Netwerken om de funfactor

Marcel van Roosmalen is bij een workshop netwerken.

In de zaal zit de crème de la crème van ondernemend Kennemerland Midden-Noord.

In groepjes van drie moesten we zonder ons beroep te verraden onze werkzaamheden omschrijven. Foto Jan-Dirk van der Burg Nederland, Castricum, 19-07-2011 Maandelijks organiseert Straetus Incasso Kennemerland een Business Network Meeting . Dit keer over netwerken. Voor de rubriek 'Marcel Werkt' ©Jan-Dirk van der Burg

De heer A.J.C. Vermolen, eigenaar van incassobureau A.J.C. Vermolen Bsc te Limmen, nodigde fotograaf Jan-Dirk en mij uit voor een Business Network bijeenkomst met ‘een meer dan interessante spreker’, die hij maandelijks organiseerde. Vanwege zijn werk – mensen dwingen om geld te betalen – had hij zo nu en dan wel eens zin in een prettige zakelijke omgeving, waar mensen enthousiast waren als hij binnenkwam.

Tot zover zijn motivatie om er iedere maand ‘als een gek aan te sleuren om voor de medeondernemers uit de regio iets prettigs neer te zetten’. Op de dag der dagen kwam ‘netwerkgoeroe’ Daphne Merik naar het hotel in Castricum, waar het genetwerk gewoonlijk plaatsvond.

Tevoren checkten we haar website.

Naast het glimmende hoofd van Daphne stond het er vol met complimenten, logisch het was haar eigen site.

‘Ik vond deze workshop ontzettend leerzaam’, schreef Wrienda Ramadhin uit de ons onbekende plaats Radar. ‘Heel veelzijdig. Ben me van veel dingen bewust geworden wat netwerken betreft.’

De verwachtingen waren dus hoog, maar eenmaal in het prachtige hotelletje te Castricum – de naam is me ontschoten, sorry – kwam de ene klap na de andere. De veronderstelling dat ik een zaal vol deurwaarders of incassomedewerkers zou treffen bleek op een misverstand te berusten. De heer A.J.C. Vermolen, die in draf en met gestrekte arm op ons af kwam toen we het zaaltje betraden, verontschuldigde zich er meerdere malen voor.

„Maar meneer Roosmaal u bent hier zeker niet voor niets gekomen”, verzekerde hij. „In deze zaal zit de crème de la crème van ondernemend Kennemerland Midden-Noord.” Hij voegde eraan toe dat mevrouw Merik op dreef was. „Goedemorgen.”

Jan-Dirk ging meteen scharrelen, camera losjes in de hand. Ik kwam op een klapstoel tussen de crème de la-crème terecht. Naast me de eigenaresse van het hotel, die in het eerste half uur nog weinig opgestoken had van netwerkgoeroe Daphne Merik en graag wilde vertellen dat ze de vergaderzaal in het weekeinde omtoverde tot een bijzondere bruidsuite. De situatie was daar dusdanig romantisch dat ze gasten kreupel naar buiten had zien komen, waarvan akte.

Daphne Merik – een vrolijke blonde verschijning die onder alle omstandigheden energie en optimisme bleef uitstralen, de essentie van netwerken – was inmiddels bij de kern van de zaak. „Netwerken is geven en nemen. Aan het woordje geven hebben we een hekel, we ontvangen liever, dat is ondernemers eigen. Maar mensen, fiftyfifty is het beste, er moet balans zijn.”

Er viel een lange stilte.

Daphne: „Roept u eens wat! Waarom netwerkt u?”

Weer die stilte.

Daphne: „Kom op mensen!”

Er kwamen vingers.

Een makelaar stond op, zei dat hij makelaar was en dat hij netwerkte ‘vanwege de funfactor’.

Daphne vond het ‘een prachtige opmerking’. Fun was een wezenlijk onderdeel van ‘het grote spel’.

Het ijs was gebroken.

Een voor een stonden er ondernemers op om te zeggen wie ze waren en waarom ze van netwerken hielden.

‘Naamsbekendheid’ en ‘het bouwen aan relaties’ werden het vaakst genoemd.

We gingen oefenen.

In groepjes van drie moesten we zonder ons beroep te verraden onze werkzaamheden omschrijven.

Mijn ‘maatjes’ – de eigenaresse van het hotel en een jongen die handelde in spirituele bewustwording, ‘een behoorlijk commerciële zaak’ – raadden mijn beroep – journalist – meteen nadat ik gezegd had dat ik aantekeningen maakte.

Het gaf helemaal niks, zei Daphne, die het vooral belangrijk vond dat we met elkaar spraken.

Na een kwartier pakte ze een schoolbel, waar ze wel heel nadrukkelijk mee begon te rammelen.

„En centraal! Cen-traal!”

Iedereen was er stil van.

„Weten jullie wat we zojuist gedaan hebben?”, vroeg ze.

Het antwoord – ‘netwerken’ – dat een eigenaar van een elektronicazaak riep, was goed.

Ze vroeg om vrijwilligers die de oefening klassikaal wilden herhalen. Er stond een jongen van een jaar of veertig op, zijn stropdas zat scheef.

„Ik leg contacten op het gebied van mobiele telefonie”, zei hij.

Het was totaal onduidelijk wat voor beroep hij had.

Dat was niet de bedoeling.

Daphne spoorde hem aan ‘de diepte op te zoeken’.

Dat probeerde hij wanhopig.

Hij constateerde zelf na enige tijd dat het hem niet lukte om zijn werkzaamheden te omschrijven en dat daar wellicht de oorzaak van de problemen binnen zijn bedrijf lag.

Daphne zei dat hij zelf de vinger op de zere plek had gelegd.

„Daar word ik blij van.”

Het zat erop, de heer A.J.C. Vermolen kwam naar voren om Daphne uitgebreid te bedanken voor ‘haar verhelderende visie op netwerken’. En verder wees hij er fijntjes op dat ongeveer de helft van de crème de la crème van ondernemend Kennemerland Midden-Noord het verplichte koffiegeld van 10 euro nog niet had betaald. Het kon worden voldaan bij de mevrouw achter de geldkist naast het koffiezetapparaat. Hij netwerkte voor de fun, over zijn incassobureau hoefden we ons verder geen zorgen te maken.