fidel, tijdens de hoogtijdagen van de spanningen met de VS nuttig waren geweest maar vervolgens onnodig lang niet waren gewijzigd. „Vandaag de dag vertrekt het overweldigende deel van de Cubaanse emigranten om economische redenen en bijna allemaal behouden ze hun liefde voor hun familie en het land waar ze werden geboren”, zo citeerden de Cubaanse media Castro.

Het nieuwe regime voor in- en uitreisregels, waarvan de bijzonderheden nog bekend moeten worden gemaakt, is bedoeld om de banden met de Cubaanse diaspora te versterken, aldus de president. Het grootste deel daarvan verblijft in de VS.

Decennia lang beperkten ook de VS het reizen naar Cuba voor hun burgers, maar in 2009 hief president Obama die belemmeringen deels op, zodat ballingen wat Washington betreft weer familieleden op het eiland konden opzoeken en geld naar hen konden zenden. (Reuters, AP)