Wilders: links kan de boom in

In zijn enige interview sinds de aanslagen in Noorwegen beschuldigt PVV-leider Geert Wilders linkse politici van het „demoniseren” van hem en zijn partij „met een bijna ziekelijke gretigheid”. Uit het manifest van de Noorse aanslagpleger Anders Breivik blijkt dat deze een bewonderaar van Wilders is en net als de PVV denkt dat islam, multiculturalisme en sociaal-democraten gevaarlijk zijn voor de maatschappij. Dat was voor sommige politici, onder wie PvdA-leider Job Cohen, aanleiding Wilders op te roepen zijn toon te matigen. Anderen vonden dat Wilders moest nadenken of zijn retoriek niet heeft bijgedragen aan een klimaat waarin de dader tot zijn acties kwam.

In De Telegraaf werpt Wilders de kritiek van zich af. „Links grijpt dit aan om te proberen af te rekenen met de PVV. [...] Ze kunnen de boom in. Allemaal.” Hij herhaalde zich op geen enkele wijze verantwoordelijk te voelen omdat PVV’ers „altijd alleen maar democratisch en geweldloos onze doelen willen bereiken”. PvdA-Kamerlid Frans Timmermans reageerde op Facebook op het interview: „Wat is het toch een trieste schreeuwlelijk geworden! Piepen dat hij gedemoniseerd wordt [...] en ondertussen wild om zich heenslaan.”

Zelf legde Wilders voorheen wél het verband tussen moordenaars en retoriek van politici. In 2009 noemde hij D66-leider Pechtold en PvdA-politicus Van der Laan „politieke handlangers” van Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. Beiden hadden Wilders bekritiseerd.