Perm (1) Stad der kunsten

Eind vorige week bezocht ik Perm, op doorreis naar het beruchte concentratiekamp Perm-36, waar het zevende Pilorama Burgerforum werd gehouden.  Ik was er heengegaan om de onderminister van Cultuur te interviewen, bij gebrek aan de minister en de gouverneur, die beiden met vakantie waren. Met zijn drieën hebben zij hun stad veranderd in een hip centrum voor moderne kunst, waar historische gebouwen uit de tsaren- en de Sovjettijd en hele straten als tentoonstellingsruimtes zijn gebruikt. Van het regionale budget wordt in Perm 3 procent aan cultuur uitgegeven. Waarom, vraag je je af? Ga er maar kijken, dan snap je het.  Of lees volgende week NRC Handelsblad, waarin het interview met de onderminister staat.

Perm is een leuke stad. De stad is weliswaar  minder welvarend dan Jekaterinburg, dat andere centrum van kunst en cultuur in de Oeral, maar het is er gezelliger en op een bepaalde manier moderner en spannender. Nog meer dan Jekaterinburg is Perm een centrum van moderne dans, wat komt doordat het Leningradse Kirov-ballet er tijdens de Tweede Wereldoorlog heen geëvacueerd werd. Daardoor had de stad er vanaf de oorlog een top-balletschool.

Op straat is  amper politie te zien, wat  je een gevoel van vrijheid geeft. Misschien heeft die prettige sfeer  te maken met het feit dat gouverneur Oleg Tsjirkoenov, die sinds 2004 aan de macht is, partijloos is en ‘niets’ met Poetins Verenigd Rusland te maken heeft. Niet voor niets was hij eind vorige week met vakantie, toen er een belangrijke bijeenkomst van die partij werd gehouden om de naderende parlementsverkiezingen voor te bereiden.

Tsjirkoenov lijkt me een praktische man die toch ideeën heeft. Als geen ander snapt hij dan ook  dat hij zijn stad aantrekkelijk moet maken voor de jeugd, omdat die anders massaal (naar het swingende Moskou) vertrekt of zich uit verveling overgeeft aan de drugs, zoals in Jekaterinburg het geval is. Zijn kunstpolitiek komt hem echter op de woede van de oudere generatie te staan, die hem dezer dagen met hate-mail bestookt, omdat ze niets van die moderne kunst en de ermee gepaard gaande ‘geldverspilling’ moet hebben.

Natuurlijk ga je in Perm eerst naar Permjak-Zoute Oren, het bronzen beeld, waar je je hoofd doorheen kunt steken. Het is een eerbetoon aan de zoutdragers, die vroeger hun lading van 60 à 80 kilo op hun nek van de zoutmijnen naar de stad brachten.  Elf uur lang torsten ze hun vracht, die in de zomerhitte hun oren verbrandde. Als zo’n drager bij een herberg aankwam, riepen ze daar: ,,Permjak-Zoute Oren is gearriveerd.”

Het stadsbestuur heeft twee looplijnen op straat aangebracht, een groene en een rode, die de toerist langs  architectonische en artistieke hoogtepunten voeren. Een briljant idee, want op het eerste gezicht zijn veel provinciesteden in Rusland saai en weet je niet waar je de schoonheid - die er altijd is - zo snel kunt vinden. Dankzij die lijnen kom je onder andere in de Kirovstraat - een soort lokale Arbat - waar allerlei stalletjes met lokale nijverheidsproducten staan en schuttingen en huizen zijn beschilderd.

 

Hoogtepunt is de kathedraal aan het einde van de Komsomol-boulevard bij de mooie rivier de Kama, waar zich de Staatskunstgalerie bevindt. Tot mijn verbazing was er een redelijk goede collectie oude kunst, met een aantal Hollandse meesters als Jan van Goyen, Wouwerman, Albert Cuyp en Hondecoeter. Maar veel interessanter zijn de Russische portretschilders F.S. Rokotov,  Karl Brjoellov, V.A. Tropinin. Ook Repin, Serov, Levitan en Nesterov zijn er vertegenwoordigd.

Maar het interessants zijn misschien wel de 18e-eeuwse houten engelen- en heiligenbeelden , die  ook onder het communisme (1920-1940) werden tentoongesteld, in dezelfde kathedraal die sinds 1922 als museum dient. Hun gezichten zijn gebaseerd op lokale inwoners van de streek, wat je vooral aan de engelen met hun bazuinen kunt zien, die je in levende lijve zo op straat kunt aantreffen.

Langs de rivier lopend, kom je vervolgens bij het Streekmuseum, gevestigd in een voorbeeldig gerestaureerd adelspaleis met een mooi terras. Een paar honderd meter verderop, tegenover het spoorstation, heeft galeriehouder en multimiljonair Marat Gelman in het Sovjet-gebouw van het havenstation drie jaar geleden een soort kunsthal gevestigd, die het centrum van de moderne kunst in Perm moet worden. ,,Deze zomer begint de verbouwing, die drie jaar gaat duren”, vertelde medewerkster Anastasia Sjerebrennikov me. ,,Daarna voldoet het als eerste museum in Rusland aan alle moderne eisen die tegenwoordig aan een museum worden gesteld.”

De vaste tentoonstelling is nu naar Milaan, maar in plaats daarvan is er nu gipskunst van Sergej Sjegovtsovo: kleine tanks, vliegtuigen, motoren en raketten die door een muur breken. Je moet ervan houden.

Op een hogere verdieping is Franse videokunst te zien. En ook Jan Fabre is van de partij. Moedig voorwaarts, Perm!

 

    • Michel Krielaars