Arabische buren stil over Syrië

Onder Arabische leiders is de Syrische president Bashar al-Assad evenmin populair als de Libische leider Gaddafi. Maar zij zijn nerveus: Assads val brengt iedereen in gevaar.

De media in de Arabische wereld besteden veel en boze aandacht aan de gewelddadige pogingen van het Syrische regime de opstand tegen zijn gezag te onderdrukken. Commentatoren verdoemen president Bashar al-Assad om zijn bloedige offensief in de stad Hama. Egyptische activisten demonstreren bij de Syrische ambassade in Kairo en eisen de uitwijzing van de Syrische ambassadeur.

Maar Arabische regeringen geven geen kik. De Egyptische secretaris-generaal van de Arabische Liga, Nabil al-Araby, riep de Arabische leiders in het algemeen op te luisteren naar de „legitieme wensen van hun bevolkingen” en „de mensenrechten na te leven”. Maar het woord ‘Syrië’ kwam niet over zijn lippen.

De Saoedische hervormer Hussein Shobokshi spreekt in de Saoedische krant Asharq al-Awsat van „het schandelijke Arabische stilzwijgen” over „de afschuwelijke misdaden van Assads regime”. De onafhankelijke internetkrant Nowlebanon.com vindt dat de Liga „een werkelijk armzalig voorbeeld” heeft gesteld over Syrië. De Engelstalige Libanese krant The Daily Star weet: „De Arabische Liga, het knarsende officiële forum voor regeringen, laat haar gebruikelijke, teleurstellende voorstelling zien.”

En wat de Syrische betogers zelf betreft, hun leus ‘Uw zwijgen doodt ons’ van vrijdag was niet alleen tegen de nog thuisblijvende Syrische meerderheid gericht maar ook tegen de Arabische buitenwereld.

De Arabische Liga is doorgaans zuinig met kritische opinies over lidstaten. Maar ook individuele Arabische leiders hebben bijna zonder uitzondering tot dusverre het stilzwijgen bewaard over de situatie in Syrië. Zij zijn dan ook bijzonder nerveus.

Assad is een heel ander geval dan de Libische leider Moammar Gaddafi. Arabische leiders verafschuwen Gaddafi, die hen tijdens conferenties met onaangename waarheden placht te confronteren zoals hun minieme feitelijke steun voor de Palestijnen. De Saoedische koning Abdullah herinnert zich maar al te goed een moordcomplot van Gaddafi tegen hem. Dus toen Libische burgers in opstand kwamen en westerse leiders Arabische steun vroegen voor gewapend ingrijpen, stemden ze daarmee in. Zij kunnen haast niet wachten op Gaddafi’s val.

Maar Libië ligt buiten het hart van de Arabische wereld; als Gaddafi uiteindelijk weg is heeft dat in principe geen gevolgen voor andere leiders. Assad, die jarenlang het radicale blok binnen de Liga aanvoerde, is evenmin populair, maar zijn val kan wel degelijk serieuze gevolgen hebben.

De andere presidenten en monarchen vrezen consequenties voor hun eigen positie. Met miljarden dollars voor uitkeringen en goedkope woningen aan de ene kant en repressieve maatregelen anderzijds hebben de meesten zich de demonstranten van het lijf kunnen houden. Een voorbeeld van een geslaagde opstand dicht in de buurt zou wel eens aanstekelijk kunnen werken.

Misschien nog meer zorgen hebben zij over de mogelijkheid dat de val van Assad, een hoofdrolspeler in het Arabisch-Israëlische conflict en een bondgenoot van het gevaarlijk geachte Iran, tot een sektarische oorlog leidt die zich over de regio verspreidt. Wat zal de zwaar bewapende Libanese Hezbollah doen, geallieerde van Syrië en Iran, en Israël?

Iraakse shi’ ieten denken dat Saoedi-Arabië sunnitische extremisten in Syrië bewapent om daar de macht te grijpen en Irak met zijn shi’itische meerderheid te omsingelen. Vandaar dat de Iraakse regering verder gaat dan zwijgen, en een aantal akkoorden heeft gesloten met het Syrische bewind. „De Iraakse regering is een partner in het Syrische bloedvergieten”, schrijft hoofdredacteur Tariq al-Homayad van Asharq al-Awsat.

Op haar best is de situatie in Syrië onvoorspelbaar. Er heeft zich nog geen oppositieleiderschap met een programma ontwikkeld dat te zijner tijd Assad zou kunnen vervangen. Niemand weet of een volgend bewind liberaal of fundamentalistisch wordt, of misschien een nieuwe dictatuur. Misschien overleeft Assad de opstand wel. Onder die omstandigheden houden de Arabische leiders zich liever stil.

Arabische burgers zijn boos, maar westerse regeringen komt dat stilzwijgen wel goed uit. Zij leveren scherpe kritiek op Assads bewind, maar een militaire interventie zoals in Libië willen ze niet. De slepende Libische oorlog kost honderden miljoenen dollars op een moment waarop geld schaars is. En de onvoorspelbaarheid van de Syrische toekomst vinden ook zij zeer zorgelijk.

In tegenstelling tot met de kwestie-Libië is volgens NAVO-secretaris-generaal Rasmussen niet voldaan aan de basisvoorwaarden van een militaire interventie: „Een mandaat van de Veiligheidsraad en krachtige steun van de Arabische Liga.”