Belgacom, België en Didier Bellens zijn onafscheidelijk

Belgacom-topman Didier Bellens wordt verdacht van corruptie en blijft intussen gewoon aan. Zijn lot is in handen van de politiek, aangezien de Belgische staat nog altijd 51 procent van de aandelen bezit.

Stel, je naam is Eelco Blok. Je leidt het beursgenoteerde telecombedrijf KPN, een van de grootste van het land. Je wordt verdacht van passieve corruptie bij de verkoop van vastgoed. En je blijft op post zitten.

Een fictief scenario? In Nederland wel. Maar in België blijkbaar niet. Daar werd Didier Bellens (56), bestuursvoorzitter van telecombedrijf Belgacom, anderhalve maand geleden formeel onder verdenking gesteld „wegens passieve private corruptie”, zo stelde de raad van commissarissen vorige week in een persbericht.

Bellens zou, zo blijkt uit toelichtingen van het parket, „bepaalde voordelen” hebben genoten bij de verkoop van een gebouw van Belgacom in 2005 in de Waalse stad Bergen. Het bedrijfspand zou onder de marktprijs van de hand zijn gedaan aan een omstreden zakenvrouw die nauwe banden heeft met de Parti Socialiste van Elio Di Rupo, huidige formateur in de slepende kabinetsformatie in België.

Op de koers van het aandeel had de kwestie amper invloed. „Ik betwist de feiten die mij ten laste zijn gelegd met kracht”, zei Bellens vrijdag bij de presentatie van de kwartaalcijfers. „Ik heb alle vertrouwen in de goede werking van het gerecht.”

Ook de commissarissen lieten zich in die zin uit. Zij voerden naar eigen zeggen een intern onderzoek uit toen ze in juni over de zaak werden ingelicht door de Belgacom-topman en trokken hieruit de conclusie dat de belangen van het bedrijf „volledig gevrijwaard” zijn. Hetzelfde geldt voor de demissionaire regering-Leterme: zij ziet geen aanleiding om de topman te ontslaan. „Iedereen is onschuldig tot het tegendeel is bewezen”, aldus de bevoegde voogdijminister Inge Vervotte, verantwoordelijk voor Ambtenarenzaken.

Niets aan de hand? Niet helemaal. De door ingewijden als een erg koel maar uiterst briljant omschreven financiële technicus Didier Bellens – hij leerde de knepen van het vak bij de Belgische miljardair Albert Frère – is een overlever. Hij zit al jaren aan de top van het telecombedrijf, dankzij de gratie van de politiek. Belgacom, België en Bellens, dat is de heilige Drievuldigheid, stellen ingewijden. Ze zijn onafscheidelijk. En het is „België” – lees: de politiek – dat het lot van Belgacom en zijn topman in handen heeft.

Een duidelijke politieke kleur kan niet aan Bellens toebedeeld worden. Maar zijn benoeming in 2003 als de nieuwe Belgacom-baas kreeg wel het fiat van PS-voorzitter Di Rupo. Een jaar later bracht Bellens met succes het vaderlandse telefoniebedrijf naar de beurs, waardoor het kon uitgroeien tot een populair ‘volksaandeel’ – bijna even geliefd als KPN bij zijn sprong in de beursvijver in 1994 – maar met één belangrijk verschil: de operatie werd verpakt als een zuivere privatisering, maar dat was het niet. De Belgische staat zou 51 procent van de aandelen in bezit houden.

Bellens slaagde in wat van hem in politieke kringen verwacht werd: stabiele resultaten afleveren, elk jaar met een riante dividendstroom de Belgische schatkist spekken en zich niet gek laten maken door wilde fusies en overnames die het meerderheidsbelang van de staat in gevaar brengen. Dat leverde hem het nodige krediet op in de Wetstraat – het politieke machtscentrum van België – maar het zorgde ook voor heel wat interne kritiek.

„Een cijferacrobaat”, zo omschreef het Duitse zakenblad Manager Magazin hem ooit. Bellens staat bekend als een bijzonder intelligent bestuurder die de financiële en strategische kant van het bedrijfsbeleid tot in de vingertoppen beheerst, maar hij is ook ook kil en toont opmerkelijk weinig emotionele inleving. „Een hoog IQ, maar erg laag EQ”, zeggen voormalige medewerkers.

