Herstel Japanse autosector komt snel

In maart leek de Japanse auto-industrie volledig in elkaar geklapt door de gevolgen van de tsunami. Maar vier maanden later lijken producenten Honda en Toyota uit de as herrezen.

Steven Derix

Het herstel komt veel sneller dan was verwacht.

De Japanse industrie liep begin maart zware klappen op door de tsunami en de nucleaire ramp bij Fukushima, en één van de grootste slachtoffers was de autosector. Maar uit cijfers van twee van de grootste fabrikanten blijkt dat de productielijnen weer op toeren zijn gekomen. Toyota stelde zijn verkoopverwachting voor dit jaar naar boven bij tot ruim 7 miljoen auto’s. Honda verhoogde de verwachting gisteren al met 135.000 tot ruim 3,4 miljoen voertuigen. Beide autoconcerns wisten het eerste kwartaal (dat begint op 31 maart) met winst af te sluiten – een fractie van wat er vorig jaar werd verdiend, maar toch.

Nog geen vier maanden geleden zag de situatie er somber uit. De verwoestende vloedgolf uit zee had de infrastructuur in het industriële noordoosten van Japan beschadigd, en door het uitvallen van de centrales bij Fukushima kampten bedrijven in het hele land met grote stroomtekorten. De industriële productie daalde in heel Japan met ruim 15 procent. Honderden toeleveranciers van de autobranche lagen stil.

Toyota meldde in maart gebrek te hebben aan 500 verschillende onderdelen, waaronder vooral halfgeleiders voor chips en rubber. Als gevolg van het tekort aan onderdelen zakte de autoproductie in Japan in elkaar. In de maand april was de productiecapaciteit in Japan met 60 procent teruggelopen. In mei liep Toyota wereldwijd bijna een miljoen auto’s achter op de eigen productieschema’s en dreigde de grootste autoproducent ter wereld te worden ingelopen door concurrenten General Motors en Volkswagen.

Toyota, maar ook Honda en Nissan kondigden aan dat de productie pas aan het einde van het jaar volledig zou zijn hersteld. Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s verlaagde daarop de ratings voor zes grote Japanse autofabrikanten en -leveranciers van ‘stabiel’ naar ‘negatief’. Volgens S&P zou de productiedalingen een blijvend effect kunnen hebben op de concurrentiepositie van de Japanse auto-industrie. Het terugvallen van de autoproductie – één van de pijlers onder de Japanse economie – was ook zichtbaar in de conjunctuur. In het eerste kwartaal kromp de Japanse economie met 0,9 procent, bijna twee keer zo veel als analisten hadden verwacht.

In het licht van deze cijfers is het bijna wonderbaarlijk hoe snel de Japanse automobielindustrie is opgekrabbeld. Al in juni van dit jaar meldden Toyota, Honda en Nissan dat ze duizenden tijdelijke arbeidskrachten moesten aantrekken. Daarna meldde Toyota dat het mogelijk in november al weer op volle kracht zou kunnen produceren.

Uit de kwartaalcijfers van Honda en Toyota blijkt hoe snel het herstel heeft doorgezet, maar ook welke financiële schade de tsunami heeft aangericht. Toyota meldde een minieme winst van iets meer dan 10 miljoen euro over het eerste kwartaal – maar een fractie van de 1,7 miljard winst die in dezelfde periode vorig jaar werd geboekt. De winst van Honda daalde met bijna 90 procent tot 288 miljoen.

Rampzalige cijfers, zeker. Maar te midden van het slechte nieuws gloorde er ook hoop. Zowel Honda als Toyota kwamen met winstverwachtingen die er een stuk minder somber uit zagen dan de voorspellingen van slechts enkele weken geleden. In juni voorspelde Honda nog dat het in 2011 1,7 miljard euro winst zou boeken – minder dan de helft van de winst van vorig jaar. Nu kwam de derde autoproducent van Japan met een winstverwachting van 2,1 miljard. Honda verhoogde niet alleen de verwachtingen over de productie van auto’s, maar had ook goed nieuws over de verkoop van motoren. Dit jaar verwacht het bedrijf 12,7 miljoen motorfietsen te verkopen, veel meer dan vorig jaar.

Toyota liet dezelfde trend zien. Nog maar enkele weken geleden meldde het concern uit midden-Japan dat het niet meer dan 2,5 miljard euro winst zou maken in 2011. Die prognose is nu naar boven bijgesteld naar 3,5 miljard – nog maar 4 procent minder dan vorig jaar. Het ineenstorten van de productie in Japan kon deels worden opgevangen door productie elders. Daardoor bleef de verkoop op peil. In Indonesië was de verkoop bijvoorbeeld beter dan verwacht. „Ondanks de gevolgen van de aardbeving hebben we de autoverkoop op het niveau van vorig jaar weten te houden”, zei Toyota-topman Takahiko Ijichi vandaag. De productiecapaciteit in Japan, zo meldde de autogigant, is intussen weer bijna op het niveau van voor de tsunami.

De Japanse automobielindustrie lijkt dus weer op koers. Maar ambitieuze doelstellingen uit het verleden zijn door de ramp inmiddels achterhaald. Toyota’s doel om jaarlijks meer dan 10 miljoen auto’s te produceren lijkt nu ver weg. Hetzelfde geldt voor de nummer één positie als grootste autoproducent ter wereld. Die gaat, zo verwachten analisten, naar de Amerikaanse gigant General Motors.

    • Steven Derix