Waarom past een wijnkurk niet meer?

Erg frustrerend, een kurk die niet meer terug in een fles wijn past nadat je deze hebt opengemaakt. Waarom is dat toch, vraagt Ward den Hollander uit Ridderkerk zich af. „Een kurk past alleen weer terug in de fles als je hem er andersom weer in stopt.”

Allereerst: dat laatste klopt niet. Het slimst is om een wijnkurk er op dezelfde manier weer in te stoppen, als je hem uit de fles hebt gehaald. „Zodra een kruk uit de fles komt, neemt deze zoveel mogelijk zuurstof op”, legt wijnmaker Paul Mansveld uit Almere uit. „De andere kant van de kruk is nog vochtig. Dat voorkomt uitzetting van de kurk.”

Maar toch, geeft Mansveld toe, ook dat lukt niet altijd. Kurken passen vaak niet, hoe je hem ook terug in de fles probeert te stoppen. Met als gevolg: te hard drukken en verkruimelde kurk in de wijnfles.

Ook een vaak gehoorde klacht: de kurk breekt af als je de fles openmaakt. Dat komt volgens wijnmaker Mansveld doordat mensen geneigd zijn de opener („het mes met knikfunctie”) te ver „in de hals te draaien”. De beste manier om een fles te ontkurken, volgens Mansveld: draai de opener niet te lang, maar ook weer niet te kort. „Begin dus niet halverwege al aan de opener te trekken.”

Kurk is, kortom, onhandig. Ondanks de opkomst van schroefdoppen, kunststof of ‘geagglomereerde kurken’ (moeilijker breekbare kurken die bestaan uit kleine kurkdeeltjes samengehouden met lijm, die wel meer kurksmaak achterlaten) hebben de meeste flessen wijn nog steeds een kurk.

Als kurk zo onhandig is, waarom gebruiken wijnmakers het dan? Dat heeft twee redenen. Kurk kan functioneel zijn, legt vinoloog Klazien Vermeer uit. „Sommige flessen hebben zuurstof nodig. En kurken zijn meer doorlatend. Bij kunststof kurken of schroefdoppen heb je dat effect niet.” Het gaat dan bijvoorbeeld om de duurdere wijnen uit de Bordeaux of Bourgogne. De flessen die je „wat langer weglegt”, zegt Vermeer.

Maar voor de meeste flessen wijn werkt een schroefdop of kunststof kurk net zo goed. De kurkdop wordt ook nog steeds zoveel gebruikt vanwege het „plop-moment”, zoals Vermeer het noemt. „Het geluid van het plopje hoort bij wijn drinken. Als je de kurk niet erin krijgt, moet je de fles maar gewoon leegdrinken.”

Stijn Bronzwaer