Hoe de klepel uit de Dom donderde

Van sommige berichten in de krant lees je nooit hoe ze aflopen. Op 7 januari van dit jaar schreef ik een stukje vanuit Berlijn over een van de grootste kerkklokken ter wereld: de ‘Dikke Peter’ van de Dom in Keulen.

Die beroemde klok, met zijn diepe melodische klank, had tijdens het luiden ter gelegenheid van de Driekoningenmis z’n klepel verloren. Er bestonden vermoedens over de oorzaak, maar verder was nog veel onbekend: wie de klepel moet maken, hoe lang de reparatie gaat duren, wanneer de Dikke Peter weer zal luiden.

Zulke vragen blijven in de krant niet zelden onbeantwoord. Er zijn belangrijkere dingen dan de klepel van een Keulse klok, hoewel de vervanging daarvan wel degelijk iets zegt over hoe Duitsland functioneert.

Een tijdje geleden was ik in Keulen. Ik logeerde in een hotel aan de voet van de Dom, ging ’s avonds de kathedraal binnen om het prachtige, in 2007 aangebrachte glas-in-loodraam van de Duitse kunstenaar Gerhard Richter te bekijken en vroeg me, geïnspireerd door de wierook van de avondmis, af hoe het met die klepel zou zijn. Later sprak ik daarover met Matthias Deml van de Dombauverwaltung, de kerkafdeling die zich bezighoudt met het onderhoud aan de Keulse Dom.

Deml vertelde me dat de oorzaak definitief is vastgesteld: materiaalmoeheid. De klepel brak bij zijn ophanging af en viel met donderend geraas in de houten klokkenstoel. De trillingen werden geregistreerd door meetapparatuur op de Dom en werden doorgegeven aan het aardbevingscentrum Bensberg van de universiteit van Keulen. Op de seismograaf van Bensberg is de klap van de klepel duidelijk te zien. Niemand werd gewond, maar de schrik was groot. De manshoge klepel met een gewicht van achthonderd kilo bleek onherstelbaar beschadigd.

Met Duitse degelijkheid wordt sinds maanden materiaalonderzoek gedaan. Klokkenexperts van het Europäisches Kompetenzzentrum für Glocken in het Zuid-Duitse Kempten hebben de klepel op een dieplader meegenomen om aan de hand van hun onderzoeksresultaten een nieuwe klepel voor de Domklok te ontwerpen. Omvang, vorm, materiaalsoort, ophanging, het geluid van de Dikke Peter („de muzikale vingerafdruk”) – alles moet door de Zuid-Duitse klokkenexperts worden berekend.Uitein-delijk wordt de klepel dan in september of oktober gesmeed bij de firma Edelstahl Rosswag in Pfinztal-Kleinsteinbach, in de buurt van Karlsruhe. Hij wordt van staal.

Rosswag is gespecialiseerd in dit soort klussen. Het bedrijf leverde eerder dit jaar de nieuwe klepel van de ‘Pummerin’, de grootste klok van Oostenrijk, opgehangen in de Weense Stephansdom. Matthias Deml van de Keulse Dombouw vertelde me dat zijn chef, Dombaumeisterin Barbara Schock-Werner, speciaal naar Wenen is gereisd om de klepel van de Pummerin te bekijken. Duitsers gaan met technische zaken nooit over één nacht ijs. Maar de Dombouwmeesteres kwam gerustgesteld terug. De Weense klepel was in orde.

De oude klepels van Keulen en Wenen zijn vergelijkbaar in grootte en gewicht: rond de achthonderd kilo. De nieuwe klepel van de Pummerin is gesmeed uit een blok staal van duizend kilo. Het uiteindelijke gewicht van deze klepel is beduidend lager uitgevallen dan dat van de oude: 580 kilo. Dat is volgens de firma Rosswag verantwoord. Door de dichtheid van de gebruikte staalsoort en verandering in de dynamische verhoudingen moet de slag van de klepel op de klok net zo krachtig zijn als voorheen. Waarbij het materiaal meer wordt ontzien dan in de oude situatie.

Matthias Deml verwacht dat de nieuwe klepel van de Dikke Peter ook lichter zal dan zijn voorganger. Of de klok daarmee z’n kenmerkend diepe geluid bewaart, is nog een open vraag. Maar de ervaring in Wenen was goed: toen de Pummerin met de nieuwe lichtere klepel voor het eerst werd geluid, klonk het als vanouds. De berekeningen van de experts waren juist geweest.

En wanneer zal de Dikke Peter weer luiden, zodat de Keulenaars weten dat hun belangrijkste kerkklok is gerepareerd? Matthias Deml is voorzichtig, maar zegt na enig aandringen: „In ieder geval met Kerstmis.”

Joost van der Vaart