Leefbaarheid is verbeterd

In heel Nederland bleef de leefbaarheid gelijk.

Door de recessie is het lastig vooruitgang te boeken.

Loop door de Dordtse-laan in Rotterdam-Zuid en je ziet een baaierd aan winkels: islamitische slagerijen, Turkse bakkerijen, Somalische belwinkels, Surinaamse toko’s. Op straat hoofddoeken, djellaba’s, rastapetten, kroeshaar in vele vlechtjes en keurige permanentjes.

Hoe leuk iemand dat vindt, zal per persoon verschillen. Maar de leefbaarheid is verbeterd. Dat staat in het rapport Leefbaarheid in balans, over de periode 2008-2010.

Tussen 2008 en 2010 heeft de leefbaarheid in Rotterdam zich beter ontwikkeld dan in veel andere steden. Dat komt vooral door de wijkenaanpak waarbij de gemeente Rotterdam probeerde de werkloosheid terug te dringen, huizen op te knappen en het aantal kansarmen te spreiden. Leefbaarheid gaat over hoe bewoners de samenstelling van de wijk waarderen, hoe veilig ze het vinden, hoeveel overlast ze ervaren en over de kwaliteit van woningen, winkels en parken.

In de Dordtselaan is het verschil goed te merken. Het is er nog steeds druk en lawaaiig, maar vroeger waren ramen dichtgespijkerd, nu zijn huizen opgeknapt. Toch is Rotterdam nog steeds de stad met de meeste gebieden met leefbaarheidsproblemen. Alleen was het er vroeger nog slechter. In heel Nederland bleef de leefbaarheid tussen 2008 en 2010 gelijk. Dat is een breuk met voor 2008 toen de leefbaarheid jaarlijks fors toenam. Volgens de onderzoekers komt dit door de recessie en de daarmee samenhangende werkloosheid. Zo bezien valt de stagnatie mee, vinden ze.

In de veertig ‘Vogelaarwijken’ (achterstandwijken) is de leefbaarheid verbeterd. Vooral in die delen waar de de bewoners zeer ontevreden waren over de leefbaarheid.

In de middelgrote steden en in groeisteden als Almere en Zoetermeer verslechterde de leefbaarheid. De groeikernen buiten de drukke Randstad krijgen steeds vaker te maken met grootstedelijke problemen.

    • Sheila Kamerman