EO-reportage onthult: Oeganda is een raar land

'Uitgesproken EO' met de neus op de feiten gedrukt in Kampala.

Ook al is deze zomer niet eens zo heel erg nieuwsluw, een voedselcrisis in Oost-Afrika krijgt in augustus toch meer aandacht dan midden in het televisieseizoen. Gisteren besteedden alle drie de actualiteitenrubrieken en het NOS Journaal er aandacht aan.

Nieuwslezer Sacha de Boer kwam met de meest exacte inleiding: de droogte heeft feitelijk alleen in delen van Zuid-Somalië voor hongersnood gezorgd, maar die leidt in de vluchtelingenkampen vlak over de grens in Kenia en Ethiopië ook tot forse problemen. Afrikacorrespondent Kees Broere maakte vervolgens in een zinnige reportage duidelijk hoe corruptie in Kenia de distributie van voedsel onder de nomaden bemoeilijkt.

Nieuwsuur (NOS/NTR) volgt wat er in de Hoorn van Afrika gebeurt al een tijdje zorgvuldig. Gisteren sprak de rubriek met een Nederlandse vertegenwoordiger van de Somalische diaspora en een directeur van Artsen zonder Grenzen, die net uit het beruchte vluchtelingenkamp Dadaab was teruggekeerd. Hij beantwoordde vragen waar je mee zit, zoals de rol van de burgeroorlog in Somalië.

EenVandaag (TROS) had een eigen reportage uit een Ethiopisch kamp. Verslaggever Willem Jan Bloem was meegereisd met Marinus Verweij van de Samenwerkende Hulp Organisaties. Die kreeg het soort vragen voor de kiezen waarmee tegenwoordig arme drommels kritisch worden gevolgd. Namens Henk en Ingrid wilde Bloem weten welke prikkel er voor de vluchtelingen was om weer terug te keren en ook constateerde hij: „Ze hebben gewoon te veel kinderen”.

Maar dat was nog niets vergeleken met de toon van een reportage in Uitgesproken EO. De mij onbekende Johan Eikelboom (niet te verwarren met Jan Eikelboom van Nieuwsuur) is het soort verslaggever waar de EO patent op heeft: jong en enigszins telegeniek, vervuld van dadendrang en betrokkenheid, maar zonder veel benul van de wereld voorbij Barneveld.

„Ik besluit naar Oeganda te reizen”, begint hij zijn verslag, om te controleren of de millenniumdoelen daar wel worden gehaald. Op straat in Kampala wordt hij „meteen met de neus op de feiten gedrukt”, als hij zich buigt over een hongerig kind.

Ze blijken daar ook al geen ziekenfondsen te hebben. Verontwaardigd vraagt hij in steenkolenengels of mensen echt zelf voor hun medicijnen moeten betalen. Maar het wordt nog gekker: waarom installeert de regering geen waterpompen in een dorp? „Wat een raar land!” opinieert Johan en hij noemt het zelfs „best een beetje griezelig”, als hij hoort dat er kinderen ontvoerd worden om als offer te dienen.

Het is een poging tot een persoonlijke reportage, maar wie zit te wachten op zulke naïviteit?

    • Hans Beerekamp