Nederland vol? Met huizen ja

„Nederland vol? Dat vonden we honderd jaar geleden ook al”, zeg Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. „En toen was Nederland nog drie keer zo leeg.” Het begrip ‘vol’, zegt hij, is niet te objectiveren, het blijft een subjectief begrip. „Juist vroeger leefden Nederlanders onder overbevolkte omstandigheden. Denk aan de oncomfortabele huisvesting die ze met velen moesten delen. En aan het vuil op straat.” Inmiddels hebben Nederlanders thuis de meeste vierkante meters van Europa.

En de openbare ruimte, is die niet voller geworden? Schnabel: „Nederland is begaanbaarder dan ooit. In de natuur konden mensen, zeker armen, vroeger niet komen. Nu kan iedereen vrijelijk over het strand van noord naar zuid lopen zonder het zicht op eindeloze bebouwing, zoals in andere landen.”

Waar Nederland wel mee vol staat zijn huizen. „De prognose in 1965 was dat Nederland nu 21 miljoen mensen zou tellen verdeeld over 5,5 miljoen huizen. Maar met 16,5 miljoen inwoners hebben we aan 7 miljoen huizen nog steeds niet genoeg. We hebben ons verkeken op de drastisch afgenomen gezinsgrootte.”

En Nederlanders, zegt Schnabel, zijn nog altijd een van de gelukkigsten ter wereld. Ondanks de hoge bevolkingsdichtheid. En misschien wel dankzij. „Dichte bevolking levert welvaart op. Denk aan steden als Singapore. Bovendien: lang niet iedereen wil in een vrijstaand huis wonen.”