Amerikanen milder voor 'halfzachte' Obama dan Congres

De Democraten zijn niet gelukkig met het compromis over het schuldenplafond. Maar de gemiddelde burger lijkt het president Obama niet zwaar aan te rekenen.

Een zwetende Daniel Loehr (21) leunt op zijn racefiets tegen het hek van het Witte Huis. Achter hem ligt het moestuintje van Michelle Obama. De twee vriendinnen met wie hij van Californië naar New York fietst maken foto’s. Loehr heeft weinig tijd gehad de krant te lezen, maar hij heeft de politieke impasse over de verhoging van het schuldenplafond gevolgd via Twitter.

Hij is ontevreden over de uitkomst. Alleen de armen dragen bij aan het terugdringen van de staatsschuld, niet de rijken. Maar Loehr is tevreden over de rol van president Obama. „Ik ben trots op de president. Hij heeft laten zien dat hij sterk en bedachtzaam is. Hij heeft naar beide kanten geluisterd en geprobeerd een oplossing te vinden.”

Eerder gisteren tekende Obama een wet, kort daarvoor aangenomen in de Senaat, waarin de regering toestemming krijgt van het Congres meer geld te lenen, op voorwaarde van forse bezuinigingen. Alle betrokken partijen zien de wet als een noodzakelijk kwaad, maar de Democraten in het Congres zijn nog het meest teleurgesteld. Obama is in hun ogen veel te ver naar rechts bewogen om een akkoord te bereiken met de Republikeinen.

Hoe ernstig is de statuur van Obama geschaad in het politieke gevecht over het schuldenplafond? Het is duidelijk dat vooral progressieve Democraten kwaad zijn dat er geen belastingverhogingen in de wet zijn opgenomen. „Geen rooie cent”, zo vatte Nancy Pelosi het ongenoegen onder Democraten samen.

Maar de eerste tekenen wijzen er op dat de kiezers begrip hebben voor de moeilijke positie van Obama tijdens de onderhandelingen. Ze nemen het de president niet heel kwalijk dat er een ontoereikend compromis is bereikt. De ruziënde politici in het Congres, dat zijn de schuldigen. „Congresleden zijn altijd bezig met de volgende verkiezingen", zegt ook Loehr. „Ik heb weinig politici gezien met het lef om tegen hun partijbelang te stemmen.”

Zijn mening lijkt tekenend voor de gemiddelde Amerikaan. Volgens een peiling van CNN gisteren is bijna de helft van de ondervraagde Amerikanen tevreden hoe Obama de onderhandelingen over het schuldenplafond heeft aangepakt. Dat kan niet gezegd worden over de Congresleden van beide partijen: slechts een op de drie Amerikanen is positief over hun aandeel.

Uit dezelfde peiling blijkt dat slechts een minderheid van de Amerikanen blij is met het bereikte compromis. Maar de president wordt niet hard afgestraft. Dit lijkt te bewijzen dat Obama succes heeft met zijn ietwat eigenaardige campagne om Amerikanen uit te leggen hoe weinig macht hij heeft.

Waar George W. Bush de grenzen van het presidentsambt zover mogelijk oprekte, vertelt Obama met de toon van een docent staatsrecht dat het Witte Huis niet de grote beslissingen neemt. Het Congres schrijft de wetsvoorstellen, maakt begrotingen en besluit of het schuldenplafond al dan niet omhoog mag. Wat de president rest is een handtekening zetten of, in een zeldzaam geval, een veto uitspreken.

De opperlobbyist, zo wordt Obama ook wel genoemd. Net als de lobbykantoren aan K Street stuurt de president zijn medewerkers naar Capitol Hill om Congresleden te vragen om steun voor zijn ideeën. Meer dan zijn voorgangers verkiest Obama samenwerking met het Congres boven confrontatie. De hervorming van de gezondheidzorg, strengere regels voor Wall Street, het zijn allemaal voorbeelden waar Obama het werk grotendeels aan het Congres heeft overgelaten.

