Geef toe dat vernedering het doel is van die hesjes

Mensen met een taakstraf moeten straks in een oranje hesje over straat. Anna de Bruyckere vindt dat Kamerleden en reclassering eerlijk moeten zijn: zo wordt schoffelen een schandpaal.

Herrieschoppers op de kermis van Tilburg moesten er afgelopen weekend al aan geloven – in een herkenbaar hesje hun taakstraf uitvoeren. Dit hesje, bedrukt met de tekst ‘Werkt voor de samenleving’ en met het logo van Reclassering Nederland, moet binnenkort worden gedragen door alle mensen die een taakstraf uitvoeren (NRC Handelsblad, 1 augustus).

Volgens directeur Sjef van Gennip van de Reclassering moet dit duidelijk maken dat veroordeelden zich nuttig kunnen maken voor de samenleving. Het doel is niet om veroordeelden aan de schandpaal te nagelen. Van Gennips argumenten blijken evenwel niet consistent. Reacties van enkele Kamerleden in dagblad Trouw wijzen op onduidelijkheid over het doel van de nieuwe regel.

Kamerlid Jeroen Recourt (PvdA) benadrukt dat een gevangenisstraf in sommige gevallen statusverhogend werkt, waar parken schoonmaken vernederend kan zijn voor criminelen. De zichtbaarheid van de straf is ook een straf, omdat men wordt vernederd. Recourts schandpaalredenering staat dus haaks op Van Gennips woorden.

Recourts interpretatie valt Van Gennip niet rechtstreeks aan te rekenen. Niettemin wringt ook zijn eigen argumentatie. De taakstraf heeft volgens hem een imagoprobleem. Een taakstraf zou te licht zijn, vergeleken met een gevangenisstraf. Dit is een misvatting, zegt hij. Veroordeelden, vaak mensen die geen discipline of dagelijks werk hebben, moeten „zich ’s ochtends vroeg bij ons melden en staan onder zwaar toezicht. Wij vinden dat we dit best aan Nederland mogen laten zien.”

We moeten ons afvragen wiens imago Recourt aanpakt – dat van de straf of dat van de gestrafte.

Van Gennip wijst erop dat discipline – vroeg beginnen, doorwerken – een grote verandering is voor mensen die dat niet gewend zijn en dat een park schoonmaken méér betekent dan lichaamsbeweging in de buitenlucht. Een hesje draagt alleen niet bij aan dit besef. Van Gennip lijkt het imago van de straf te willen opkrikken door het vernietigen van het imago van de gestraften. Hun hesjes zijn wel degelijk een schandpaal. De schandpaal is misschien niet het doel, maar wel het middel tot het oppoetsen van het beeld dat ‘Nederland’ heeft van taakstraffen.

SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen reageert positief, maar waarschuwt voor de mogelijkheid dat de hesjes „te stigmatiserend” zouden werken. Ze impliceert dus dat enige stigmatisering in orde is. Is stigmatisering voor Kamerleden een doel? In het geval van CDA-Kamerlid Coskun Çörüz lijkt dat zeker zo te zijn. Hij vindt dat „anoniem harken op de hei geen effectieve straf” is. Door de anonimiteit te elimineren, wordt de straf doeltreffender.

De cruciale vraag is wat we willen bereiken met een straf. Als we straffen om lijden te vergelden, is het gevolg van de straf op langere termijn niet belangrijk. Alleen het lijden van de veroordeelde is dat. Als we straffen om gedane schade te vergoeden, moet sprake zijn van een billijke vergoeding aan wie onrecht werd aangedaan. Als we straffen om de veroordeelde te wijzen op de onaanvaardbaarheid van de daad en om aan succesvolle reïntegratie te werken, moeten we ons richten op het morele besef van de veroordeelde. In de eerste twee gevallen is ons doel vergoeding of vergelding. In het derde geval richten we ons op de toekomst die we delen met de delinquent.

Wat betekenen de taakstrafhesjes in de praktijk? In een proef blijken ze een bron van leedvermaak. Van Gennip meldt dat „het publiek enthousiast reageert op deze aanpak”.

Volgens de redenering dat de delinquent de schade moet vergoeden die hij de samenleving toebracht, zou de strafmaat geen vernedering hoeven te bevatten. De bijdrage aan publieke goederen en diensten volstaat dan. Overigens ziet Recourt over het hoofd dat een crimineel die soep moet scheppen binnen eigen kring vernederd is, hesje of niet.

In het besef dat de veroordeelden na hun straf in de maatschappij worden opgenomen, is publieke vernedering bovendien niet doeltreffend. Om samen te kunnen leven, moet de kloof tussen de delinquent en de zogenoemde geciviliseerde maatschappij niet groter, maar juist kleiner worden. Aantasting van de eigenwaarde draagt daartoe niet bij.

Alleen als we vasthouden aan het vergeldingsprincipe door middel van schaamte, zonder oog op toekomstig samenleven, kunnen we de hesjes verantwoorden. Argumentatie vanuit dit principe is niet per definitie verkeerd, maar moet wel openbaar zijn.

Anna de Bruyckere is dichter en filosoof.