Te snel naar buitenland

Joop alberda is sportbestuurde en ex volleybalcoach Clemens Rikken;Hollandse Hoogte

Joop Alberda (59)

Bondscoach: 1994-1996

Huidige functie: international sports consultant

„Het Nederlands team was lange tijd zeer succesvol, met een vijfde, tweede, eerste, vijfde en negende plaats op de Spelen. Dat moeten we niet vergeten. Hooguit twee landen weten vijf keer achtereen aan de Spelen mee te doen. Daar moeten we trots op zijn. Met dank aan een periode waarin we naast een aantal uitzonderlijk goede spelers ook enkele buitengewoon goede spelers hadden. Zo veel gebundeld talent is er niet meer. We kunnen veel regelen, niet de conceptie tussen twee ouders.

„Volleybal is sinds het ‘Bankrasmodel’ geëvolueerd. Er zijn meer landen intensiever gaan trainen. De laatste jaren worstelt het Nederlands team met de bezetting van sleutelposities. De spelverdeling ging nog, maar er zijn geen goede diagonaalspelers. Zo’n ontwikkeling is niet te herleiden tot een slechte opleiding. Bovendien is het perspectief van de internationals veranderd. De eerste generatie bestond uit idealisten in een pioniersfase, die eerst wilde presteren en pas na de Spelen van Barcelona in 1992 aan het geld dacht. Nu gaat een beetje volleyballer al op jonge leeftijd naar het buitenland. Er wordt al vroeg voor het geld gekozen, terwijl de opleiding lang niet altijd is afgerond.

„De dip is ook het gevolg van een mentaliteitsverandering. Niet iedereen is meer beschikbaar voor de nationale ploeg. Dat kan grote gevolgen hebben, zoals in 2005 toen Nederland op de valreep kwalificatie voor de WK in Japan miste. Dat had consequenties voor de plaats op de wereldranglijst. Dat heeft weer slechtere lotingen tot gevolg en een verminderde interesse van spelers voor het Nederlands team. Vroeger was het een eer, nu minder.

„Een speler moet zich onvoorwaardelijk beschikbaar stellen voor het land waar hij zijn opleiding heeft genoten. Hij moet zich realiseren met welke problemen een bond anders wordt opgezadeld. Maar als een speler niet wil, kan een bond hem niet dwingen. Hij is eigendom van zijn ambitie. Maar met talent alleen red je het niet. Om wat te bereiken zal een volleyballer zijn doelen meedogenloos moeten najagen.

„Ik kan me goed voorstellen dat de bond worstelt met toekomstplannen. Het is nu niet meer cool elke dag in een sporthok door te brengen. Misschien moet de opleiding met meer fun gecombineerd worden, bijvoorbeeld beachvolleybal. De bond moet meer gebruik maken van the wisdom of the crowd, dus beter anticiperen op de tijdgeest. Jonge mensen weten meer over hun generatie dan mensen op het bondsbureau.

„Als de bond echt topvolleybal wil, is het uitschrijven van Nederland voor de World League ongelukkig. Je neemt veel perspectief weg voor internationals. Een terugkeer is lastig, Nederland is slecht vertegenwoordigd bij de internationale bonden. In 1996 hadden we nog zes vertegenwoordigers in de Europese en wereldbond, nu slechts twee.”