Het voordeel is dat mislukkingen ook op conto van het Congres komen. Obama heeft tijdens het schuldendebat telkens weer gezegd dat hij bereid was tot een compromis, zodra de Congresleden klaar waren met ruziën. Deze kaart speelde Obama gisteren ook weer in zijn korte toespraak voor het tekenen van de schuldenwet, zij het op subtiele wijze. „Ik wil het Amerikaanse volk bedanken voor de druk die ze hebben uitgeoefend op hun gekozen vertegenwoordigers om politiek aan de kant te zetten en samen te werken.”

Vervolgens ging Obama naadloos over in zijn rol als opperlobbyist. Hij richtte zich tot het comité in het Congres dat de komende tijd meer verbeteringen in de overheidsfinanciën bekijkt. Meteen overhandigde hij zijn verlanglijstje. Bovenaan: meer belastinginkomsten. „Economische groei draait niet alleen om bezuinigingen.”

Buiten de hekken van het Witte Huis zegt Lori Brown, een zwarte apotheker uit Atlanta, Georgia, dat ze Obama niet benijdt. „Ik heb medelijden met wie daar ook maar woont. Het is een lastige positie, president zijn.” Ze had meer bezuinigingen in de schuldenwet willen zien, maar gezien de omstandigheden vindt ze dat de president het goed heeft gedaan. „Ik denk dat Obama vaker zelf de leiding moet nemen en dingen moet doordrukken. Maar in dit geval was er dan helemaal geen overeenkomst gekomen.”

Progressieve Democraten denken er anders over. Ze willen niet meer dat Obama de Republikeinen telkens de andere wang toekeert. Het meest strijdbaar is Bernie Sanders, zelf een onafhankelijke senator uit Vermont. Hij vindt dat meer Democraten zich moeten aanmelden voor de presidentsrace van 2012. Obama moet zijn halfzachte houding opgeven als hij niet langer de onbetwiste kandidaat van links is, denkt hij.

Gematigde Democraten hebben dit idee verworpen. Een gevecht binnen de partij creëert een gat waar de Republikeinse kandidaat van profiteert, zei bijvoorbeeld Michael Arcuri, een Democratische afgevaardigde die bij de laatste tussentijdse verkiezingen zijn zetel verloor aan een Republikein. „De president zal geen oppositie krijgen, en moet dat ook niet krijgen.”

En ook al stelt Obama zich harder op, dan nog zullen de Republikeinen hem voor „alles aan het kruis nagelen”. Dat zegt Jeffrey Frankel, een econoom van Harvard, via de telefoon. Frankel, een economisch adviseur van president Clinton, vindt de analyse onzin dat de Republikeinen harder zullen bijten nu ze het bloed van de president hebben geroken. Als econoom is hij teleurgesteld dat de belastingen zijn gesneuveld in de onderhandelingen, want dat is volgens hem de enige manier om de staatsschuld structureel te verlagen. Maar Obama had geen andere uitweg. „Wat had de president moeten doen om te bewijzen dat hij zich niet laat chanteren? Het land over de economische afgrond duwen?”

Voor de trappen van het Congres op Capitol Hill speelt het orkest van de luchtmacht. Alex, een internetondernemer uit New Jersey (hij wil niet met zijn volledige naam in de krant), is met zijn 13-jarige nichtje in Washington om haar de stad te laten zien. Hij is de zoveelste persoon vandaag die ontevreden is over de uitkomst van het schuldendebat, maar zegt dat Obama het beter heeft gedaan dan hij had gedacht. En ook Alex zoekt de schuld bij het Congres.

Alex, die als jongen vanuit Rusland naar Amerika kwam, is bang dat „die vergrijzende Senatoren” te star zijn om in te zien dat Amerika zich moet aanpassen aan een veranderende wereld, waar opkomende economieën als China en Brazilië ook steeds meer politieke macht opeisen. De machinerie van Washington is te complex om snel te reageren. „Natuurlijk, onze president kan het bevel geven Osama bin Laden te doden. Maar dat is het wel zo’n beetje.”