Burger moet beschermd, niet de inbreker

De privacy van burgers wordt beter beschermd.

Wie een foto van een inbreker online zet, riskeert straks een boete. Nu gaat de discussie alleen nog hierover.

Hernia in de onderrug wordt in het ene ziekenhuis vaak operatief verholpen, in het andere volstaat een kijkoperatie of een goed advies. Foto Peter de Krom Bij ´The Waxbar´ in Rotterdam wordt taboedoorbrekend onthaard doormiddel van wax bij zowel mannen (40%) als vrouwen (60%). Foto: Peter de Krom

Een omgekeerde redenering, noemt CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg het. De winkelier die een boete moet betalen omdat hij de privacy van een inbreker schendt, als hij beelden van zijn beveiligingscamera online zet. Terwijl die ander „als een dief in de nacht zíjn zaak binnenkwam”.

Net als coalitiepartij CDA is ook gedoogpartner PVV tegen het idee om boetes op te leggen aan bedrijven die filmpjes en foto’s van eventuele daders online zetten. Toch is dat nu onderdeel van de plannen van staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD), om de Wet bescherming persoonsgegevens aan te passen. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) krijgt meer bevoegdheid om de online privacy van burgers te beschermen, en daar is dit een onderdeel van.

Jacob Kohnstamm, directeur van dat CBP, zegt dat „te denken valt” aan 25.000 euro, als boete voor ondernemers die filmpjes of fotomateriaal van criminelen online zetten. Voor bedrijven als Google, Facebook en Microsoft zouden dat zelfs miljoenenboetes kunnen zijn: „Neelie Kroes-achtige” bedragen, zoals hij zei.

Doordat Jacob Kohnstamm die bedragen heeft genoemd, zijn die nu kern van de discussie over online privacy geworden. „Strafrechtelijke boete op mishandeling is lager! Weg kwijt”, reageerde PVV-Kamerlid Lilian Helder gisteren op Twitter.

Absurd hoog, noemt ook werkgeversorganisatie MKB-Nederland die 25.000 euro. Een woordvoerder: „Een winkelier of pompstationhouder heeft al een overval of inbraak meegemaakt, en moet dan ook nog eens een boete betalen als hij een laatste noodgreep pleegt?” Niet overal doet de politie nu genoeg om de dader te pakken te krijgen, zegt MKB-Nederland. „Kennelijk voelt de ondernemer de behoefte om het heft in eigen hand te nemen. We praten het niet goed dat ondernemers filmpjes online zetten, maar het is wel begrijpelijk.”

Hoe hoog die boetes straks precies worden, staat nog helemaal niet vast. De wetswijziging is nu in de maak op het ministerie. Het boetemaximum moet „maatschappelijk gezien aanvaardbaar zijn en [...] proportioneel zijn”, schrijft Teeven in de brief die zijn plannen aankondigt. En of die 25.000 euro in proportie is? Daar kan het ministerie nu niets over zeggen.

In breder perspectief zijn Teevens voorstellen bedoeld om de online privacy van búrgers beter te beschermen, niet die van vermoedelijke daders, waar nu de nadruk op ligt. Teeven wil bijvoorbeeld ook een meldplicht voor bedrijven én overheden als daar persoonsgegevens op straat komen te liggen door verlies of diefstal.

Ongelukkig dus dat Kohnstamm met zijn voorbeeld van bescherming van criminelen laat zien dat zijn CBP meer tanden krijgt om privacyschendingen aan te pakken, zegt ook Vincent Böhre van Privacy First. „Hij had beter een onderwerp kunnen kiezen waardoor de burger denkt, kijk, het CBP gaat míjn privacy beter beschermen, niet die van inbrekers.”

Ook privacyorganisatie Bits of Freedom ziet de zaak breder. Het is belangrijk dat het CBP eens werkelijk actie kan gaan ondernemen als privacy van burgers wordt geschonden. Maar: niet de kleine winkelier, die van een individu filmmateriaal online zet, is het gevaar. Het zijn grote bedrijven en overheden die onvoorzichtig omgaan met grote hoeveelheden persoonsgegevens, zegt een woordvoerder van Bits of Freedom: „Zo gaat Google nu door met de opslag van gegevens van draadloze modems, die het met zijn Streetview-wagens oppikt. Daarvan is de impact enorm.”