'Life is a losing game' voor Amy's die ik tegenkom

De vader van Amy Winehouse wil een afkickcentrum openen.

Waar was hij toen ze hem nodig had? Amy ging kapot aan een zieke jeugd.

Illustratie Merlijn Draisma

Sinds bluesgitarist Robert Johnson de ‘forever 27 club’ begon in 1938, lijken muzikanten het noodlot aan te trekken. Als zij niet worden neergeschoten door een gek of een rivaliserende gangsta, dan stort hun vliegtuig wel uit de lucht of verbleekt langzaam hun levenslust terwijl zij covers staan te huilen in een casino in Las Vegas. Maar verreweg de meeste muzikanten overlijden door een overdosis, door slechte dope, of doordat zij stikken in hun eigen braaksel – kortom, vanwege hun verslaving. En nu is Amy Winehouse dood.

In mijn werk als psycholoog kom ik bijna dagelijks Amy’s tegen, al kan niemand van hen zo mooi zingen als die ene. De Amy’s (m/v) die ik ken doen er meestal langer dan 27 jaar over om zichzelf te gronde te richten, dat is nog een verschil. Wat overeenkomt is een sterke hang naar zelfdestructie, of op zijn minst een neiging tot lichamelijke en mentale zelfverwonding, en de opdracht om in het leven elk kansje op succes krachtig de kop in te drukken. Waarom doen die mensen dat? En als je dan zo graag naar de klote wilt gaan, dan kun je toch net zo goed meteen van de brug springen?

Om met dat laatste te beginnen: een verslaving is geen suïcidale depressie. Verslaafden zijn niet levensmoe, verslaafden denken dat zij een slecht leven verdienen. Deze overtuiging komt meestal voort uit een ellendige jeugd, waarin zij zijn genegeerd, vernederd of misbruikt door egoïstische rotzakken, meestal hun ouders. Zo leerden zij twee dingen. Zij leerden dat zij als individu niets voorstellen en zij leerden om te dissociëren, dus om gedachten en gevoelens los te koppelen van de werkelijkheid. Als er iets naars gebeurde, schakelden zij meteen over naar een ander kanaal, ver weg van de nare realiteit. Zij dachten en voelden dan even helemaal niets.

Als zulke kinderen groot worden, blijven zij zichzelf zien als personen die niets voorstellen. Identiteit, eenmaal gevestigd, is een hardnekkig fenomeen. Naarmate ouders meer en meer wegvallen als bron van destructie, moeten zij zelf krachtiger de slopershamer ter hand nemen om zichzelf te herinneren aan het feit dat zij niets voorstellen – om zo hun identiteit te kunnen bewaren. Een verslaving is een uitstekende manier om jezelf te slopen. Verslaving is een self fulfilling prophecy: ik stel niets voor, dus gebruik ik, dus stel ik niets voor. Verslaving versterkt bovendien dissociatie: de roes maakt dat verslaafden even niets denken en voelen, net als vroeger. Stoned zijn is voor hun als thuiskomen.

Succes breekt dit bouwwerk af. Iemand die succes heeft, doet er toe, nietwaar? Succes is ondraaglijk voor personen die zeker weten dat zij losers zijn. Ergens in hun ziel vindt kortsluiting plaats. Reality does not compute. Daarom breken succesvolle artiesten zichzelf sneller af dan de arme drommels die ik zo vaak tegenkom: hoe meer succes verslaafden hebben, hoe meer zelfdestructie nodig is om de verwarring te bestrijden. Succes berooft hun van hun identiteit. Dat dit een identiteit is die is gegrondvest op kinderlijke afweer, eigenlijk een surrogaat-identiteit, maakt het verlies niet minder groot. Hoe meer succes, hoe meer surrogaat verslaafden zichzelf moeten toedienen.

En nu is Amy dood. Een mens kan maar zoveel surrogaat hebben. Daarmee wil ik zeggen dat het uiteindelijk niet de dope was die haar de das heeft omgedaan, maar een gebroken hart – liever gezegd, een in de knop gebroken hart. Dat er iets is gebeurd in Amy’s jeugd, staat voor mij vast. Maar wat? Vader Mitchel Whinehouse verkondigt nu overal de bizarre theorie dat Amy is overleden ten gevolge van onthoudingsverschijnselen. Pardon? Deze voormalige taxichauffeur maakt goede sier bij de Britse regering met zijn voornemen om Amy’s nalatenschap te besteden aan de oprichting van Drug Rehab Centres (zie kader). Hoeveel schuldgevoel komt daarbij kijken? Heeft ‘Mitch’, zoals de tabloids hem liefkozend noemen, na zijn scheiding pas weer belangstelling gekregen voor dochter Amy toen ze over een gouden keeltje bleek te beschikken? Heeft hij, verblind door ambitie, niet willen zien dat kleine Amy depressief in haar armen zat te snijden? Wat betekent het dat Amy ‘daddy’s girl’ op haar schouder liet tatoeëren? Zulke vragen zou ik Mitch nou graag eens stellen.

Hoe het ook zij, Amy heeft nooit de kans gehad om uit te groeien tot wie zij eigenlijk was. We zullen nooit weten wat haar stem nog meer had kunnen teweegbrengen. Dit brengt me, ten slotte, bij Amy’s talent. Zou zij nog hebben geleefd als ze niet zo verschrikkelijk mooi had kunnen zingen?

De Amy’s die ik ken hebben allemaal ook een talent. Meestal is dit verborgen achter het lawaai van een manie of een psychose, of onder de puinhoop die een verslaving van een mensenleven maakt. Hun talenten lopen uiteen van scherpzinnigheid tot creativiteit, zij kunnen zien en horen waarvoor anderen blind en doof zijn en dit tot uiting brengen. Zo’n talent is een last, het maakt een mens speciaal en mensen willen niet graag speciaal zijn. We willen erbij horen, erkend worden als gelijken. Amy’s zijn eeuwig op zoek naar de erkenning die de rotzakken uit hun jeugd hun niet hebben gegeven. Maar de truc is dat zij zichzelf moeten erkennen. Zij overleven alleen als zij erin slagen om te accepteren dat zij een talent én een loser zijn, een briljante ster én een gapend zwart gat.

Jean-Pierre van de Ven is psycholoog. Over het verband tussen waanzin, zin en liefde schrijft hij het boek ‘Geluk in de liefde’, dat deze maand verschijnt bij uitgeverij Ambo.

    • Jean-Pierre van de Ven