Dat gebrek aan emotionele intelligentie leidde algauw tot diverse botsingen met zijn raad van commissarissen en politici. In 2008 hing zijn positie plots aan een zijden draadje toen bleek dat tien van de vijftien commissarissen tegen een verlenging van zijn mandaat waren. De raad – toen met oud-Fortis-voorzitter Maurice Lippens als een van de zwaargewichten en hevigste critici – vond dat hij met zijn telecombedrijf een te defensieve strategie voerde. Bellens kwam verder in opspraak toen zijn royale ontslagpremie van 8 miljoen euro in de pers kwam.

Daar kon zelfs PS-voorzitter Di Rupo niet meer tegenop. Akkoord gaan met een lagere beloning en opzegvergoeding was een voorwaarde voor Bellens om hem voor de volgende zes jaar te benoemen. Hij aanvaardde met tegenzin.

Maar dat hem door zijn eigen raad van commissarissen een onvermogen was verweten om Belgacom op de Europese markt te loodsen, bleef hangen. Want het raakte een fundamenteel probleem. De Belgische telecommarkt is al jaren verzadigd en krimpt. Groei in nieuwe diensten als breedband, digitale televisie en allerlei ICT-diensten is onvoldoende om het omzetverlies te compenseren. Bellens zocht een uitweg door hard in de kosten te snoeien. Maar de andere optie die elk economisch handboek in dat geval voorschrijft – schaalvergroting – heeft hij nooit doorgevoerd.

In de acht jaar dat Belgacom door Bellens werd geleid, zijn diverse overnames onder de loep genomen. Een fusie met KPN zou door hem zijn afgewezen omdat hij niet de baas van het fusiebedrijf kon worden, schreef de Waalse beurskrant L'Echo. Een alliantie met de derde Franse mobiele operator Bouygues werd door hem „te snel verworpen”, aldus De Tijd, en bij de mogelijke acquisities van kleinere spelers zoals Turk Telekom en Cesky Telecom waren de hoge rendementseisen die hij stelde het grote struikelblok.

Geen enkel schaalvergrotend dossier werd concreet. „Te veel oog voor de cijfers en te weinig lef en visie”, zeiden de critici. „Het klopt dat ik niet te veel wil betalen voor een overname”, reageerde hij op die kritiek drie jaar geleden in het zakenblad Trends. „Ik hanteer duidelijke criteria voor de winstgraad.”

Analisten wijzen erop dat het voor een kleine speler met de omvang van Belgacom niet eenvoudig is om een rol te spelen in de consolidatie van de sector. De telecomspeler zou weinig synergievoordelen te bieden hebben aan grote concerns als Vodafone, Telefonica, Deutsche Telekom en France Telecom, en dat drukt de biedprijzen. En als er weinig betekenisvolle internationale fusiekansen zijn, is de verleiding voor politici groot om voor het gewin op korte termijn te gaan. „Uitkeren aan de aandeelhouders, die cash”, is dan het devies. „Einde strategie.”

De toekomst van Belgacom (vorig jaar 17.000 werknemers, 6,6 miljard euro omzet) zal tijdens de kabinetsformatie – als die vanaf half augustus weer op gang komt – zeker aan bod komen, zo is de verwachting in de Wetstraat. Het concern is een van de weinige West-Europese telecomspelers waarin de staat nog een meerderheidsbelang heeft. Op een moment dat er miljarden nodig zijn, is het moeilijk om een dergelijke controle te behouden. „En de kans is klein dat Bellens een verkoop overleeft”, schrijft de Vlaamse krant De Morgen.

Niemand is echter bereid om over de positie van Bellens en de privatisering van Belgacom nu al een openlijk gevecht aan te gaan met Di Rupo en de Parti Socialiste. Zelfs nu niet, terwijl de topman van Belgacom onder verdenking is gesteld voor passieve corruptie. Zo’n discussie zou de prille doorstart waarin de kabinetsformatie zich bevindt alleen maar ondermijnen. Waarnemers sluiten echter niet uit dat er toch „politieke munt” zal worden geslagen uit de affaire – dat de zaak „politiek geëxploiteerd” zal worden om Elio Di Rupo verder te „beschadigen”, zoals de krant De Tijd schrijft.

Een van de vragen die Bellens vorige vrijdag tijdens de presentatie van de kwartaalcijfers voorgelegd kreeg, was of hij het niet vreemd vond dat zijn raad van commissarissen niet uitdrukkelijk het vertrouwen in hem had uitgesproken. „Dat moet u aan hen vragen”, antwoordde de Belgacom-topman.

Een andere meer zakelijke vraag die een journalist hem op het einde stelde, was: „Hoe zit het met een eventuele overname door een buitenlandse concurrent?” Daarover was Bellens uiterst bondig: „Dat moet u aan de regering vragen.” En hij ging naar buiten.

    • Piet Depuydt