Neem ik een paard of een brommer?

De ME in Amsterdam – toevallig op oorlogssterkte vanwege de wedstrijd Ajax-FC Twente – arresteerde zaterdagavond 56 leden van motorclub Satudarah, die aan de biefstuk zaten bij Grill Restaurant Toon aan de Scheldestraat. Het was een preventief optreden, de politie vreesde een confrontatie tussen Satudarah en de Hells Angels.

Op maandagochtend stond de eigenaar –Toon?– van Grill Restaurant Toon met een groene, plastic gieter de plantjes voor zijn zaak water te geven. Op de luifel van zijn restaurant stonden twee stieren, want hij was gespecialiseerd in ‘Argentijns vlees’. Hij herinnerde zich ‘een normale avond’.

Ik liet hem Het Parool zien. Er stonden foto’s in van zijn zaak, omsingeld door ME’ers. Er begon iets te dagen, bij nader inzien was het geen normale avond geweest. Hij las de tekst en wees me op een feitelijke onjuistheid. Er stond dat er in en om zijn restaurant 12 messen en 2 vuurwapens waren gevonden en dat er bij schermutselingen gegooid was met tafels, stoelen, flessen en rotzooi. In plaats van ‘rotzooi’ had er ‘biefstuk’ moeten staan, een wezenlijk verschil. Mocht hij verder gaan met water geven aan zijn planten? De zon scheen, het was dringend.

In Nederland zijn geloof ik acht motorclubs, een paar jaar geleden, toen ze nog allemaal vrienden waren, bezocht ik er een paar. Bij MC Rogues in Opmeer sprak ik een man met een baard die zei dat je de juiste genen moest hebben om lid te worden. Hij begon over de prehistorie en de tijd daarvoor. „Die mensen hadden veel eigenschappen die wij ook hebben. Zoals territoriumdrift, machogedrag en de bereidheid om je dood te vechten voor je groep.”

Hij wist al vroeg dat hij de juiste genen had. Als kind wilde hij indiaan worden. „Dan ging je op bizonjacht. We schoten met pijl en boog op koeien. Op mijn vijftiende stond ik voor de allesbepalende keuze: neem ik een paard of een brommer?”

Het clubhuis van MC Demons zat in een verbouwde kippenschuur, ergens in Zuid-Holland. De ‘vicepresident’ liet me de vergaderruimte zien. Op tafel lag een enorme kunstlul. „We hebben hier geen hamer”, zei hij, „een kwestie van humor.” Veel Demons hadden naast hun motorleven ook een normaal leven. Ik maakte kennis met een supermarkteigenaar, een bedrijfsleider en een instructeur. Een van hen zei: „Maar hier heet ik Hond.”

In het clubhuis van de afdeling – ‘Chapter’ – Apeldoorn van motorclub Satudarah at ik boerenkool met worst. De plaatselijke president zat tegenover me en legde uit dat het niet uitmaakte of iemand zwart of wit was, als je ’m de polsen doorsneed was het bloed altijd rood.

‘Respect’ was een woord dat bij al die bezoekjes viel, een respectvolle benadering werd op prijs gesteld. Bij Grill Restaurant Toon hebben ze dat goed begrepen: motorclubs blijven er van harte welkom.

Marcel van Roosmalen

Renske de Greef is met vakantie. Marcel van Roosmalen vervangt haar de komende weken.