Waar zijn de Marokkaanse hardlopers?

Hardlopen zit in het DNA van Marokkanen.

Maar in Nederland breken er amper atleten van Marokkaanse komaf door. Hoe kan dat?

Adil El Azzouzi volgt iedere stap van Khalid Choukoud tijdens de 5.000 meter op de NK atletiek in het Olympisch Stadion in Amsterdam. „Yallah [kom op] Khalid!”, moedigt de achttienjarige El Azzouzi, die vrijwilliger is bij de NK, Choukoud vanaf de zijlijn aan. Even kijkt de 25-jarige langeafstandsloper – sierlijke tred en korte, krachtige passen – op. Bij het ingaan van de laatste ronde, als hij aan kop ligt, roept El Azzouzi: „Sbar [volhouden] Khalid!” Het helpt weinig. Choukoud zakt in de slotronde terug en finisht als derde.

Choukoud was gisteren bij de NK de enige atleet van Marokkaanse afkomst die in actie kwam. Opmerkelijk, want Marokko kent een rijke hardloopgeschiedenis. Het land bracht grote kampioenen voort, zoals marathonloper Khalid Khannouchi, hordeloopster Nawal El Moutawakel en middenafstandsloper Hicham El Guerrouj. Bij wegwedstrijden en in het veldlopen kunnen Marokkaanse atleten als een van de weinigen serieus concurreren met de Kenianen en Ethiopiërs. Hardlopen zit in het DNA bij de Marokkanen.

Maar in Nederland breken er amper atleten van Marokkaanse komaf door. Van de 350.000 Marokkanen in Nederland zijn er slechts zo’n 1.000 lid van een atletiekvereniging, schat André Hoogink, adviseur bij de atletiekunie. De verklaring? „Ze lopen wel hard, maar niet bij een vereniging”, vertelt hij. Marokkanen sporten meestal samen, in ongeorganiseerd verband, legt Hoogink uit.

Marokkanen worden niet snel lid van een atletiekvereniging, omdat er veel obstakels zijn. Hoogink somt op: verplichtingen rond het lidmaatschap (vrijwilligerswerk), mannen en vrouwen die contact met elkaar hebben, alcohol in de sportkantine en contributie.

Genoeg bekende Marokkaans-Nederlandse voetballers die de top bereikten, zoals FC Barcelona-middenvelder Ibrahim Afellay, VfB Stuttgart-verdediger Khalid Boulahrouz en Ajax-spits Mounir El Hamdaoui. In de Nederlandse atletiektop is het echter karig. Naast Choukoud is er alleen nog sprinter Youssef El Rhalfioui (27). Hij kwam dit weekend niet in actie op de NK vanwege een ontstoken achillespees. De atletiekunie zette El Rhalfioui de afgelopen jaren in als Marokkaans rolmodel. In 1994, El Rhalfioui was toen elf jaar, kwam hij naar Nederland. Voor veel Marokkaanse jongeren is de stap naar een atletiekvereniging te groot, zegt hij. „Er lopen tientallen talenten rond, zij moeten een duwtje in de rug krijgen.”

El Rhalfioui komt uit een gezin met vier broers en twee zussen. „Het was voor mij heel moeilijk om mijn ouders te overtuigen alles te betalen en me iedere keer naar de atletiekvereniging te brengen. Veel Marokkaanse ouders hebben niet door dat het belangrijk is dat hun kind lid wordt van een vereniging.”

De sportinfrastructuur in Marokko is anders georganiseerd dan in Nederland, legt El Rhalfioui uit. In Marokko sporten kinderen via school, in Nederland staat het verenigingsleven centraal. Veel scholen in Marokko organiseren onderling hardloopwedstrijden waardoor er een grote groep met talenten is. En in Nederland zijn er veel meer sporten waar je uit kunt kiezen, zegt hij. „In Marokko ga je voetballen of hardlopen, that’s it.”

In Frankrijk en – in mindere mate – België zijn er wel veel Marokkaanse atleten die de top halen. Wel is er hoop op een talentvolle generatie Nederlandse atleten van Marokkaanse afkomst, zegt Grete Koens, jeugdbondscoach midden- en lange afstand. In de leeftijd van veertien tot en met zestien jaar zijn er een paar goede talenten. „Probleem is dat je in Nederland alleen geld kunt verdienen als topper. Je moet eerst lang en veel investeren.” El Rhalfioui sluit zich hierbij aan. Naast zijn sportloopbaan heeft hij een baan (als zakelijk chauffeur) om rond te komen. „Hierdoor heb ik me nooit alleen kunnen concentreren op de sport.”

Na zijn race vraagt Khalid Choukoud of het interview binnen mag, hij vindt het te koud buiten, bij zo’n twintig graden. Choukoud, die woont in de Haagse Schilderswijk, kwam op zijn veertiende naar Nederland en gold vanaf het moment dat hij ging hardlopen – op zijn achttiende – als een groot talent. Jonge Marokkaanse atleten in Nederland hebben te weinig doorzettingsvermogen, zegt hij. „Er zijn er genoeg die de top kunnen halen, maar ze kiezen voor school of een andere sport.”

Voorlopig was het de laatste wedstrijd van Choukoud. Vandaag begint de ramadan.

    • Steven Verseput