Zij houden het voor gezien

De bevolking in Griekenland heeft zich veel sneller ontwikkeld dan de economie.

Het waterhoofd aan hoger opgeleiden loopt nu door de crisis leeg. „Ik vertrek.”

Fruit market Uit Serie: Crisis in Griekenland (51x) Claudio Morelli/Hollandse Hoogte

Elena Zirinis (23) werkt een paar avonden per week in een koffiebar en een paar dagen per week op een kantoor, als manusje van alles. Ze past op kinderen en geeft bijlessen wiskunde en Frans. Maar bovenal bereidt ze deze zomer haar vertrek voor. Uit Griekenland.

„Een geweldig land om als student te feesten; na college samen naar het strand”, vertelt ze op het terras van een koffiebar in Athene. Maar géén geweldig land voor een serieuze carrière, helemaal nu Griekenland het epicentrum van de schuldencrisis is. „De komende tien jaar moet je hier waarschijnlijk niet zijn”, zegt Zirinis. Ze wacht nog op antwoord van een universiteit in Parijs, waarvoor ze een beurs heeft aangevraagd. Dat ze in september in Toulouse mag beginnen staat al vast. Hoe dan ook, na de vervolgstudie gaat ze een baan zoeken in het buitenland.

De gedachte aan vertrek heeft de Grieken in zijn greep. Terwijl het hoogseizoen aanbreekt en miljoenen toeristen arriveren, pakken vooral jonge hoogopgeleide Grieken hun koffers. Ze verwachten niet dat ze nog snel in eigen land aan een baan op niveau of aan onderzoeksgelden kunnen komen.

Hoeveel mensen werkelijk de daad bij het woord voegen is moeilijk meetbaar. Binnen de Europese Unie, waar de meeste Griekse emigranten vooralsnog terechtkomen, laten mensen die in een ander land gaan werken weinig administratieve sporen na. De meeste aanwijzingen zijn anekdotisch: universiteitsdocenten zeggen hun vingers blauw te schrijven aan aanbevelingsbrieven voor buitenlandse universiteiten. Uitzendbureaus en ambassades – ook de Nederlandse – merken dat meer mensen navraag doen naar de mogelijkheden om in andere landen aan de slag te gaan of verder te studeren. Iedereen heeft vrienden die al zijn vertrokken of op het punt staan dat te doen. Anderen spelen op z’n minst met de gedachte.

De schuldencrisis heeft de structurele problemen van de Griekse economie pijnlijk zichtbaar gemaakt. De Griekse bevolking heeft zich de afgelopen decennia veel sterker ontwikkeld dan de economie. Het land heeft nu een waterhoofd van hoger opgeleiden. Geneeskundestudenten moeten na hun opleiding tot basisarts zes tot zeven jaar wachten tot ze hun co-schappen kunnen doen. De kans dat de Griekse economie al die doctorandussen op korte termijn kan absorberen is gering. Dit jaar krimpt de economie naar verwachting met drie tot vier procent. Iets beter dan de 4,5 procent krimp van 2010. De hoop is dat het in 2012 lukt om weer met een halve of een hele procentpunt te groeien. Maar dat is niet iets om als pas afgestudeerde op te gaan zitten wachten.

„We zijn niet te hoog opgeleid”, stelt Lois Labrianidis, expert arbeidsmigratie en regionale ontwikkeling van de Universiteit van Macedonië in Thessaloniki. „Het probleem is dat de Griekse economie niet genoeg vraag creëert. De meeste bedrijven zijn klein en investeren niet in onderzoek en ontwikkeling.”

Labrianidis heeft recent onderzoek gedaan onder 2.750 Grieken die in het buitenland werken. Hij was ook een van de deelnemers aan het debat ‘Ik houd het voor gezien’, eerder deze maand. Door de crisis intensiveert het weglekken van kennis, zegt hij. Een tweede effect van de economische malaise is dat van de Griekse wetenschappers die nu al in het buitenland zitten – tussen de 114.000 en 139.000 – er naar verwachting nog maar heel weinig zullen terugkeren. Voor de Griekse economie is dat negatief, zegt de wetenschapper. Belastinggeld wordt in opleidingen gestoken. Die duur verworven kennis komt vervolgens niet de eigen economie, maar die van andere landen ten goede.

