Frankrijk is duidelijk: Gaddafi moet aftreden

In reactie op het commentaar van 27 juli, ‘Strafhof als politiek instrument’, het volgende. Vanaf het begin heeft Frankrijk een doorslaggevende rol gespeeld in het dossier-Libië – aan de zijde van de Nationale Overgangsraad, bij de Veiligheidsraad van de VN, bij de Mensenrechtenraad van de VN, bij de Europese partners, in de Internationale Contactgroep Libië en binnen de NAVO.

De uitvaardiging van een arrestatiebevel tegen Gaddafi en twee van zijn naaste medewerkers door het Internationaal Strafhof werd toegejuicht door Frankrijk. Op 27 juni verklaarde het Franse ministerie van Buitenlandse en Europese Zaken: „Dit belangrijke besluit is een bevestiging dat Gaddafi alle legitimiteit heeft verloren en dat hij alleen staat. Hij moet aftreden en kan in geen geval deel uitmaken van de politieke oplossing die de internationale gemeenschap vurig wenst voor het nieuwe Libië. Frankrijk roept op tot onverkorte inachtneming van de internationale verplichtingen ten aanzien van het ICC.” Al op 9 juni heeft Frankrijk bij monde van zijn permanente vertegenwoordiger bij de VN verklaard dat „de misdaden die kolonel Gaddafi en zijn vertegenwoordigers tegen het Libische volk hebben begaan, niet onbestraft mogen blijven. [...] Wij zijn in dit opzicht verheugd over de samenwerking die is ontstaan tussen de internationale onderzoekscommissie inzake Libië en in het Internationaal Strafhof. Frankrijk is van mening dat de minachting van het gezag van kolonel Gaddafi ten opzichte van het internationaal recht en de extreme ernst van de misdaden die zij nog steeds begaan tegen het Libische volk niet zonder gevolgen mogen blijven.”

Voor wat betreft het lot van Gaddafi heeft onze minister Juppé (Buitenlandse en Europese Zaken) op 20 juli benadrukt dat „Gaddafi moet aftreden; hij moet afstand doen van al zijn militaire en civiele verantwoordelijkheden. Dat is voor ons de voorwaarde voor het tot stand brengen van een staakt-het-vuren dat vervolgens zal uitmonden in de hervatting van een nationale dialoog; dat is duidelijk. Zal hij vervolgens in Libië blijven? Het is aan het Libische volk en aan niemand anders om daarover te beslissen.”

François Delahousse

Franse ambassade in Den Haag