De aanklacht

De openbare aanklager beschuldigt ex-president Mubarak, toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Habib al-Adli en zes hoge politieofficieren, die eveneens terechtstaan, van moord met voorbedachten rade en poging tot doodslag op deelnemers aan vreedzame protesten door het hele land. Ongeveer 850 mensen vonden de dood tijdens de opstand, die 25 januari begon en 11 februari eindigde. Mubarak zou de politie hebben „aangezet” om met scherp te schieten op demonstranten en met hun voertuigen demonstranten te overrijden opdat hij „zijn greep op de macht kon beschermen en aan het bewind blijven”. Daarvoor kunnen de beklaagden de doodstraf krijgen.

Mubarak wordt er verder van beschuldigd zijn positie te hebben gebruikt om rijkdommen, waaronder villa’s, en privileges voor zichzelf en zijn zoons te vergaren.

Zijn zoons Alaa en Gamal worden beschuldigd van financiële misdrijven in samenwerking met hun vader. Ook de miljardair Hussein Salem moet zich hiervoor verantwoorden.

Hosni Mubarak

De 83-jarige Egyptische ex-president is de eerste leider sinds het begin van de Arabische opstand, eind december, die daadwerkelijk terechtstaat. De Tunesische sterke man Ben Ali, die in januari naar Saoedi-Arabië vluchtte, wordt bij verstek berecht. Vóór de Arabische ‘lente’ was de Iraakse president Saddam Hussein een van de weinige Arabische leiders die werden berecht, en opgehangen. Mubarak trad 11 februari af te midden van massaprotest tegen zijn dertig jaar oude regime. Hij maakte carrière in de strijdkrachten. President Sadat benoemde hem als vicepresident en hij volgde hem in 1981 op na diens dood bij een aanslag. Zijn aanhangers betogen dat hij stabiliteit heeft gebracht na het moslimextremistische geweld van de jaren tachtig en begin jaren negentig, en economische groei. Zijn tegenstanders verwijten hem de zakken van de rijke elite verder te hebben gevuld terwijl het volk verarmde. Onder zijn bewind nam de repressie toe. Tegenstanders werden in de gevangenissen opgeborgen en gefolterd. Tijdens verkiezingen werd de oppositie klein gehouden door ongebreidelde fraude ten gunste van zijn regeringspartij.

Alaa Mubarak

De oudste zoon van de afgezette president en zijn vrouw Suzanne leefde buiten de schijnwerpers van het nieuws. Hij studeerde aan de American University of Cairo en ontwikkelde zich tot een rijke zakenman. Daarbij zou hij ruimschoots hebben geprofiteerd van de positie van zijn vader. Zo zou het hoofd van de toezichthouder op de financiële markten met aandelenkoersen hebben geknoeid om Alaa Mubarak en zijn medestanders tientallen miljoenen dollars toe te spelen.

Gamal Mubarak

De jongste zoon (47) werd beschouwd als kroonprins van zijn vader, hoewel deze steeds heeft ontkend een dynastie te willen stichten. Volgens sommige theorieën was de groeiende overtuiging bij de bevolking dat Gamal naar het presidentschap werd geleid, een van de belangrijkste aanzetten tot de protestbeweging. Hij studeerde aan dezelfde universiteit als zijn broer, en verzamelde een fortuin als bankier, onder andere in Londen. In 2000 staakte hij zijn werk als bankier. Sindsdien was hij heel snel hoog opgeklommen in de hiërarchie van de regeringspartij.

Habib al-Adli

De vroegere minister van Binnenlandse Zaken was een van de meest gehate figuren van Mubaraks regering wegens het brute optreden van de eveneens gehate politie. Het gaat bij dit proces om de brute manier waarop de politie in de eerste dagen van de opstand de massabetogingen tegen de president probeerde te onderdrukken. Daarbij werd onder andere met scherp geschoten. Adli (73) werd in 1997 minister van Binnenlandse Zaken, en werd op 31 januari van dit jaar gewisseld in een poging van Mubarak de angel uit de demonstraties te halen. In een eerste proces is hij tot twaalf jaar gevangenis veroordeeld wegens corruptie.

Hussein Salem

Prominente zakenman en vertrouweling van Mubarak. De miljardair, die ook de Spaanse nationaliteit heeft, is in Spanje opgepakt. Egypte hoopt hem uitgeleverd te krijgen. Onder andere wordt hij ervan beschuldigd Israël ver onder de marktprijs gas te hebben geleverd, ten koste van de Egyptische economie.