Weggejaagd door bakfietsmoeders

Mitte, Prenzlauerberg – ooit herbergden deze wijken de Berlijnse avant-garde.

Door stadsvernieuwing en stijgende huurprijzen dreigt zij te worden verjaagd.

Impressies van hip Berlijn. "De mensen die de buurt succesvol hebben gemaakt, moeten nu meer betalen", zegt taartjesbakker Daniel Bader (links onderin). Foto's Rolinde Hoorntje

Voor het oude appartementsgebouw aan de Willemstraße zitten twee bewoners in de zon. Groengeel haar piekt onder Bella’s (43) bolhoed vandaan. Zijn leren gillet is met stukjes stof opgelapt, zijn kistjes zijn grijs verschoten. „Vierentwintig jaar en nog een beetje”, woont de nestor in de linkse woongemeenschap die sinds 1973 in het voormalig kraakpand is gevestigd. Hij wijst naar de kantoren aan de overkant. „Zie je die gebouwen? En daar links? Vroeger was hier niets.”

Het Tommy Weisbecker Haus is een van de honderd ‘linkse huisprojecten’ in het centrum van Berlijn. Het zijn veelal oude panden, na de krakersgolven begin jaren tachtig en negentig in erfpacht gegeven aan de bewoners. „Een derde deel heeft een belangrijke sociale functie, zoals het Tommy Haus”, zegt Andrej Holm, docent aan de Humboldt Universiteit in Berlijn. Het ‘Tommy Haus’ heeft een opvangruimte voor zwerfjongeren, waar ze ook psychische ondersteuning en hulp bij het aanvragen van een uitkering kunnen krijgen. Daarnaast is het een bekend podium voor opkomende (punk)bands. „Rage Against The Machine stond hier twintig jaar geleden nog op het podium”, vertelt bewoner Lotti (40).

Maar het is de vraag hoe lang zulke woongroepen nog stand houden in Berlijn. De oude kraakpanden zijn een geliefd object voor investeerders, die van de Altbau luxe appartementen of kantoren willen maken. „De oevers van de Spree moeten leeg”, zegt Lotti. Het proces van yuppificatie is vaak hetzelfde: kunstenaars en jongeren verhogen de charme van een wijk, de gevestigde orde hobbelt er achteraan en drijft de prijzen op. De veelal linkse pioniers wijken morrend uit naar plekken in de stad waar de huren nog laag liggen, zoals in Oost-Berlijn. En dat zorgt daar óók weer voor spanningen.

Berlijn is steeds minder de hoofdstad waar je als kunstenaar een studio kan huren voor een appel en een ei. Het is steeds minder rauw. Na de val van de Berlijnse Muur (1989) ontstond in Oost-Berlijn een krakersgolf, schrijft sociaal wetenschapper Holm, die een blog bijhoudt over de veryupping. Kunstenaars, punkers en studenten trokken naar wijken als Mitte, het stadshart van Berlijn, en het noordelijker gelegen Prenzlauerberg. Twintig jaar later zijn de wijken overmeesterd door bakfietsmoeders en hippe cafés. Krakers en kunstenaars worden langzaam uitgerookt. „In het centrum stegen de huren de afgelopen drie jaar met meer dan 30 procent”, zegt een medewerker van vastgoedkantoor Engel & Völkers.

Daniel Bader (34), de zwaar getatoeëerde eigenaar van een taartjeswinkel in Friedrichshain, heeft gemengde gevoelens over de veranderingen. Vijf jaar geleden was de oude punker de eerste die zich vestigde tussen de bars rond het plein. Nu zijn er meerdere kledingwinkels met pasteljurkjes voor honderd euro of meer. „Het is goed voor de klandizie”, zegt Bader. „Maar de mensen die de buurt succesvol hebben gemaakt, moeten nu ook meer betalen.”

In het noorden van Neukölln is de Weserstraße het epicentrum van de stadsvernieuwing. In de grote appartementenblokken uit de 19de eeuw wisselen de ijssalons en espressobars de Turkse bakkers en belwinkels af. Er is ook een biologische supermarkt, populair onder yuppies. „Toen we hier anderhalf jaar geleden kwamen, zag de buurt dat als het begin van het einde”, zegt medewerker Bebek Welten (38). Het verzet is niet verdwenen. Voor de deur van de supermarkt ligt een stapeltje flyers met de tekst ‘wir bleiben alle’. Bewoners van een buurtpand klagen hierin over de nieuwe huiseigenaren die huurverhogingen tot 85 procent hebben aangekondigd.

Is deze ontwikkeling erg? Ja. „Arme mensen zijn vaak buurtafhankelijk. Als zij naar de buitenwijken worden verbannen treedt segregatie en polarisering op”, zegt sociaal wetenschapper Holm, die de gevolgen van het proces al bijna twintig jaar onderzoekt. „We zien nu ook dat veel migrantenfamilies bij elkaar intrekken om de hoge huurlasten te bestrijden. Turkse families die met 37 personen onder een dak wonen bijvoorbeeld. Zij verlagen hun levensstandaard en dat zorgt op een heel andere manier voor polarisatie binnen de wijk.”

De oude avant-garde wijkt intussen uit naar nieuwe plekken. Woongemeenschap Kubiz, een van de weinige zonder wortels in de krakersbeweging, heeft zich in 2008 gevestigd in een schoolgebouw uit de DDR-tijd in Weißensee, een buurt diep in Oost-Berlijn. De woongemeenschap kent een gedeelde economie en wordt gedreven door gemeenschappelijke idealen, vertelt bewoonster Monika Homschak (28) aan tafel in de tuin. „Gelijke rechten voor mannen en vrouwen en geen inkomensverschillen. Waarom zou iemand met een academische studie meer verdienen dan iemand die met zijn handen werkt?” Naast een jongerenvereniging, theaterzaal en buurttuin heeft de gemeenschap ook een werkplaats, waar vrouwen onderwijs krijgen in houtbewerking. En er is een ‘medialab’.

Weißensee is ook het terrein van neonazi’s. Twee weken geleden staken ze de school in brand. Een paar weken daarvoor werden bezoekers van het jeugdhonk, dat veel homo’s trekt, in elkaar geslagen. „Juist daarom hebben wij ons hier gevestigd”, zegt bewoner Theresa Berger (31, freelance vormgever). „We willen een tegengeluid laten horen in deze wijk.”

Socioloog Andrej Holm blogt op: gentrificationblog.wordpress.com

    • Rolinde Hoorntje