Elke avond zetten Serviërs een kruis op bij de grens

De NAVO besloot gisteren extra soldaten te sturen naar de grens tussen Kosovo en Servië. Nationalisten komen nu dagjes over uit Servië om blokkades te bemannen, blijkt bij grenspost Jarinje.

De locatie van de blokkade is goed gekozen. Pal naast een handel in bouwmaterialen. De metalen balken, het cement en de heftruck komen goed van pas. Serviërs in het noorden van Kosovo bezetten een weg vlakbij grensovergang Jarinje.

Om de tien meter staat een obstakel: een flinke berg grind, een machine voor wegenbouw, een stapel banden, een truck met op de zijflap vier posters van de Russische premier Vladimir Poetin. Rusland steunt het Servische verzet tegen de afscheiding van de vroegere Servische provincie Kosovo.

’s Avonds om half tien wordt de heftruck gebruikt om een overdag in elkaar gelast groot ijzeren kruis rechtop te zetten in een gat in de weg. Een orthodoxe priester komt er voor de symboliek bij helpen. Er volgt een slap applausje. De makers zijn leden van Servische extreem-nationalistische organisaties, die de afgelopen dagen vanuit Servië naar Kosovo zijn gereisd. Lang niet alle burgers die meedoen aan de blokkade zijn blij met hun aanwezigheid.

„Weekendstrijders” noemt de Servische onderhandelaar Borislav Stefanovic hen denigrerend. Het is een term uit de jaren negentig, die staat voor fanatiekelingen die in het weekend afreizen naar conflictgebieden. Stefanovic en de Servische minister voor Kosovo riepen burgers op te volharden in hun vreedzame protest, maar ver te blijven van extremisten.

Het is de negende dag van het opgelopen conflict aan de omstreden grens tussen Servië en Kosovo, zonder dat een oplossing in zicht is. Onderhandelingen met de NAVO-geleide Kosovo Force (KFOR) en via EU-bemiddelaar Robert Cooper zijn tot nu toe op niets uitgelopen.

Cooper sprak maandag met Servische vertegenwoordigers en gisteren in de Kosovaarse hoofdstad Pristina met onder meer de Kosovaarse premier Hashim Thaci. Hij keerde in de loop van de dag onverrichter zake naar Brussel terug.

Serviërs dringen aan op terugkeer naar de situatie van vóór vorige week, toen Servische leden van de Kosovaarse politie onder begeleiding van EU-politie de twee grensovergangen controleerden. Zij hielden zich echter niet aan het door de regering in Pristina afgekondigde importverbod op Servische goederen.

Voor de regering van Thaci is terugkeer naar die situatie onbespreekbaar. Alleen als de soevereiniteit en territoriale integriteit van Kosovo worden gerespecteerd, valt er volgens de premier verder te onderhandelen.

Intussen gonst het van de geruchten over dreigend geweld. Premier Thaci vergaderde met al zijn veiligheidsmensen, onder wie de hoofden van de Kosovo Security Force, een lichtbewapende macht die wordt gezien als toekomstig leger. Kosovo mag nu nog geen leger hebben en het land-in-opbouw staat onder internationaal toezicht. In Servische delen zouden veel mensen wapens bij zich dragen of in de auto hebben liggen. In veel huishoudens in Kosovo, zowel aan Servische als Albanese zijde, zijn wapens aanwezig. Bij de blokkades zijn echter geen wapens te zien.

De NAVO besloot gisteren een extra bataljon van zes- tot zevenhonderd man naar Kosovo te sturen. KFOR is bijna zesduizend man sterk. Volgens een woordvoerder dient de versterking om de soldaten af te lossen die sinds een week twee grensovergangen controleren en dus intensief worden ingezet. Onbemande blokkades zijn door de NAVO met bulldozers aan de kant geschoven. De Serviërs in het noorden hebben roosters gemaakt om ervoor te zorgen dat ook de komende dagen de overige wegversperringen voortdurend bemand zullen zijn.

    • Marloes de Koning