Verenigd in staatsschulden

Al het ondernemen is plaatselijk, zo wil een oude Amerikaanse definitie. Maar de spanningen op de financiële markten maken duidelijk dat lokaal ondernemerschap elke dag ook een internationale dimensie heeft. De angst dat de Amerikaanse overheid tijdelijk zonder geld zou komen door een politieke patstelling rondom de schuldencrisis, stemde aandelenmarkten de voorgaande weken somber.

Het leidde tot ongebruikelijke grote verkopen van schuldpapier van de Amerikaanse overheid, een reactie die de rente opdrijft. En daar heeft iedereen last van: lokale ondernemers, multinationals, burgers en ook politici die kampen met staatstekorten. In Europa is het niet anders. ‘De wereld, één markt’, hét politiek-economische credo uit de jaren negentig, heeft plaatsgemaakt voor de constatering ‘de wereld, vol schuld’.

In reactie op de dreigende instorting van het financiële stelsel in het najaar van 2008 hebben veel westerse overheden hun financieringstekorten laten oplopen om banken te redden en de economische activiteit op peil te houden. Dat was in de Verenigde Staten toen al controversieel. Het eerste reddingspakket werd onder invloed van een antiWall Street- en anti-overheidssentiment in het Huis van Afgevaardigden weggestemd.

Met hun steunacties hebben westerse overheden de toch al gestage accumulatie van schulden nog eens versneld. De hoop en verwachting was dat zij met hun extra uitgaven de economische groei zouden stimuleren. Groei en de daarmee samenhangende automatisch stijgende belastinginkomsten en dalende sociale uitkeringen zijn een effectieve en pijnloze manier om een schuldenlast dragelijker te maken.

Die verwachte groei is echter maar zeer ten dele uitgekomen. De VS kampen daarbij ook nog met een extra tekort: een oorlog is ‘betaald’ met belastingverlaging. Daarmee heeft Amerika zijn kwetsbaarheid vergroot ten opzichte van de primaire geldschieter China, de grootste belegger in staatsobligaties. En ook ten opzichte van de bedrijven die hun kredietwaardigheid beoordelen, zoals Standard & Poor’s, dat de topkwaliteit van de Amerikaanse staatsobligaties lijkt te gaan verlagen.

De Amerikaanse groeivertraging in het voorbije kwartaal is nu een graag gebruikt argument tégen bezuinigingen. Maar zonder bezuinigingen is sanering van de onbeheersbare overheidsschuld simpele fictie.

Datzelfde geldt echter voor het taboe op belastingverhogingen. Amerikaanse politici gaan het overheidstekort nu te lijf met één hand op de rug gebonden. Zij weigeren belastingverzwaring in te zetten. Daarmee ontkennen zij de gevolgen van de meest intense financiële crisis sinds 1929. Die gaan verder dan even wat koopkrachtverlies. Het herstel van de schade die financiële speculatie en laks toezicht hebben aangericht, is een langdurig en pijnlijk proces dat nog maar net begonnen is.