Zijn wielercriteriums toneelstukjes?

Grote namen en publiekslievelingen uit de Tour de France komen daarna in Nederland en andere landen voor veel geld korte wedstrijden rijden, de ‘rondjes om de kerk’. „Ik hoor altijd dat deze wielercriteriums doorgestoken kaart zijn. Zou dat in de berichtgeving vermeld moeten worden?” vraagt Raymond Krul zich af.

Eerst maar de veronderstelling dat de uitslag inderdaad al vaststaat. Theo van der Westerlaken is secretaris van de organisatie achter criterium De Acht van Chaam. Hij vertelt als organisator niet op voorhand te weten wie er zal winnen. „Het is meer dat iedereen weet wat hem ongeveer te doen staat”, zegt hij cryptisch. Dan duidelijker: „De renners weten dat het bij de criteriums niet per se om winnen gaat, maar om het opvoeren van een mooie show voor het publiek. En dat publiek wil de vedetten zien. Die worden geacht te strijden voor de overwinning.”

Als voorbeeld van hoe het soms toch anders loopt, herinnert hij aan een befaamd geval uit 1968. ‘De Acht’ werd dat jaar gewonnen door Rini Wagtmans, die in de sprint de kersverse Tourwinnaar Jan Janssen klopte. Van der Westerlaken: „Wagtmans was een broekie die nog maar een paar maanden in het peloton rondreed, en dan de gele truidrager verslaan. Die actie werd hem niet in dank afgenomen.”

Het zijn de mores in het peloton die ervoor zorgen dat uiteindelijk bijna altijd grote namen op het podium staan. Een criterium is geen ‘echte’ wedstrijd. Het is meer divertissement dan sport. Bij een toneelvoorstelling spreek je ook niet van doorgestoken kaart.

Dan de berichtgeving. Jaap Bloembergen, plaatsvervangend chef sport bij NRC Handelsblad, zegt: „Een criterium is een commercieel festijn, renners zetten het ook niet op hun erelijst. Wat andere media doen, moeten ze zelf weten, maar wij besteden er doorgaans niet veel aandacht aan. Soms maken we een uitzondering, vorige week bijvoorbeeld hebben we over het criterium in Boxmeer geschreven, maar dat ging vooral over de gekte rond Johnny Hoogerland.”

NOS-commentator en oud-coureur Maarten Ducrot krijgt het laatste woord. De vraag is „niet echt relevant”, volgens hem. „Het zijn kermiskoersen, de renners tonen zich aan het publiek.”

Jan Postma