De mensen die vertrekken zijn bovendien juist de mensen die de motor van de economie kunnen zijn. En ze komen uit de leeftijdscohorten die voor flinke belastinginkomsten kunnen zorgen, mits ze blijven en werk hebben. Labrianidis: „Om dit aan te pakken zullen we omhoog moeten schuiven in de internationale keten van werkverdeling, richting technologisch geavanceerdere productie. Helaas zie ik dat op dit moment helemaal niet gebeuren.”

De onvrede onder jongeren bestaat al een tijdje. Elena Zirinis speelde al langer met het idee om na haar studie naar het buitenland te gaan. Nu alle seinen in Griekenland zelf op rood staan, zet ze het om in daden. „Ik heb het gevoel dat ik hier mijn potentieel niet volledig kan benutten.” Binnen bedrijven en de overheid draait het te veel om wie je kent en te weinig om wat je kunt, zegt ze.

En jongeren hadden het al zo moeilijk in Griekenland. Als ze voor de crisis een baan hadden, hadden ze veel vaker dan de oudere generatie een tijdelijk contract of arbeidsvoorwaarden die het gemakkelijk maken ze te ontslaan. De beroemde en beruchte Griekse ‘ambtenarenbanen voor het leven’, zijn iets van de generatie van hun ouders. Het is het ideaal waarmee ze opgroeiden, maar dat voor de twintigers en dertigers van nu nooit binnen bereik kwam.

En inmiddels is dat ideaal verder weg dan ooit. Bij de overheid zijn nog steeds geen ontslagen gevallen, maar vacatures worden bijna niet meer opgevuld. De werkloosheid is in Griekenland sinds het begin van de crisis in 2009 met 41,5 procent gestegen naar 15,9 procent in het eerste kwartaal van 2011. De jeugdwerkloosheid stijgt sneller dan het gemiddelde. Van de jongeren tussen 15 en 29 jaar zit nu 30,9 procent zonder werk.

Het hele model is er op gericht de rechten te beschermen van wie al ‘binnen’ is, zegt George Angelopolous (35). Hij is acteur en actief bij de denktank G700, wat staat voor Generatie 700: naar het gemiddelde salaris van beginners op de arbeidsmarkt.

G700 probeert onderwerpen als het lage salaris en de ontoegankelijkheid van de arbeidsmarkt op de politieke agenda te krijgen. Kort na hun oprichting in 2007 lukte dat aardig, vertelt Angelopolous. Maar in december 2008 kwam de onvrede tot een gewelddadige uitbarsting die alles in Griekenland verstoorde. Nadat politieagenten een 15-jarige jongen doodschoten, gingen jongeren massaal de straat op. De demonstraties liepen uit de hand en in de weken die volgden sloegen gewelddadige anarchisten en hooligans alles kort en klein. Winkels werden geplunderd, panden in brand gezet.

Veel Grieken zien die periode als het begin van de crisis waar ze nu middenin zitten. Vanaf dat moment leek er een domino-effect te zijn, zegt Angelopolous. „Het ging van rellen naar verkiezingen naar begrotingstekort naar leugens naar leningen, etc. etc.” Tweeëneenhalf jaar later is volgens Angelopolous voor iedereen duidelijk dat het economische systeem zoals dat er was (‘na je opleiding wachten tot binnen de overheid een plek voor je werd geschapen’) niet meer werkt.

Het kan bijna niet anders of deze crisis leidt tot verbeteringen voor jongeren, denkt Angelopolous. „Mijn generatie ziet dat die luchtbel is gebarsten. Onze overheid heeft gefaald. En het falen is zo oorverdovend, dat het niet kan worden genegeerd.” Wat ervoor in de plaats komt is nog afwachten, maar hij ziet de eerste tekenen van verbetering. Onder zware druk van de crediteuren heeft de regering vorig jaar eindelijk het pensioensysteem hervormd, waardoor de hoge pensioendruk in de toekomst niet meer puur op jongeren generaties ligt. „Wij betalen de dikke pensioenen van onze vaders”, zegt Angelopolous. „Het is jammer dat er zo veel druk nodig was voor zo’n verandering, maar wij zijn er blij mee.”

Op langere termijn werkt de crisis louterend, gelooft ook Elena Zirinis. Maar ze is niet van plan daarop te wachten. Verheven noties zoals ‘mijn land heeft me nu nodig’ zijn wel even door haar hoofd geschoten. „Als alle Grieken die echt iets willen veranderen nu vertrekken, verandert er natuurlijk nooit wat”, lacht ze. „Maar daar offer ik mezelf niet aan op.”

    • Marloes de Koning